Het is lachen in de boekhandel

Het wordt lachen, als het aan de CPNB en daarmee aan de boekhandelaren ligt.

Humor was eigenlijk al het thema in 2000.

Het is deze week lachen in de boekhandel: In de lach geschoten ligt tussen Deelder lacht en Een lach en een traan, vlak daarachter liggen Wat leuk is en wat niet, Lachen om niets en Van de zotten op een rijtje. En zo door tot vijftig boeken die allemaal haken naar de lach van de lezer, aansluitend bij het thema van de Boekenweek. Maar waarom humor? In welk achterkamertje wordt bepaald dat we moeten lachen?

Dat kamertje bevindt zich op de bovenste verdieping van een statig herenhuis aan de Amsterdamse Keizersgracht 391. De ‘jurykamer’ van de stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek (CPNB), de organisator van de Boekenweek die wordt gefinancierd door boekhandelaren, uitgevers en bibliotheken.

Hier werd vorig jaar op 17 april het thema gekozen dat officieel Lof der zotheid. Scherts, satire en ironie heet. „Tot dat officiële besluit kan er nog gewisseld worden”, zegt Paul Mosterd, adjunct-directeur van de CPNB. In 2000 werd Humor op het laatste moment ingeruild voor Schrijven tussen twee culturen toen Salman Rushdie, een sprekend voorbeeld daarvan, bereid bleek het Boekenweekgeschenk te schrijven.

In de praktijk begint de voorbereiding van deze Boekenweek nog veel eerder. Uitgever Emile Brugman (Atlas) herinnert zich een telefoontje van CPNB-directeur Henk Kraima in 2005. Brugman: „Of ik tijd had om te praten.” Omdat de literaire non-fictie zo’n vlucht had genomen, dacht Kraima aan een non-fictie auteur voor het geschenk. Geert Mak liep al langer rond met het plan voor een boek over de Galatabrug in Istanbul. Kraima was enthousiast en Mak begon te werken aan het boekje waarvan nu 900.000 exemplaren klaarliggen.

De CPNB-directie beslist over het thema. Maar Kraima en Mosterd laten zich adviseren door een „informeel circuit”. Verder doen mensen uit de literaire wereld te pas en te onpas suggesties. „Als iemand een briljant idee heeft, probeer ik niet met mijn ogen te knipperen, maar denk ik wel, dit onthoud ik”, zegt Mosterd. Voor alle medewerkers van de CPNB, inclusief stagiaires, geldt een formeel vastgelegde geheimhoudingsplicht.

Er gaat veel geld om in de Boekenweek. De campagnebegroting bedraagt dit jaar zo’n 1,5 miljoen euro. Bij benadering besteden uitgevers, boekhandels, sponsors en bibliotheken tezamen nog eens hetzelfde bedrag aan bijzondere uitgaven en activiteiten. Vorig jaar leidden de inspanningen tot zo’n 800.000 verkochte boeken. Een omzet die soms wel vier keer zo hoog ligt als in een normale week in dit seizoen.

Vandaar ook dat er lang over het thema wordt nagedacht. Mosterd: „We kunnen ons geen experimenten veroorloven.” Hetzelfde geldt voor de keuze van de Boekenweekauteur. „Auteurs zien het als een soort literaire prijs”, benadrukt Paul Mosterd. „Een auteur van het Boekenweekgeschenk moet een erkend schrijver zijn. Het liefst literair prijswinnaar.” En een die goed verkoopt: „Gaan we er een boel lezers een plezier mee doen”, vraagt Mosterd zich steeds weer af. „We willen een run op de boekhandel. En dan helpt het als mensen iets al kennen.”

De recensies van het Boekenweekgeschenk door Geert Mak, het Boekenweekessay van Kees Fens en Arjen Fortuins overzicht van alle ‘humorboeken’ die met het oog op de Boekenweek zijn geschreven, zijn te vinden op www.nrc.nl