Red het dorp met een multifunctioneel gebouw

Het nieuwe kabinet wil de Huisvestingswet zo wijzigen dat het bouwen in plattelandskernen voor de eigen bevolking beter mogelijk wordt. Gelet op de verpaupering van veel dorpen met 2.000 à 3.000 inwoners wordt het tijd dat daarvoor aandacht komt.

Maar met het ‘inweven’ van kleinschalige woningprojecten zijn de dorpen niet gered. Daarvoor is meer nodig. Het vertrek van inwoners van plattelandskernen komt niet alleen door een tekort aan woningen, maar ook door een gebrek aan basisvoorzieningen. Om de leefbaarheid van de dorpen te bevorderen moeten kleinschalige voorzieningen terugkomen.

De meeste dorpen tot 3.000 inwoners in Friesland, Groningen, Drenthe, Zeeland, Noord-Brabant en Limburg beschikken slechts over een geldautomaat, TNT postbrievenbus, een kerk, basisschool en dorpskroeg. De geldautomaat is er blijkbaar alleen neergezet ten behoeve van de kerkbijdrage en het kroegbezoek, hoewel het kerkbezoek inmiddels ook op het platteland afneemt. Na de bankfilialen en postkantoren is ook de kleine middenstand vertrokken, waardoor dorpsbewoners gedwongen worden buiten het dorp boodschappen te doen. Het autogebruik op het platteland kan aanmerkelijk worden teruggedrongen door kleine filialen van banken en postkantoren te integreren met de dorpszaal, bakker en een supermarktje in een kleinschalig multifunctioneel gebouw. Het is denkbaar dat ook de huisarts, apotheek, dorpskapper en de inname voor de stomerij in een dergelijk complex worden ondergebracht.

Nagenoeg alle belangrijke culturele en onderwijsvoorzieningen, zoals musea, concertzalen, conservatoria en universiteiten, zijn in de Randstad gesitueerd. Het kan evenwel niet zo zijn, dat het platteland verstoken blijft van basisvoorzieningen. Ik pleit er zeker niet voor om onbeperkt op het platteland te gaan bouwen. Maar een passend voorzieningenniveau in de dorpskernen is toch niet te veel gevraagd.

Door rijksbouwmeester Mels Crouwel en meer in het bijzonder de rijksadviseur voor infrastructuur, Jan Brouwer, wordt nu veel ophef gemaakt over de verloedering van het snelweglandschap door onooglijke en monofunctionele bedrijventerreinen. Maar het landschap verrommelt ook door residentiële, kasteelachtige complexen die her en der in het landelijk gebied zijn en worden neergekwakt. Voorbeelden daarvan zijn Haverleij bij Den Bosch en de vier appartementencomplexen op het landgoed Rust en Vreugde bij Wassenaar. Deze woonvorm in het landelijk gebied voor de beterbemiddelden staat bekend als het ‘landgoed wonen’. De tegenstrijdigheid van deze vorm van het zogeheten ‘goede wonen’ is dat het resulteert in verloedering van het landelijk gebied. Veel monofunctionele vinexwijken ontberen eveneens basisvoorzieningen en hebben geen enkele relatie met het oorspronkelijke stedelijk noch het landelijke gebied.

De tegenstelling tussen het stedelijk en landelijk gebied, die altijd zo kenmerkend is geweest voor Nederland, blijkt steeds meer te vervagen. Het is daarom zaak naast de stadskernen ook de dorpen te versterken met basisvoorzieningen, teneinde het landelijk gebied te behoeden voor verdere horizonvervuiling en onnodige automobiliteit.

Leo Q. Onderwater is architect.