Droevig drama in Libanon

Zozo. Regie: Josef Fares. Met: Imad Creidi, Antoinette Turk, Carmen Lebbos, Elias Gergi, Tatiana Sarkis. In: 5 bioscopen.

Tegen de nachtblauwe hemel vallen de sterren als in een sprookje. Maar tegen de tijd dat ze de grond raken zijn ze in bommen veranderd. Het is een eenvoudige kunstgreep die regisseur Josef Fares toepast in Zozo, maar wat is het doeltreffend. De beide polen van zijn film vangt hij in dat ene beeld. De sprookjeswereld van het jongetje Zozo en de realiteit van de burgeroorlog waarin hij verzeild raakt, de burgeroorlog in Libanon, jaren tachtig.

Zozo is gewoon een jongetje, met vriendjes, een vader een moeder, grote broer en zus. Hij is nieuwsgierig en vrolijk en stout en er lijkt niks aan de hand tot die sterren bommen worden en zijn wereld instort. Josef Fares, die we kennen van vaardig gemaakte, maar wel heel lichte maatschappelijke komedies als Jalla! Jalla! en Kopps, slaat een heel andere toon aan in Zozo. Hij gaat geen pijn of verdriet uit de weg. Deze film ligt hem duidelijk nader aan het hart; de regisseur heeft ook niet geheimzinnig gedaan over de autobiografische herkomst ervan. Dat verklaart misschien ook waarom de gebeurtenissen voor de oorlog en de pogingen van Zozo daarna om uit het land te komen, zo geloofwaardig overkomen. Vooral de episode waarin hij een vriendinnetje krijgt met wie hij naar Zweden hoopt te kunnen vluchten.

Als Zozo zelf inderdaad in Zweden is terechtgekomen, neemt het drama een nieuwe wending. Het blijft wel mooi, waar het wordt wel wat véél. En je familie kwijt zijn én gepest worden én een vriendje met een alcoholistische vader én je lieve opa doodziek. Geen wonder dat de organisatie van Cinekid, waar de film vorig jaar in Nederland in première ging, het verstandig vond om het publiek te waarschuwen dat Zozo beslist niet voor al te jonge kinderen was bedoeld.