Bush belooft Mexico nieuwe immigratiewet

Op bezoek in Mexico beloofde de Amerikaanse president Bush zijn collega Calderón gisteren dat hij zich in eigen land vol zal inzetten voor nieuwe immigratiewetgeving.

George W. Bush’ aankomst maandagnacht in Mexico vormde de vijfde en laatste etappe van zijn zevendaagse tournee door Latijns-Amerika. Bush’ reis is binnen en buiten Latijns-Amerika veelvuldig geduid als een poging tegenwicht te bieden aan de regionale invloed van de linkse Venezolaanse president Hugo Chávez.

En van al Washingtons bondgenoten in de regio is de Mexicaanse president Calderón het meest geschikt woordvoerder van een anti-Chávez-kamp te worden, schreef de Mexicaanse oud-minister van Buitenlandse Zaken Jorge Castañeda vorige week in de Spaanse El País. Hij redeneerde dat centrum-linkse leiders als Bachelet (Chili) en Lula (Brazilië) zich niet tegen Chávez zullen uitspreken omdat ze de linkervleugel van hun coalitie of partij tevreden willen houden. En dat de conservatief Uribe (Colombia) als buurman van Venezuela ook niet ver kan gaan in zijn kritiek op Chávez. En dat rechtse leiders van de kleine Midden-Amerikaanse landen hiervoor simpelweg te weinig invloed hebben.

Het is de vraag of Bush Calderón gisteren heeft overgehaald. De verwachtingen vooraf waren niet hooggespannen, omdat Bush zonder meerderheid in het Congres binnenlands zwakker staat dan ooit tevoren. Bush, stelde de kwaliteitskrant El Universal in een hoofdartikel, „verschijnt te laat op het afspraakje en zijn status van pato cojo (lame duck of ‘vleugellam’) maakt dat hij geen echte invloed heeft. Net als veel van zijn voorgangers ontvlucht hij zijn interne problemen door buitenlandse reizen te maken.”

Maar het echte probleem is, stelde Castañeda, „dat Bush Mexico niet de politieke rugdekking geeft die het nodig heeft om de strijd [met Chávez, red.] aan te gaan.” Calderón heeft die nodig omdat ook zijn regeringspartij in het Congres geen meerderheid heeft. Deze moet steeds gelegenheidscoalities aangaan met de twee andere grote partijen, de linkse PRD en de nationalistische PRI. De eerste steunt Chávez; de laatste heeft historisch banden met het Cuba van Fidel Castro, een belangrijke bondgenoot van Chávez. Bush zou daarom onder meer het lang uitgestelde immigratieakkoord tussen beide landen een nieuwe impuls moeten geven, stelde Castañeda.

In gesprek met Calderón beloofde Bush gisteren dan ook opnieuw snel tot nieuwe immigratiewetgeving te komen. „Ik beloof u, uw regering en het Mexicaanse volk dat ik zo hard mogelijk zal werken voor een alomvattende immigratiehervorming .” Circa 12 miljoen illegalen wonen en werken in de VS. De meesten komen uit Mexico of kwamen via Mexico.

Die hervorming bestaat, in de ogen van Bush, uit het naturaliseren van huidige illegalen, een gastarbeidersregeling voor toekomstige nieuwkomers en scherpere grenscontroles. Hij wordt hierin gesteund door de Democraten in de Senaat. Maar in het Huis van Afgevaardigden en onder Republikeinen zijn de plannen veel minder enthousiast ontvangen.

Bovendien uitte Calderón gisteren kritiek („respectloos”) op de muur die de VS willen bouwen langs de grens. En hij weet dat Bush dezelfde beloftes ook al eens deed aan zijn voorganger Vicente Fox. Die ondernam tijdens zijn ambtstermijn (2000-2006) vele pogingen een immigratieakkoord te sluiten, maar het kwam er nooit van. Mexico-Stad zal zich dan ook afvragen hoe hard die gisteren gedane belofte zal blijken.