Privacy en terreur

Als de voortekenen niet bedriegen krijgt een aantal Nederlandse banken binnenkort boetes van het College Bescherming Persoonsgegevens omdat ze gevoelige klantinformatie overhandigen aan Amerikaanse opsporingsinstanties. Dat mag niet zonder de klanten daarover te informeren. De Nederlandse privacybeschermer treedt dan ook terecht op. In een reconstructie in NRC Handelsblad van afgelopen zaterdag bleek deze toezichthouder als klokkenluider op te treden. Het College is al een poosje op de hoogte, net als onder andere het ministerie van Financiën en De Nederlandsche Bank. Iedereen voelt aan dat hier sprake is van een misstand. Maar door de ongelijke machtsverhoudingen durft niemand op te treden, behalve het College.

Voordat de wet is toegepast en de boete uitgedeeld, kan het maatschappelijk en politiek effect ervan al op nul worden getaxeerd. Elders in de wereld worden wegens het omgekeerde (het niet overhandigen van die gegevens) namelijk ook boetes uitgedeeld. En veel hogere. Dan is het voor een bank een kwestie van calculeren. De Nederlandse bekeuring zal diplomatiek worden geïncasseerd. Politiek Den Haag zal aan het adres van de machtige bondgenoot foei roepen, maar niet al te hard. Commerciële en politieke belangen wegen mee.

Het is het lot van de klokkenluider: gelijk hebben maar het niet krijgen. Amerikaanse autoriteiten hebben bij de opsporing van terreurverdachten weinig boodschap aan de grondwettelijk gewaarborgde rechten van burgers, niet alleen die in de VS. Pas de laatste tijd is er meer politieke aandacht voor de excessen bij het ongecontroleerd afluisteren, het ontvoeren en opsluiten van verdachten in buitenlandse gevangenissen, het onthouden van de waarborgen aan krijgsgevangenen in Guantánamo en de draconische maatregelen tegen visa-overtreders.

Persoonsgegevens van de vrije burger mogen slechts worden ‘verwerkt’ indien de betrokkene daarvoor zijn toestemming heeft verleend. Dat is de grondregel uit de wet. Tegelijk moet het de burger duidelijk zijn, of gemaakt worden, dat het Koninkrijk der Nederlanden ook een fictie is. En niet alleen omdat ‘informatie’ niet aan de geografische grenzen van de rechtstelsels is gebonden, maar op lichtsnelheid door de wereld flitst. Nederlandse normen kunnen in toenemende mate alleen nog voor Nederlandse burgers geldend worden gemaakt als ze Europees worden vastgelegd. Nederlands recht is Europees richtlijnenrecht geworden.

Dat geldt ook het strafrecht waarvoor Brussel een ‘clearing house’ wordt. Bestrijding van mensenhandel, valsemunterij, drugshandel, kinderporno, corruptie, terreur: de Europese ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken doen meer gemeenschappelijke zaken. Er bestaat een Europees arrestatiebevel, ‘overlevering’ binnen de EU van verdachten, een embryonale politieorganisatie, Europese databanken. Wie verder durft te kijken, ziet de contouren van een Europees openbaar ministerie. Op dat niveau horen ook de burgerrechten van Europeanen te worden beschermd. Bijvoorbeeld tegen Amerikaanse inbreuken.