EU moet tegen Soedan harde lijn volgen om geweld Darfur

‘Bezorgdheid’ van Europa over de situatie in Darfur is onvoldoende. Het is tijd voor harde sancties die de Soedanese leiders ervan overtuigen dat er kosten verbonden zijn aan hun aanhoudende gewelddadige campagne tegen eigen burgers, vindt Chris Patten.

De tragedie in Darfur gaat haar vierde jaar in en het is moeilijk te geloven dat de reactie van de Europese Unie tot nog toe zo zwak is geweest. Europa is er niet in geslaagd effectieve stappen te ondernemen om Soedan onder druk te zetten; dat wil zeggen druk op de regering in Khartoum om de oorlogsmisdaden en de misdaden tegen de menselijkheid te stoppen, die gepleegd worden door haar eigen troepen en milities in West-Soedan. Al vier jaar lang worden mensen uit hun huizen verdreven en er vielen al meer dan 200.000 burgerslachtoffers in deze door de staat gesubsidieerde campagne.

Als de Europese uitingen van ongemak effectief waren geweest, dan zouden de etnische zuiveringen in Soedan al lang een halt zijn toegeroepen. Sinds april 2004 hebben de EU-ministers van Buitenlandse Zaken 19 officiële verklaringen over Darfur afgelegd. De meest recente is van 5 maart 2007. Telkens kondigen ze hun collectieve „bezorgdheid”, „ernstige bezorgdheid”, „blijvende bezorgdheid” of „grote zorgen” aan. Dat kwam in de verklaringen intussen al 53 keer voor.

Het hoeft niet te verbazen dat de regering in Khartoum niet onder de indruk is van de Europese bezorgdheid, want als het op meer dan woorden aankomt, schiet de Europese Unie tekort. Ze heeft slechts tegen vier individuen sancties uitgevaardigd: een voormalige commandant van de Soedanese luchtmacht, een leider van de Janjaweed-militie en twee rebellen. De EU heeft de strijdende partijen ook een zwak en ineffectief wapenembargo opgelegd, dat met gemak werd geschonden.

De aarzeling om krachtig te ageren is niet gebaseerd op ‘filosofische’ bezwaren tegen sancties. Europa heeft immers de tegoeden van Wit-Russische leiders geblokkeerd en hun een reisverbod opgelegd omwille van „de schending van internationale verkiezingsnormen”en het repressieve beleid tegen hun burgers. De EU heeft ook een reisverbod opgelegd aan Moldavische separatisten voor hun „campagne tegen scholen die in Latijnse talen onderwijzen” en aan Oezbeekse leiders voor hun aandeel in de slachtpartij van Andizjon. Militieleiders in Congo, Liberia en Ivoorkust worden onderworpen aan bevriezing van tegoeden en een reisverbod voor de EU. Maar het gedrag in die gevallen verbleekt in vergelijking met de systematische vernietigingscampagne georganiseerd door de Soedanese regering in Darfur.

Niemand in Europa kan de betrokkenheid van Khartoum bij de massale wreedheden in Darfur nog ernstig in twijfel trekken. De laatste reserves werden vorige maand weggenomen, toen de aanklager van het Internationale Strafhof zijn uitgebreide bewijslast voorlegde tegen twee individuen voor oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid.

Een van hen was de Soedanese minister Ahmed Haroun. De aanklager omschreef de rol van de minister als volgt : „De belangrijkste coördinerende taak die aan Ahmed Haroun was toevertrouwd als hoofd van het ‘Darfur Veiligheidsbureau’, was het management van en zijn participatie in de rekrutering van milities/Janjaweed voor de Soedanese strijdkrachten.”

De bewijslast is de duidelijkste aanwijzing tot nog toe dat de Soedanese regering, tot op de hoogste niveaus, een centrale rol heeft gespeeld in het plannen en uitvoeren van de wreedheden in Darfur. De wreedheden blijven voortduren en de verschrikkelijke situatie in Darfur is in de laatste maanden zelfs verslechterd. Half januari waarschuwden hulpverleners dat de hulpoperaties zouden stoppen als de veiligheidssituatie niet verbetert. Khartoum heeft ook actief rebellieën ondersteund in de buurlanden Tsjaad en de Centraal Afrikaanse Republiek, met de voorspelbare humanitaire consequenties.

In plaats van een 54ste uiting van bezorgdheid zouden de Europese ministers van Buitenlandse Zaken hun volgende vergadering in april moeten gebruiken om de oproep tot sancties tegen Khartoum van het Europese Parlement te volgen. Ze zouden een reisverbod moeten instellen en de tegoeden blokkeren van alle individuen die genoemd worden in de verslagen van de VN-onderzoekscommissie en het panel van deskundigen voor Darfur. Ze zouden zich moeten buigen over specifieke maatregelen tegen de Soedanese oliesector en tegen de buitenlandse investeringen en diensten voor deze en aanverwante sectoren. Ze zouden een onderzoek moeten toestaan naar de offshorerekeningen van Soedanese firma’s die in verband gebracht worden met de Nationale Congres Partij – de meerderheidspartij in Khartoum. Op die manier kan de weg naar sancties worden voorbereid tegen de commerciële belangen van dit regime. Het bewind gebruikt deze om de Janjaweed milities te financieren, die zoveel onheil aanrichten in Darfur.

Woorden zijn duidelijk niet genoeg om deze regering twee keer te doen nadenken. Khartoum heeft al verscheidene malen afspraken om de Janjaweed te ontwapenen, een staakt-het-vuren na te leven en een versterkte VN-troepenmacht toe te laten, straffeloos verloochend. Tot de Soedanese regering de prijs van haar daden opgelegd krijgt, zal ze niet naar de Europese leiders luisteren of haar gedrag veranderen.

Tot slot, en dit is misschien wat het minst begrepen wordt: het regime in Khartoum heeft een geschiedenis van reageren op zware internationale druk. Het heeft het Comprehensive Peace Agreement in januari 2005 ondertekend, dat een einde maakte aan een 25 jaar durende burgeroorlog in het zuiden van het land. Ten dele omdat de internationale gemeenschap de opgelegde maatregelen ondersteunde. Dit regime kan moordend zijn, maar het geeft weldegelijk om zijn eigen overleving en weegt zijn handelen af aan internationale druk.

‘Bezorgdheid’ van Europa is dus onvoldoende. Het is tijd voor een reeks harde sancties die Khartoums aandacht trekken en de Soedanese leiders ervan overtuigen dat er kosten verbonden zijn aan hun aanhoudende campagne van massaal geweld tegen hun eigen burgers.

Voormalige Commissaris voor Externe Relaties Chris Patten (Lord Patten of Barnes) is voorzitter van de Raad van Bestuur van International Crisis Group, www.crisisgroup.org.