‘Papierstroom VN is niet bij te fietsen’

De Nederlander Jaap Doek, nam vorige week afscheid als voorzitter van het Kinderrechtencomité van de Verenigde Naties. Het gaf hem een uniek kijkje in de keuken van de VN.

Er zijn weinig westerse mensenrechtenexperts voor wie Noord-Korea de rode loper uitrolt. De Nederlander Jaap Doek, die vorige week afscheid nam als voorzitter van het Kinderrechtencomité van de Verenigde Naties, is één van hen.

„Toen ik in Noord-Korea een school bezocht, kwam de bovenmeester aandraven met een leerboek over hoe je je als burger gedraagt. Hij deed enorm zijn best om aan te tonen dat daar óók een stukje in stond over het internationale Kinderrechtenverdrag uit 1990. Als ik wilde had ik binnen een week een visum voor Noord-Korea. En in Birma ging het net zo.”

Doek (1942) weet: dat komt doordat hij zich met kinderen bezighoudt. Collega’s die marteling of politieke gevangenen doen, worden jaren aan het lijntje gehouden. Door de oorlogen in Irak en Afghanistan en het Israëlisch-Palestijnse conflict, zegt Doek, loopt elk mensenrechtendebat vast in een politieke patstelling tussen het Westen en de rest van de wereld. Uit woede over Guantánamo Bay en de oorlogen die de VS en hun bondgenoten uitvechten in het kader van de terreurbestrijding, hebben niet-westerse landen weinig geduld meer met ‘pottenkijkers’ van de VN. Zo weerde Soedan laatst een team dat een rapport wilde maken over de situatie in Darfur.

„Bij kinderrechten speelt die politieke polarisatie niet”, zegt Doek, hoogleraar Familie- en Jeugdrecht aan de VU in Amsterdam en één van de pioniers van het Kinderrechtenverdrag van 1990, dat door 140 landen is getekend. In het Kinderrechtenverdrag staat dat kinderen recht hebben op verzorging (zoals onderwijs, onderdak en gezondheidszorg), recht op bescherming (bijvoorbeeld tegen verwaarlozing, geweld of uitbuiting) en recht op respect.

Het Kinderrechtencomité controleert of landen zich aan het verdrag houden. „Geen land durft te zeggen: we lappen het verdrag aan onze laars. Omdat het om kinderen gaat wordt het minder snel politiek dan wanneer je over rassendiscriminatie komt praten.”

Doek is acht jaar (onbezoldigd) lid geweest van het comité, waarvan zes als voorzitter. Dat gaf hem, behalve airmiles, een uniek kijkje in de keuken van de VN – van Algemene Vergadering en Unicef tot Mensenrechtenraad en de Internationale Arbeidsorganisatie ILO. Hij lobbyde voor het afschaffen van kinderarbeid, onderwijs voor iedereen en strengere wetgeving tegen kinderporno of tegen de ‘ouderlijke tik’.

Wat leverde dat op?

„Alles gaat langzaam bij de VN. En je kunt van Sierra Leone niet verwachten dat alle kinderen onder de twaalf morgen ineens naar school gaan. Maar het aantal werkende kinderen is in vijf jaar wereldwijd met 35 miljoen afgenomen. Steeds meer landen verbieden lijfstraffen bij kinderen en stoppen jeugdcriminelen niet meer in één cel met probleemkinderen. Baby’s worden vaker geregistreerd bij hun geboorte, zodat ze rechten hebben. Dat is geen breaking news, wel vooruitgang. Dat komt door het verdrag: je kunt landen die zich er niet aan houden erop aanspreken.”

Hoe kenschetst u de VN-cultuur?

„Als een cultuur van automatismen. Simpel voorbeeld: de papierstroom is niet bij te fietsen. Al-les wordt geprint. Onze aanbevelingen voor het eiland Palau gingen in dikke pakketten naar alle ambassades. Daar verdwenen ze in een la. Niemand die zegt: wie de aanbevelingen voor Palau wil lezen, klikt op die-en-die site.”

Had u inhoudelijk ook last van die automatismen?

„Jaaa. Zo zijn er nog zes andere comités. Die bewaken andere verdragen, zoals dat over politieke en burgerrechten, marteling, enzovoort. Alle zeven comités werken los van elkaar, met eigen regels en werkwijze. Soms krijgen landen van meerdere comités tegelijk het verzoek om enorme rapportages te maken.

„De VN zijn al jaren bezig dat te stroomlijnen, maar het gaat waarschijnlijk nóg jaren duren. Ander voorbeeld: jaarlijks nam de VN-mensenrechtencommissie, waarin 53 landen zaten, routineus een resolutie aan over het belang van kinderrechten. Fijn. Maar wij, experts, kregen de tekst daarvan nooit te zien, zodat we bijvoorbeeld nijpende problemen niet konden aanstippen. Lange tijd waren we er niet eens bíj als de commissie bijeenkwam.”

Waarom niet?

(grinnikend) „We kregen maar eens per jaar reis- en verblijfskosten voor Genève. Wij gingen altijd in juni. En de commissie kwam in maart bijeen, begrijpt u? Uiteindelijk is het geregeld. We kregen zeven minuten spreektijd. Dus veel schoot het niet op.”

Waarom duurt de hervorming van de zeven comités zo lang?

„Omdat iedereen bezig is met de oprichting van de mensenrechtenraad, de opvolger van de commissie. Die raad bestaat sinds juni, maar veel spelregels zijn nog niet geregeld. De 47 landen die erin zitten, twisten nog over vragen als: moeten de speciale rapporteurs blijven bestaan? De sfeer is verzuurd. Westerse landen zijn in de minderheid en raken gefrustreerd.”

Gaat de raad beter functioneren dan zijn voorganger, de mensenrechtencommissie?

„Dat hangt van één mechanisme af. In de commissie zaten landen die de mensenrechten schonden en elke veroordeling van zichzelf tegenhielden. In de raad moeten de landen daarom periodiek zélf door de molen. De vraag is alleen: wie beoordeelt ze? Gebeurt dat objectief? Alleen als voor leden dezelfde regels gelden als voor niet-leden, kan de raad geloofwaardig worden. Maar veel landen voelen niet voor zo’n strenge beoordeling van zichzelf.”

U bent pessimistisch?

„Wie denkt dat je bij de VN even nieuwe schoenen koopt als je op de oude bent uitgekeken, is naïef. Het was niet de schuld van de mensenrechtencommissie dat grove mensenrechtenschendingen onberispt bleven. Dat lag aan het politieke krachtenveld tussen de landen. Dat is niet ineens veranderd nu de raad er is. De slagkracht van de internationale gemeenschap is beperkter dan je zou willen. Waarom kunnen de VN zo weinig doen aan de situatie in Soedan? Omdat China het blokkeert, wegens zijn oliebelangen in Soedan. Als je de VN afschaft en een nieuw orgaan opricht loop je tegen dezelfde problemen aan.”

Zonder VN…

„… wordt het helemaal een zootje. Zijn er helemáál geen mensenrechteninspecties meer mogelijk. Wordt er helemáál meteen geschoten en niet eerst gepraat. Ik ken de kwalen van de organisatie van dichtbij. Gekmakend, soms. Maar zonder VN waren de kinderen op deze wereld nu slechter af. Daar ben ik van overtuigd.”