Geen censuur, een hulpmiddel

Het NICAM wil met een nieuwe classificatie bloot in videoclips beperken.

Niet met opgestoken vinger.

Bloot en geweld in videoclips: het ligt weer eens onder vuur. Het NICAM, het Nederlands Instituut voor de Classificatie van Audiovisuele Media, voerde onlangs, op aandrang van het Ministerie van OCW, een nieuw classificatiesysteem in, speciaal bestemd om clips in kaart te brengen. Censuur? „Onzin”, vindt NICAM-directeur Wim Bekkers. Roel Oude Nijhuis van videobedrijf 100% Halal: „Heel vreemd dat de discussie altijd alleen maar over videoclips gaat”.

Het nieuwe van het classificatiesysteem op clips zit ‘m vooral in het onderdeel ‘vrouwonvriendelijkheid’. „Het is een afgeleide classificatiesystematiek”, zegt Bekkers, „waarvoor we naast de hoofdvragenlijst ook wat aanvullende vragen hebben opgesteld. Net zoals we die hebben voor Jerry Springer-achtige talkshows.”

Dat classificeren gebeurt niet met opgeheven vinger, zegt Bekkers. De programma’s, films of clips, worden aan de hand van een uitgebreide vragenlijst bekeken door zo’n 150 ‘codeurs’, allemaal afkomstig uit de branche zelf. „Bij MTV zitten er ook een stuk of vijf”, zegt Bekkers. ,,Het blijft natuurlijk mensenwerk, maar er is een specifiek geformuleerd houvast. Ook bij vrouwonvriendelijkheid wordt erg direct verwoord wat ermee bedoeld wordt. Het zijn geen vage criteria.” Clips worden niet per stuk van een pictogrammetje en een leeftijdscategorie voorzien, maar krijgen al naar gelang het classificatie-resultaat een plekje in de programmering na acht of tien uur ’s avonds.

Zijn Bekkers en zijn club nou aan het censureren? „Onzin”, zegt hij beslist. „Al sinds we bestaan krijgen we twee soorten reacties. Of we worden beschuldigd van censuur, óf we krijgen te horen dat we lang niet streng genoeg zijn. Geen van beide is het geval. We willen puur een hulpmiddel zijn, zodat ouders van opgroeiende kinderen keuzes kunnen maken.”

Roel Oude Nijhuis van het Amsterdamse productiebedrijf 100% Halal merkt weinig van neigingen tot censuur. „Regisseur en artiest hebben een bepaald beeld van hoe de clip eruit moet zien. Dat is de leidraad, niet de druk vanuit de politiek.”

Net als films of computerspelletjes zijn videoclips, vooral die uit de nu onder vuur liggende hiphopcategorie, niets anders dan afspiegelingen van een fantasiewereld, vindt hij. „Schuddende billen en gasten die met pistolen zwaaien: dat is eenimagoding. Dat wil niet zeggen dat ze zelf zo over straat lopen. Uit onderzoek blijkt dat ook kinderen het onderscheid tussen fantasie en werkelijkheid heel goed kunnen maken.”

Hij vindt het dan ook „onzin” dat de discussie de hele tijd over videoclips gaat. Net als Bekkers. Hij heeft de rapporten op zijn bureau liggen waarin dieper wordt ingegaan op de beruchte groepsverkrachtingen in grootstedelijke kelderboxen. „Je krijgt daaruit een schrijnend beeld van de sociale setting waarin de daders opgroeien, maar er staat niets in over videoclips! Voor zover er sprake is van seksuele voorlichting, krijgen ze die van pornofilms, en dat is natuurlijk iets heel anders.”

Hij ergert zich aan de manier waarop de media met dit soort verhalen op de loop gaan. „Neem nou de enorme ophef rond die geruchtmakende moord op een Britse jongen, in 2005 meen ik. De moeder van het slachtoffer wees op het computerspel Manhunt, dat de dader zou hebben geïnspireerd. Dat werd een hele hype.”

Computerspellen worden, op initiatief van de game-industrie, in Europees verband geclassificeerd. Maar bij internet staat het NICAM met lege handen. Bekkers: „We maken wel afspraken met de belangrijkste internetaanbieders in Nederland, maar wat wil je eraan doen? Je hebt 30 miljard websites, met steeds wisselende inhoud. Het hele audiovisuele aanbod is massaal, maar het is ook onderhoudend. Ik wil niet de doemdenker zijn, ik hoop alleen maar dat ouders weten wat hun kinderen doen.”