‘Regering moet morele moed tonen’

Minister van Buitenlandse Zaken Maxime Verhagen wil meer aandacht voor mensenrechten. Ook in Nederland, voor huiselijk geweld bijvoorbeeld.

Hij zag er ministeriabel uit. Zijn Engels was beter dan dat van zijn voorgangers. En om zijn boodschap kon gisteren, bij de opening van de vierde zitting van de nieuwe VN-mensenrechtenraad in Genève, niemand heen: mensenrechten, zei de nieuwe minister van Buitenlandse Zaken Maxime Verhagen (CDA), „worden vanaf nu een belangrijker onderdeel van het Nederlands buitenlands beleid’’. Ook bij het verstrekken van ontwikkelingshulp moet Nederland volgens hem duidelijker dan voorheen kijken naar de ‘staat van dienst’ van het ontvangende land.

In een bevlogen speech voor diplomaten, ministers en niet-gouvernementele organisaties (ngo’s) prees minister Verhagen gisteren meerdere mensenrechtenactivisten – onder wie de vermoorde Amerikaanse voorvechter van burgerrechten voor zwarte Amerikanen Martin Luther King, de Birmese oppositieleidster Aung San Suu Kyi en de Iraanse juriste en feministe Shirin Ebadi – om hun morele moed. „Die moed’’, zei hij, „moeten regeringen ook hebben. Dat betekent dat we niet timide moeten zijn om mensenrechtenschendingen in alle delen van de wereld aan de kaak te stellen, ook in onze eigen landen’’.

Verhagen gaf als voorbeeld de recente kritiek van een VN-rapporteur dat Nederland het probleem van het huiselijk geweld niet adequaat aanpakt. Mensenrechten zijn universeel, zei de minister. Dus gelden ze ook voor Nederland: „Mijn regering neemt die constatering serieus en gaat daar wat aan doen.’’

Verhagen koos Genève, zetel van de VN-mensenrechtenraad, om zijn nieuwe prioriteiten aan te kondigen. Maar die raad, zoals Verhagen gisteren zelf opmerkte, functioneert niet goed. Hij wordt steeds meer verlamd door politieke twisten: vrijwel alles wat westerse landen voorstellen – zoals een veroordeling van het geweld in Darfur – wordt weggestemd door Afrikaanse en Aziatische landen, die binnen de raad in de meerderheid zijn. Westerse landen stemmen op hun beurt steeds vaker tegen voorstellen van niet-westerse landen, die vervolgens toch worden aangenomen.

Hoe ver komt u in deze frustrerende situatie met mensenrechten als ‘nieuw speerpunt van het Nederlands beleid’?

„Ik sluit mijn ogen niet voor de problemen van de raad. Die polarisatie maakt alles moeizaam. Maar we moeten niet defaitistisch zijn. We moeten juist investeren om de raad alsnog geloofwaardig en gezaghebbend te maken. We gaan ons dus weer kandideren bij de verkiezingen in mei.’’

De raad heeft tot nog toe maar één land, herhaaldelijk, veroordeeld wegens mensenrechtenschendingen: Israël. U bekritiseerde dat in uw toespraak.

„Als je op één land focust, ben je niet serieus bezig. Je kunt Israël veroordelen, maar dan moet je ook Soedan veroordelen wegens schendingen in Darfur – de grootste mensenrechtencrisis van het moment. Dat is nog niet gebeurd.’’

Nederland en de meeste westerse landen weigerden Israël te veroordelen na de inval in Libanon vorige zomer. Krijgen Arabische en moslims zo niet de indruk dat het Westen onverschillig hiervoor is?

„De tekst van die Libanonveroordeling was onevenwichtig. Het was puur Israël bashing. Het opblazen van een bus met Israëlische schoolkinderen, is dat geen mensenrechtenschending?’’

Een veroordeling daarvan zou in deze raad geen meerderheid opleveren.

„Daarom moeten we harder proberen om in deze gevallen Latijns-Amerikaanse landen aan onze kant te krijgen. We moeten veel meer contact met ze hebben. Coalities bouwen. Als de raad geloofwaardigheid en gezag wil hebben, moeten álle landen op dezelfde manier op hun staat van dienst op het gebied van de mensenrechten worden afgerekend. Er zijn genoeg gematigde landen die hier oog voor hebben. Ook in Afrika zijn die er, zoals Zambia.’’

Genoeg om het vernietigende VN-rapport over Darfur dat gisteren verscheen, aangenomen te krijgen? Veel Afrikaanse en Aziatische landen zijn hier tegen.

„Dit rapport moet consequenties hebben. Het geweld in Darfur moet ophouden. Als de raad er niet in slaagt om zich uit te spreken tegen het geweld in Darfur, waar dient ze dan voor? Daarom ben ik vandaag in Genève: om duidelijk te maken dat deze Nederlandse regering op dit terrein nieuwe accenten legt.’’

Rectificatie / Gerectificeerd

In het interview ‘Regering moet morele moed tonen’ (de krant van 13 maart, pagina 3) met minister Verhagen van Buitenlandse zaken, werd Zambia genoemd als voorbeeld van een gematigd land in Afrika. Hier werd Botswana bedoeld.