Demonische zigeunerromantiek

Transylvania. Regie: Tony Gatlif. Met: Asia Argento, Birol Ünel, Amira Casar, Alexandra Beaujard. In: 9 bioscopen.

Schaamteloos. Schaamteloos omarmt Tony Gatlif clichés over het zigeunerbestaan. Net zoals in zijn eerdere films, zoals Swing en Exils, daagt Gatlif – die zelf Roma is – de kijker uit om zowel zijn vooroordelen als politieke correctheid onder ogen te zien.

Bij Gatlif zijn zigeuners steevast materieel arm, gehuld in kleurrijke kloffies, maar rijk van geest. Ze zijn vrij, kunnen gaan en staan waar ze willen. Ze bedelen, drinken, schelden, maken ruzie, zijn bijgelovig; alles wat ze doen, gaat gepaard met intensiteit. Ze leven net wat extremer dan we gewend zijn in noord-Europa. Intense emoties worden omgezet in feestelijke muziek met een zwaar melancholieke ondertoon. Gatlif is bewust even kitscherig in het neerzetten van deze stereotypen als het schilderijtje dat in het café hangt en eventjes in beeld komt. Hierop staat een zigeunerin met ravenzwart haar, een traan in haar oog en de borsten half ontbloot.

Gatlif documenteert in zijn films met veel Schwung hun marginale bestaan in Oost-Europa. Het is meeslepend exotisme waar je je wel aan moet overgeven, jezelf ertegen verzetten heeft geen zin.

In Transylvania, net als Latcho Drom (1993) en Gadjo Dilo (1997) opgenomen in Roemenië, reist de Italiaanse Zingarina (Asia Argento) vanuit Frankrijk haar grote liefde na, een Roemeense muzikant. Ze is zwanger en wil hem terugvinden.

Als ze hem uiteindelijk weer ontmoet, wijst hij haar af. Hysterisch van verdriet besluit ze in Transsylvanië te blijven. Samen met de scharrelaar Tchangalo (Birol Ünel, de fenomenale hoofdrolspeler uit Gegen die Wand) trekt ze kriskras door het Roemeense landschap.

Het intense liefdesverdriet van Zingarina is ongemakkelijk om aan te zien. Ze doet zichzelf pijn, ze schreeuwt het uit, rent hysterisch door het bos. Haar gedrag wordt door Gatlif van een extra motivatie voorzien: ze denkt dat ze bezeten is door demonen. Het levert een prachtige exorcismescène op als ze in een wit gewaad in een oude kerk staat, met haar voeten in een tobbe. De kerkgangers zingen een oud Gregoriaans gezang terwijl ze overgoten wordt met reinigende melk. Na dit ritueel trekt ze zigeunerkleding aan. Vanaf dat moment ís ze een gipsy, waar ze ook geboren is.

Transylvania zit vol met dit soort individueel sterke scènes en beelden. Wanneer Zingarina en Tchangalo samen boksen en zij het kussen kapot slaat, komt er een mooi shot waarin de veertjes samen met de neervallende sneeuw door de lucht zweven.

Nog mooier: Tchangalo koopt een kroonluchter die hij middenin de nacht en in de buitenlucht op ingenieuze wijze illegaal aansluit op het stroomnet, waarna de scène in een betoverend licht baadt.

Gatlif maakt geen nette films waarin het vertellen van een verhaal het belangrijkst is. Zijn vertellingen rammelen, zijn episodisch van structuur en horten en stoten.

Net als zijn andere films is Transylvania eigenlijk een musical. Wanneer personages hun emoties niet meer kunnen bevatten of als gevoelens te groot worden, neemt de muziek het over. De door Tony Gatlif samen met Delphine Mantoulet geschreven liederen zijn ook het cement tussen de sequenties. Het is muziek die jubelt, rouwt, kalmeert en plezier geeft. Zoals het leven zelf.