Race om macht en olie in Iran

De hele wereld aast op de energievoorraden van Iran.

Een bedrijf als Shell staat voor ‘nogal een dilemma’: de VS bruuskeren of ‘Iran’ laten lopen?

Ze staan in de rij, de Chinezen, de Russen en ook de Europeanen. Om zaken te doen met Iran, het land met de op één na grootste gasreserves ter wereld, en de op twee na grootste oliereserves. Maar ook het land met een nucleair programma dat internationaal voor grote politieke spanningen zorgt en doelwit is van Amerikaanse en internationale sancties.

Vorige week lekte uit dat het grote Duitse energieconcern Eon in onderhandeling is met gasleveranciers in Iran, in een poging minder afhankelijk te worden van Russisch gas. Vorige maand kondigde het Brits-Nederlandse Royal Dutch Shell plannen aan om een deel van het reusachtige South Pars gasveld in Iran te gaan winnen, samen met een Spaanse oliemaatschappij. Geschatte investering: 10 miljard dollar.

Tot woede van de Verenigde Staten, die juist willen voorkomen dat er geïnvesteerd wordt in de Iraanse energiesector. Washington heeft hiervoor zelfs een wet opgesteld, in 1995. Bedrijven die meer dan 20 miljoen dollar in een jaar investeren in Iran, kunnen sancties worden opgelegd door Amerika. Deze wet, de Iran-Libya-Sanctions-Act (afgekort als ILSA), is vorig jaar verlengd door het Congres, en dus nog steeds van kracht. Maar moeten energieconcerns zoals Shell zich daar wat van aantrekken?

„ILSA is tot op heden niet één keer toegepast”, zegt politicoloogMehrzad Boroujerdi, hoogleraar aan de Syracuse University (New York) en tevens verbonden aan het Middle East Institute in Washington. Opmerkelijk, vindt hij, want in de Iraanse energiesector zijn de laatste zeven jaar miljarden geïnvesteerd. Onder meer door de Franse oliemaatschappij Total, het Italiaanse Eni en de Turkse staat die een gaspijpleiding van Iran naar Turkije heeft aangelegd.

Volgens Boroujerdi schieten de VS zichzelf met deze sanctiewet in de voet, omdat het Amerikaanse energieconcerns verhindert olie en gas te winnen in Iran. Terwijl daar zo veel te halen valt. Zeker nu, zegt Boroujerdi. Iran stelt zijn energiesector open voor buitenlandse investeringen en technologie, om daarmee zijn rijke energiebronnen te gelde te maken.

Hoogleraar Coby van der Linde van de Universiteit Groningen benadrukt de complexiteit van de Iraanse kwestie. „Het is alleen maar lastiger geworden, doordat de energiesituatie in de wereld ingrijpend is veranderd”, zegt ze. Staatsbedrijven uit Rusland, India, en met name China struinen nu de wereld af en proberen, met regeringssteun, olie- en gasdeals te sluiten om de energiehonger van hun thuisland te stillen. Ze zoeken in Venezuela, Canada, Australië, Afrika, en ook in Iran. Van der Linde: „Het land is een smeltkroes van belangen, waarbij sterktes voortdurend worden afgewogen. De Great Game om macht en energie is hier vol aan de gang.”

De Amerikaanse regering heeft tot op heden geen sancties afgekondigd tegen de diverse staatsbedrijven. Ze kunnen hun gang gaan in Iran. Wat ze ook doen. Zo sloot het Chinese staatsbedrijf Sinopec drie jaar geleden een overeenkomst met Iran ter waarde van 70 miljard dollar, voor de aankoop van vloeibaar gas (liquified natural gas, LNG) in de komende 25 jaar en de ontwikkeling van het gigantische Yadavaran olieveld. Voor de Chinezen heeft namelijk het indammen van nucleaire proliferatie, of het respecteren van mensenrechten, geen prioriteit. Energiezekerheid wel. Alleen dat houdt de explosief groeiende economie op stoom.

De regering-Bush kan via andere wegen proberen investeringen in Iran beperkt te houden. Diplomatieke druk bijvoorbeeld. Als gevolg daarvan is India zich twee jaar geleden terughoudender gaan opstellen – de geplande aanleg van een grote pijpleiding voor de aanvoer van Iraans gas via Pakistan, werd afgeblazen. India heeft de banden met de VS wel aangehaald. Vorig jaar sloten ze een overeenkomst waarbij Amerika nucleaire technologie aan India gaat leveren, wat China en Iran weer tegen de borst stuitte.

Wat bij India wel lukte, heeft op China weinig effect. Het land heeft de banden met Iran alleen maar verder aangehaald. China heeft Japan inmiddels verdrongen als belangrijkste importeur van Iraanse olie en gas. En de banden gaan nog dieper. De Chinezen helpen in Iran ook met de aanleg van glasvezelnetwerken, en met de productie van tv’s en auto’s. Volgens Boroujerdi trekt China hiermee Iran de wereldeconomie in. Wat in zijn ogen alleen maar goed is, omdat het de kans op militaire escalatie verkleint. „Hoe meer je probeert Iran in de hoek te duwen, hoe groter de kans op conflicten.”

Pogingen van de VS om via de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties Iran onder druk te zetten, hebben tot op heden alleen nog een zwakke resolutie (eind december) tegen het Iraanse nucleaire programma opgeleverd. China en Rusland, permanente leden van de Veiligheidsraad, spannen zich voortdurend in om de door de VS voorgestelde maatregelen zoveel mogelijk af te zwakken. Logisch, volgens politicoloog Boroujerdi, want de economische belangen van deze twee landen in Iran zijn groot. Zo levert Rusland vliegtuigen, wapens en nucleaire technologie.

Wat betekent dit nu voor energieconcerns als Shell? Bestuursvoorzitter Jeroen van der Veer van Shell heeft er al op gewezen dat het project in Iran zijn bedrijf voor „nogal een dilemma” stelt. Het concern is naarstig op zoek naar nieuwe olie- en gasbronnen, en kan het project goed gebruiken. Maar aan de andere kant zijn er ook de politieke haken en ogen, en de dreiging van sancties.

In het Amerikaanse Congres gaan inmiddels stemmen op om ILSA strikter toe te passen. In vier staten wordt druk uitgeoefend op pensioenfondsen om aandelen te dumpen van bedrijven die meer dan 20 miljoen euro in de Iraanse energiesector investeren. Doelwitten: Total, Eni, Shell, Gazprom, Siemens, Sinopec.

Analisten zeggen dat Shell in de VS verhoudingsgewijs kwetsbaar is, omdat het daar veel tankstations bezit. Opmerkelijk is de stap van het bedrijf om zijn plannen in Iran op te schroeven. Het wil tweemaal meer gas winnen dan oorspronkelijk de bedoeling was. Of Shell zijn plannen doorzet, maakt het later dit jaar bekend.