Dan maar slaag, dacht Tsvangirai

Het harde optreden tegen de oppositie in Zimbabwe is een beproefde tactiek.

Nieuw is de wil van de oppositie om demonstraties toch door te zetten.

Afgelopen zondag stond de oproerpolitie, inclusief 150 paramilitairen, vanaf acht uur in de ochtend klaar voor het veldje in het hart van de buitenwijk Highfields van de hoofdstad Harare. De Zimbabweaanse oppositie had aangekondigd daar een ‘gebedsbijeenkomst’ te houden. Laten we bidden voor een spoedige val van de regering van president Mugabe, hadden de activisten de ongeveer 200 deelnemers willen vragen. Maar tot gebed kwam het nooit.

De veldslag die uitbrak, was voorzien. Door de regering én de oppositie. De oppositie wist dat politieke bijeenkomsten sinds februari verboden zijn in Highfields, dat sinds 1999 een broedplaats van verzet tegen de regering Mugabe is. De oppositie wist dat de politie een bijeenkomst onder de noemer van ‘gebed’ evenmin zou accepteren. Het enige wat de oppositie niet kon weten is hoe hard de politie zou slaan.

Gift Tandare, een activist van in de twintig is neergeschoten. Dood. Oppositieleider Morgan Tsvangirai van de MDC kwam gistermiddag strompelend aan bij de rechtbank in Harare, met een opgezwollen gezicht en een fikse hoofdwond. Gedurende twee dagen na zijn arrestatie verloor hij zeker driemaal het bewustzijn. Lovemore Madhuku, leider van een organisatie die al jaren strijdt voor een nieuwe grondwet (NCA) heeft een gebroken pols. Nelson Chamisa, ook lid van de MDC, kan niet meer staan. Hoe het gaat met zeker honderd andere oppositieaanhangers is onduidelijk. Advocaten krijgen geen toegang tot politiebureaus. Gewonde arrestanten kregen gisteren van de rechter toestemming zich te laten behandelen in het ziekenhuis.

Het harde politieoptreden is de afgelopen jaren een beproefde tactiek geworden voor de regering. Sla de durfhal hard, dan blijft het volk thuis. Demonstraties in Zimbabwe duren tegenwoordig soms niet langer dan twee minuten, zoals die van de vakbond ZCTU afgelopen september. De beelden van de dertien demonstranten die toen onbarmhartig de politiewagen werden ingeslagen, gingen de hele wereld over.

President Mugabe heeft van zijn fouten geleerd. Begin jaren negentig stond hij massademonstraties wel toe. Duizenden gingen de straat op om te demonstreren voor hogere salarissen (textielwerkers) of pensioenen (oorlogsveteranen). Uit dat volksprotest kwam de partij Movement for Democratic Change (MDC) voort. Die partij bracht Mugabes positie in 2000 voor het eerst aan het wankelen, toen een meerderheid tegen diens plan stemde zijn macht tot in de eeuwigheid te garanderen. Die fout heeft Mugabe zichzelf nooit vergeven.

Twee jaar later voerde zijn regering de Wet op Openbare Orde en Veiligheid in. Die wet verbood massademonstraties en publieke bijeenkomsten „die de orde kunnen verstoren”. De wet is een kopie van de racistische regelgeving onder het blanke Rhodesische regime van Ian Smith, die niet alleen Mugabes aartsvijand was maar ook leermeester in repressie.

Zimbabwe is een politiestaat geworden. Arrestaties zijn zo lukraak dat ze zelfs illegaal zijn volgens de nieuwe veiligheidwetten. Volgens het rapport Policing the State dat het Institute for Justice and Reconciliation in december publiceerde, leidt 90 procent van de arrestaties niet tot een rechtszaak. Slechts 1,5 procent van de verdachten wordt veroordeeld.

Het politieoptreden van afgelopen zondag past in een patroon. Wat ongewoon is, is dat de oppositie de bijeenkomst tegen beter weten heeft doorgezet. Zo saamhorig en vastberaden is de MDC in zeker vier jaar niet geweest. Interne ruzies en onzekerheid hebben de partij verlamd. De laatste noemenswaardige demonstratie van de MDC was in juni 2003, die de stoere naam „the final push” meekreeg. Maar door de wanorganisatie en het lage aantal deelnemers verzandde die.

Een jaar voor de presidentsverkiezingen van 2008 kon de oppositie zich nog langer aarzelen niet veroorloven. „De wereld kan nog meer actie verwachten”, zeiden de woordvoerders van de partij gisteren. Het beoogde effect is er al. De Verenigde Naties, de Europese Unie en de Verenigde Staten hebben het politieoptreden in ferme bewoordingen veroordeeld.

Kritiek uit die hoek kreeg president Mugabe de afgelopen zeven jaar wel vaker. Hij gebruikt de retoriek meestal als bewijs dat het Westen Zimbabwe niet goed gezind is. Mugabe heeft momenteel meer te vrezen van zijn eigen partij. ZANU-PF heeft nog altijd niet ingestemd met zijn voorstel van afgelopen december om zijn huidige termijn op te rekken van 2008 naar 2010. Na 27 jaar ja knikken lijkt de partij niet automatisch meer te geloven dat Robert Gabriel Mugabe ook volgend jaar de leider van land en partij zal zijn. Hij lijkt de steun te hebben verloren van de gepensioneerde legergeneraal Solomon Mujuru, die naar verluidt de hand op de knop heeft van de strijdkrachten. Bewijs daarvan is dat Mujuru’s vrouw Joyce, de vicepresident, niet verscheen op Mugabes 83ste verjaardag. Volgens een rapport van de denktank International Crisis Group is Mugabes positie inmiddels net zo kwetsbaar als die van de Zaïrese president Mobutu in zijn nadagen. Voor de oppositie hoog tijd om te laten zien dat de partij leiders in huis heeft die niet bang zijn voor een paar klappen.

Lees het rapport van het Institute for Justice and Reconciliation op www.ijr.org.za/transitionaljustice/zim