Driedubbele rollen, of meer

De rubriek Bijzien plaatst nieuwe films in een bredere context. Deze week: de lange traditie van meervoudige rollen naar aanleiding van Eddie Murphy in Norbit .

Het in één beeld samenbrengen van verschillende personages die door één acteur worden gespeeld is in het computertijdperk een fluitje van een cent. Een dunne Eddie Murphy die een moddervette Eddie Murphy als zijn eigen vrouw toespreekt? Geen probleem. Kijk maar naar Norbit die deze week uitgaat. In de twee Nutty Professor-films die hij hiervoor maakte, speelde Murphy zelfs acht dubbelrollen.

Maar dubbelrollen, of zelfs meervoudige rollen, zijn al veel ouder dan de computer. De pionier van de toverkunst in film, voormalig goochelaar Georges Méliès deed het al in 1898. In Un homme de têtes ontdoet hij zich van zijn hoofd, gooit het op tafel en herhaalt de truc drie keer. De hoofden op de tafel zingen vervolgens naast elkaar een vrolijk lied.

In L’homme orchestre (1900) splitst Méliès zichzelf zelfs zeven keer om een orkestje te vormen.

De truc? Simpel. Méliès filmde zichzelf eerst uiterst links in beeld, dekte de rest van het negatief in de camera af, belichtte het en spoelde vervolgens de film terug om het procédé te herhalen. Enzovoorts. Maar voor het filmpubliek uit die vroege jaren was het pure magie.

Komiek Buster Keaton gebruikte dezelfde truc in The Play House (1921), waarin hij iedereen in het theater speelt: van danser op het podium tot publiek in de zaal. ‘This fellow Keaton seems to be the whole show’, staat droogjes op een van de tussentitels.

Méliès en Keaton behoren tot de vroege cinema, een periode waarin films en techniek nog de aandacht op zichzelf mochten vestigen. Kijk eens wat wij kunnen! Het medium zelf was de attractie. Toeschouwers waren gefascineerd door de mogelijkheden van de nieuwe uitvinding en stoorden zich niet aan het doorbreken van de filmische illusie.

Dit soort trucs waarmee de aandacht op de techniek wordt gevestigd, zijn door de vernieuwende aard van het medium gedoemd snel te marginaliseren. Zo zijn de dubbelrollen beperkt tot films waarin tweelingen spelen (Olivia de Havilland in The Dark Mirror, Bette Davis in A Stolen Life, beide 1946 en Jeremy Irons in Dead Ringers in 1988) en varianten hierop (The Man in the Iron Mask, The Prisoner of Zenda, The Parent Trap, The Great Dictator).

De verdrie-of-meer-dubbeling is ten slotte ‘verbannen’ naar de genrefilm. Lon Chaney (The Hunchback of the Notre Dame en The Phantom of the Opera) dankte er zijn bijnaam ‘de man van duizend gezichten’ aan.

Maar de grootste zelfvermenigvuldigers zijn Peter Sellers en Alec Guinness – niet toevallig twee acteurs over wie vaak gezegd werd dat ze een zwakke persoonlijkheid hadden die ze verborgen onder een extrovert masker. Zij waren geboren vermommers.

Guinness leverde zijn topprestatie in de Ealing-klassieker Kind Heart and Coronets (1949), waarin hij alle acht leden van een adellijke familie speelde.

Sellers wordt nog steeds vooral herinnerd om zijn drie rollen in Stanley Kubricks Dr. Strangelove (1964).

De laatste jaren moeten we het doen met de grappen en grollen van Mike Myers (in de Austin Powers-reeks) en Eddie Murphy. Macho Murphy lijkt daarbij speciaal te genieten van de vrouwenrollen die hij op zich neemt. Dikke moekes in bloemetjesjurken.

Het lijkt een nieuwe manier om op te blijven vallen, want van de techniek zelf om meerdere rollen in een film te spelen, kijkt vrijwel niemand meer op. Die is ingeburgerd. Wéér Eddie Murphy als man, vrouw én kind? Zucht.