Boekenbal balanceert tussen ironie en ernst

Met het Boekenbal begon gisteravond de Boekenweek. Kees van Kooten onderstreepte het thema van dit jaar: humor. Verder waren er narren en handelaren, maar vooral veel schrijvers. Plus het nieuwe ironieteken.

Bij de ingang van het ‘Lichtvoetig Boekenbal’ heersten gisteravond scherts, satire en ironie. Een Erasmus-vertolker schudde alle gasten de hand, omringd door een troepje narren. Maar toen iedereen een uurtje later op zijn plaats zat, inclusief eregast en geschenkauteur Geert Mak, was de openingstoespraak van Rob Haans, voorzitter van de Stichting CPNB, verre van ironisch.

Haans wisselde de gebruikelijke adhesiebetuiging aan de vaste boekenprijs in voor een veel politieker statement. Hij prees de culturele verscheidenheid in Nederland en laakte de ‘loyaliteitsdiscussie’ die woedt rondom Kamerleden en bewindslieden met dubbele nationaliteit.

Aan het langdurige applaus dat volgde werd meegedaan door twee van de opmerkelijkste gasten: prinses Laurentien en de schrijfster Naima El Bezaz. De aanwezigheid van die laatste herinnerde aan de ernstigste zaak van deze Boekenweek. Wegens aanhoudende bedreigingen heeft El Bezaz, auteur van De verstotene, haar mediaoptredens stopgezet. Door haar collega’s werd ze in de armen gesloten. A.F.Th. van der Heijden haastte zich van zijn plaats in de zaal om haar te begroeten. El Bezaz zelf meed het contact met de pers.

Wel lichtvoetig was de rest van het podiumprogramma. Minister Ronald Plasterk reikte een lintje (ridder in de orde van de Nederlandse Leeuw) uit aan Kees Fens, de schrijver van het Boekenweekessay en de man die de nieuwe minister enkele jaren geleden nog karakteriseerde als ‘gekuifde ijdelheid’. Plasterk verhoogde zijn prestige bij het boekenvolk door het slot van Theo Thijssens Kees de jongen voor te lezen.

Thijssen speelde ook een rol in het creatieve pièce de resistence van de avond, de meer dan een uur durende voorstelling van Kees van Kooten. Deze gaf daarin een bloemlezing van geestige teksten uit de Nederlandse literaire geschiedenis, viermaal onderbroken door fragmenten uit het televisie-oeuvre van Van Kooten en Wim de Bie en hier en daar geïllustreerd door een groot geprojecteerde cartoon.

Van Kootens teksten waren deels van de literaire humoristen wiens woorden die tot het einde van de Boekenweek op 24 maart alomtegenwoordig zijn: Annie M.G. Schmidt, Remco Campert, Jan Mulder, Gerard Reve, Godfried Bomans, Willem Elsschot en Simon Carmiggelt. Maar hij kwam ook met een onverwachte gasten als Lodewijk van Deyssel, Rinus Ferdinadusse, Jan Blokker en Marie Schmitz.

Van Kooten presenteerde zich nadrukkelijk als verteller op het podium. Hij ging niet verder dan het licht aanzetten van de stem van de auteur wiens tekst hij uitsprak. Pruiken, gekke jasjes of vreemde strapatsen bleven uit. Alles draaide om de taal, meer nog dan om humor. Die ernstige en ook dienstbare benadering maakte Van Kootens optreden tot een uitgesproken literaire performance: wie er ten volle van wilde genieten moest geconcentreerd luisteren en de woorden rustig hun werk laten doen. Dat bleek in de loop van de voorstelling voor het geletterde publiek een zware opgave. Men vermaakte zich vooral bij de televisiefragmenten die Van Kooten vertoonde. Bij de meer concentratie vereisende gedeelten werd en fluisterend gespeculeerd over de precieze duur van de voorstelling en gingen de gedachten kennelijk al uit naar de wandelgangen van de Stadsschouwburg en de daar aanwezige versnaperingen.

Om middernacht verrichtte cabaretier Jurgen Raymann de officiële opening van de Boekenweek door het speciaal ontworpen ‘ironieteken’ te onthullen. Dat deed hij met een sneer naar PVV-voorman Geert Wilders. De uitspraak „Geert Wilders levert een goede bijdrage aan het debat in Nederland” was er volgens Raymann een die een ironieteken nodig had. De feitelijke onthulling gebeurde vervolgens door de eerste twee ironietekens (s-achtige kringeltjes met een puntje eronder) uit het plafond van de schouwburg te laten zakken. Dat die twee tekens zonder de puntjes samen het SS-teken vormden was volgens sommige aanwezigen zeer ironisch. Volgens anderen juist niet.

Ironieteken: pagina 22