Achter de paspoorten

Ver terug in de vorige eeuw verschenen van tijd tot tijd wat somber uitziende affiches met deze tekst: ‘Spreek vrijmoedig over God maar misbruik nooit Zijn naam.’ Was getekend: Bond tegen het vloeken.

In Nederland wordt meer dan ooit gevloekt. Heeft de bond de moed opgegeven of zijn ze daar bang dat zo’n advies als een bedekte aanval op de vrijheid van meningsuiting wordt opgevat? En als een vereniging van gematigde moslims het voorbeeld volgde, zodat je volgende week op de stations kon lezen: ‘Spreek vrijmoedig over Allah maar misbruik nooit zijn naam’, wat zou er dan gebeuren? Zou Geert Wilders er het volgende bewijs in zien dat de tsunami van de islam ons land steeds dichter nadert?

Het politieke debat in Nederland verloopt zelden zonder godsdienstige bijsmaak. Dat kun je jammer vinden, maar al sinds een half millennium is het niet anders. Sommigen hebben van hun Opperwezen te horen gekregen dat ze op sommige dagen in geen geval vlees van een bepaald dier mogen eten. Anderen die een ander Opperwezen hebben, mogen op een bepaalde dag van de week niet voor hun plezier in het water springen. Weer anderen geloven niet in een Opperwezen maar nog wel in Iets dat aan alles ten grondslag ligt.

Dat is allemaal maatschappelijk in orde, zolang de onderscheiden gelovigen elkaar niet met hun overtuiging lastigvallen en de algemene wet respecteren. In Nederland hadden we daarvoor een uniek systeem ontwikkeld: de verzuiling. Dominees, rabbijnen, pastoors, agnosten en hun volgelingen konden naar hartelust debatteren, maar op straat moest je rechts houden.

Met de komst van grote groepen moslims is dat geleidelijk veranderd. Fortuyn heeft de toon gezet. De islam is een achterlijke godsdienst, zei hij.

Het debat dat nu woedt, gaat in principe over de vraag hoe het komt dat groepen moslims niet integreren, en merkwaardig genoeg niet over de geslaagde integratie van andere groepen. Het is, met andere woorden, een selectief debat dat nu een richting ten nadele van de geslaagden heeft genomen, en zelfs van de allerbesten onder hen. Het gaat dus over de twee paspoorten van de staatssecretarissen Ahmed Aboutaleb en Nebahat Albayrak. De heer Wilders heeft geëist dat ze het vreemde paspoort zouden inleveren en anders zou hij hun loyaliteit in twijfel trekken.

Hebt u zelf ervaring met mensen die eigenaar zijn van twee paspoorten. Zeker. Toen de affaire begon, heb ik de meneer bij wie ik sinds jaren mijn sigaretten koop, gevraagd hoeveel hij er had. Ik wist al dat hij moslim is, omdat zijn winkel op islamitische feestdagen dicht is. Overigens verkoopt hij behalve tabakswaren ook Turkse, Marokkaanse, Franse, Britse, Amerikaanse en Nederlandse kranten. Een keurige democraat en aanhanger van Ajax. Nu ging het dus om deze reisdocumenten. Hij wist van het probleem, glimlachte en zei: „Ik heb er twee, want dat is handig.”

Waarom, wilde ik weten. Als hij naar zijn familie in Pakistan ging, liet hij bij aankomst zijn Pakistaanse paspoort zien, en was hij terug op Schiphol, dan kwam zijn Nederlandse tevoorschijn. „Veel vlugger”, zei hij tevreden.

Ik vroeg hem ook nog wat hij van president Musharaff dacht. „Wij hebben een goede koningin”, zei hij.

Terug tot de heer Wilders. Als hij als particulier persoon had gesproken, zou je kunnen denken dat het zijn zaak was en overgaan tot de orde van de dag. Maar deze fractieleider heeft de eigenschap dat hij nooit particulier is. Hij is altijd de vakman en hij verstaat zijn vak. Bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer haalde hij negen zetels. Volgens de meest recente peilingen van Maurice de Hond zou hij nu elf procent van de stemmen halen, wat goed is voor zestien tot zeventien zetels. Je krijgt de indruk dat zijn interventie over de paspoorten hem geen kwaad heeft gedaan.

Wat kan daarvan de oorzaak zijn? Wilders heeft zich nooit op enig teken van racisme laten betrappen. Hij manifesteert zich als een radicale nationalist, met een ondertoon van heimwee naar een ‘vroeger’, een homogeen Holland waar iedereen zich nog netjes gedroeg, met twee woorden sprak en de mannen een das droegen. Zo’n mooi verleden heeft nooit bestaan, maar als politiek ideaal is het in deze nationale chaos bruikbaar. Op zijn manier werkt de heer Balkenende er ook aan mee. Wilders doet het directer, rauwer en dat appelleert aan een dienovereenkomstig deel van het kiezersbestand. Daardoor is hij de motor van een nieuwe polarisatie.

Ik neem nu aan dat dit niet zijn bedoeling is, maar het valt in ieder geval te vermoeden dat althans een deel van de aanhang van de PVV in weinig of niets doet denken aan het idyllische ‘vroeger’, waarin iedereen zijn plaats kende. Door zijn exploitatie van het paspoortenprobleem kapitaliseert hij op een ontluikende Nederlandse apartheid. Recent onderzoek wijst op een groeiende weerstand tegen allochtonen. Volgens Amnesty International denkt 27 procent ‘zeer negatief’ over deze groepen en is 10 procent ‘ronduit racistisch’.

En dan kan de haat van twee kanten komen. Van de Marokkaanse jongeren is 55 procent werkloos, bij de Turken is het 44 procent. Voor allochtonen is het zeer moeilijk een hypotheek af te sluiten. Dit alles zal de integratie ook niet bevorderen.

Voor wie wil weten hoe dat in de praktijk eruit ziet, zijn er weblogs, gemakkelijk op internet te vinden. Het rauwste, het platste racisme grijnst je tegemoet. Ook schrijvers van ingezonden brieven in sommige gedrukte media weten er raad mee. De omgangsvormen zijn niet alleen ‘verruwd’ zoals men zegt. Ondanks boodschappen over normen en waarden en fatsoen dat je moet doen, is het verbaal discriminerend en ronduit racistisch geweld in krachtige opmars.

Ik zeg dus niet dat de PVV een racistische partij is. Maar haar succes van de afgelopen maanden kan doen vermoeden dat er veel meer aan de hand is dan het probleem van de paspoorten. Dat wisten we natuurlijk allang, maar het is nooit gelukt er iets overtuigends aan te doen. Geert Wilders is niet vanzelf gekomen en hij heeft de wind in de zeilen, om het eens op z’n oud-Hollands te zeggen.