Een verlamd VN-orgaan

Het is cynisch van de Afrikaanse en een aantal Aziatische leden van de mensenrechtenraad van de Verenigde Naties dat zij het rapport van een VN-mensenrechtenteam over de massamoord in Darfur deze week niet willen behandelen, omdat de Soedanese regering de rapporteurs niet heeft toegelaten tot dit oorlogsgebied. Daarmee belonen zij Soedan voor zijn tegenwerking. De zes rapporteurs kregen geen visum en moesten zich daarom beperken tot interviews met ooggetuigen en humanitaire werkers in de buurlanden.

De conclusies en cijfers in het rapport liegen er niet om, maar zijn allang bekend uit eerdere VN-rapporten. Samen met de zogenoemde Janjaweed-milities onderdrukt de Soedanese regering de bevolking in Darfur, die in opstand is gekomen. Er zijn 200.000 mensen vermoord, twee miljoen mensen zijn ontheemd geraakt, van wie 233.000 in het naburige Tsjaad. Ondanks een eerder vredesakkoord worden dorpen platgebrand, mensen gemarteld en baby’s in het vuur gegooid. Maar de Mensenrechtenraad buigt zich tot nu toe over procedurekwesties. Dit nieuwe VN-orgaan is vorig jaar juist opgericht om deze impasses te voorkomen. Maar uit alles blijkt dat dit orgaan niet met een schone lei kan beginnen; de oude politieke tegenstellingen in de wereld zijn gebleven.

Onder de 47 leden van de Mensenrechtenraad zijn net als vroeger regimes die mensenrechten niet respecteren, Saoedi-Arabië bijvoorbeeld. China, ook lid, betrekt olie uit Soedan en levert de wapens die de Soedanese regering in Darfur kan inzetten. Daarbij komt dat westerse landen, zoals Groot-Brittannië en de VS, op het gebied van de mensenrechten weliswaar beter presteren dan de meeste andere landen, maar in de strijd tegen de terreur minder schoon zijn dan vroeger. Door de mislukte oorlog in Irak hebben de VS aan moreel gezag ingeboet. Zij hadden zich niet eens verkiesbaar gesteld voor een zetel in de raad.

Het resultaat is dat de Aziatische en Afrikaanse lidstaten van de Mensenrechtenraad zich tegen de westerse landen keren. De meerderheid van de leden kan het alleen eens worden over de mensenrechtenschendingen van Israël, waartegen al drie resoluties zijn aangenomen. Die schendingen staan hoog op de agenda van de islamitische landen, maar ze vallen in het niet bij Darfur.

Door gezamenlijk optreden kunnen de Europese lidstaten maar beperkte invloed uitoefenen. Het zou goed zijn als ook de VS als supermacht lid zouden worden van de Mensenrechtenraad. Ook al is het orgaan waarin Amerika domineert, de Veiligheidsraad, eveneens verdeeld over Darfur, mede door China. Er moet nog veel diplomatiek werk worden verricht om de miljoenen slachtoffers van de oorlog in Darfur te kunnen helpen. Elke nieuwe kans om de moorden daar aan de kaak te stellen, moet worden gegrepen. Dat is de winst van dit rapport. Het Internationale Strafhof in Den Haag doet goed werk door aan de vervolging te beginnen van de Soedanezen die van massamoord worden verdacht. Van de nieuwe Mensenrechtenraad daarentegen hoeven de slachtoffers van het geweld in Darfur voorlopig weinig heil te verwachten.