PvdA, wie weet helpt goed bestuur

Een gedurfde verwijzing kwam van de fractievoorzitter van de PvdA in de Eerste Kamer, Han Noten, in het Zaterdags Bijvoegsel van 10 maart. In een droeve terugblik op de verkiezingen voor Provinciale Staten, die de PvdA zwaar verlies en CDA en VVD een lichte achteruitgang opleverden, besprak Noten het voortgaande afkalven van de steun voor politieke partijen die in het midden bestuurlijke compromissen moeten zoeken, terwijl Marijnissens SP op links en Wilders’ PVV op rechts van een aanhoudend gunstige electorale thermiek profiteren. Noten erkent dat „de linkse beweging” altijd lijdt aan „een verabsolutering van de eigen idealen” en hij herinnert aan de in dit opzicht kenmerkende „meerderheidsstrategie” die de PvdA zo’n 30 jaar geleden hanteerde tegen het politieke centrum, en die als het ware ook diende om zichzelf ideologisch te disciplineren. Die houding – huiselijk gezegd: wij weten het het best, anderen kunnen voor regeerwerk aanschuiven, voor compromissen voelen wij weinig – leeft „nog heel sterk in de partij”. „Mijn achtergrond is een totaal andere”, zegt de Limburger Noten (48), die „voortdurend geïrriteerd” is over de afkeer in zijn club van de compromissen die de politieke leiding sluit. Dan volgt die gedurfde historische verwijzing : ,,(...) Maar ik voel ook een diepere boosheid. Je kunt niet een politieke constellatie creëren, waarin regeren de facto onmogelijk wordt. Dat doet me denken aan de Republiek van Weimar in Duitsland (1918-1933). Bondskanselier Ebert is het regeren onmogelijk gemaakt door links, niet door rechts. Het midden was de enige plek, waar partijen nog bestuurlijke verantwoordelijkheid namen. Maar het midden werd smaller en smaller, terwijl links en rechts aan een meerderheidsstrategie vasthielden. Zo is dat land onbestuurbaar geworden en is de republiek in 1933 gevallen. Ik vind het interessante politieke geschiedenis, maar het is niet de kant die wij in Nederland op moeten gaan.”

Geen wonder dat Marijnissen zondag in het tv-programma Buitenhof als door een adder gebeten reageerde toen hij even met dit citaat werd gekieteld. Noten had de SP immers per implicatie vergeleken met de sterk op de Sovjet-Unie georiënteerde Duitse communistische partij tijdens ‘Weimar’. Deze KPD van Liebknecht en rijkskanselier Eberts SPD hebben door hun voortdurende broederstrijd de Republiek van Weimar volgens vele historici zó verzwakt dat zij er de machtsovername van Hitler en zijn nazipartij in 1933 mee hebben begunstigd.

Dat was dus nogal een verwijt van Noten aan het adres van de SP, waarover PvdA-leider Wouter Bos nog maar een paar maanden geleden zei dat hij haar graag opgenomen had gezien in een nieuwe regeringscoalitie. Marijnissen had dat zelf ook wel gewild, zei hij, maar het CDA had zoiets geweigerd.

Nu, wat men ook van de SP mag vinden, Notens vergelijking gaat niet op. Zij gaat er onder meer aan voorbij dat de SPD zich al in 1916 in het Duitse keizerrijk tot ‘staatspartij’ had gemaakt. Namelijk door in meerderheid akkoord te gaan met de oorlogskredieten waar de uiteindelijk naar Nederland gevluchte keizer om vroeg. En door vervolgens, in 1918/1919, de „Duitse revolutie” – de grondslag van ‘Weimar’ in feite – te verraden met staatsgeweld tegen wat links van haar stond. Zodat de SPD van de arme Ebert zelf de revolutie neersloeg die haar aan de macht had geholpen, zoals Sebastian Haffner dat mooi beschrijft in zijn 1918/1919 Eine Deutsche Revolution. Dat was, met permissie, toch wel wat anders dan de lotgevallen en zorgen van de PvdA hier te lande.

Wat allemaal niet wegneemt dat, net als in Duitsland, het vermogen van grote volkspartijen om radicale groepen op links en op rechts de wind uit de zeilen te nemen een grote knauw heeft gekregen. In West-Duitsland, tot het herenigingsjaar 1990, lukte het de CDU/CSU in het algemeen heel goed om extreem-rechts onder de kiesdrempel van vijf procent te houden.

Dat de toenmalige kanselier Kohl dus ook wel eens voorlopige posities moest kiezen die dat doel dienden, bijvoorbeeld inzake de integriteit van de Oder-Neissegrens met Polen of aangaande wensen van organisaties van verdreven Duitsers, had daarmee te maken. Zoals SPD-kanselier Schmidt radicaal-links in de jaren zeventig onder de duim moest en kon houden.

Schmidt, een erkend goede bestuurder, ging af en toe niet achter maar tegenover zijn kiezers staan. Dat heeft de PvdA-leiding volgens Noten nu ook gedaan door te kiezen voor een coalitie met CDA en ChristenUnie en een compromissoir regeerakkoord. Schmidt bestuurde goed, dat hielp. Wie weet helpt zoiets, een goed bestuur, de PvdA de komende jaren ook.

J.M. Bik is medewerker van NRC Handelsblad.