Ooit waren de Kamerdebatten te saai

Met onparlementair gedrag heeft de Partij voor de Vrijheid de debatten in de Tweede Kamer veranderd. Kamerleden weten niet goed wat ze ermee aan moeten. „Alles is geoorloofd”.

„Geert Wilders tast de grenzen van het politieke debat af”, zegt de Leidse hoogleraar vaderlandse geschiedenis Henk te Velde, die is gespecialiseerd in politieke cultuur. Volgens hem is met Wilders een buitenstaander het parlement binnengedrongen, die zich daar met onparlementair gedrag razendsnel een positie heeft verworven. En de Kamer weet niet hoe te reageren. Tweede-Kamerlid Staf Depla (PvdA): „Vorige week zagen we een spoeddebat-inflatie. Niemand durft meer te vragen of een voorstel wel ergens op slaat. We moeten uitkijken dat dit niet elke week gebeurt, dan wordt de Tweede Kamer een politiek circus.”

De Tweede Kamer lijkt ontregeld na de entree van Geert Wilders’ Partij voor de Vrijheid in de Tweede Kamer. De Kamer ruziede vorige week donderdag over van alles, maar vooral over het reglement van orde. Drie spoeddebatten moesten door een gelegenheidscoalitie van VVD en de Partij voor de Vrijheid van Geert Wilders nog diezelfde dag doorgaan. Het debat over het Tweede-Kamerlid Khadija Arib (PvdA) was het onvriendelijkst: de Kamerleden Wilders (PVV), Henk Kamp (VVD) aan de ene kant en Jeroen Dijsselbloem (PvdA) en Femke Halsema (GroenLinks) kregen ruzie en betichtten elkaar van „schandalige insinuaties”, „onzin”, het „besmeuren” van Arib. Halsema en Sybrand van Haersma Buma (CDA) vielen Wilders op hun beurt aan vanwege de berichten over diens fractiegenoot Dion Graus, die ervan is beschuldigd twee ex-partners te hebben mishandeld. „Alles is geoorloofd”, sprak Halsema Wilders in diens eigen woorden toe.

Politici die breken met Haagse mores, het komt wel eens voor. De socialistische voorman Pieter Jelles Troelstra klom in 1916 op de Kamerbankjes en begon een tirade tegen een liberale collega. In het interbellum, toen communisten en de NSB in de Kamer kwamen, ontstond er zelfs een enkele keer een opstootje. En SP-leider Jan Marijnissen handelde zeer tegen de Haagse gebruiken toen hij tijdens de consultaties voor de kabinetsformatie in 1994 de koningin drie Hema-rookworsten cadeau deed. Te Velde: „Later heeft Marijnissen zich toch aangepast aan de mores van het parlement. Het wordt daarom interessant wat Wilders gaat doen. Als hij zich niet zoals zijn voorgangers aanpast, gaat het er wel dramatisch uitzien.”

Wilders maakt gebruik van de onervarenheid van Kamervoorzitter Gerdi Verbeet (PvdA), zegt Te Velde. „Verbeet heeft nog te weinig gezag om op te treden, zij heeft nog geen heldere lijn gevonden.” Een belangrijk wapen van Wilders is daarbij het reglement van orde van de Tweede Kamer. Dat reglement dateert uit 1815 en wordt van tijd tot tijd aangepast. Het zijn de spelregels voor de Tweede Kamer, maar juridische grond heeft het niet. Dat wist Wilders te gebruiken toen hij een motie indiende om zijn collega Arib te dwingen om te kiezen tussen haar Kamerlidmaatschap of haar Marokkaanse paspoort. Fractievoorzitter Arie Slob (ChristenUnie) zei hierop dat het reglement van orde het de Kamer verbiedt zomaar collega’s uit de Kamer te verwijderen. Wilders’ antwoord: „Ik dien gewoon een motie in zoals ik het wil.”

Henk te Velde: „Wilders stelt zichzelf buiten het reglement van orde, omdat hij zegt te spreken namens de mensen in het land. Hij weet dat het reglement geen spelregelboek is als bij Monopoly. In de politiek worden de regels voortdurend ter discussie gesteld als dat beter uitkomt. Daarom staat de Tweede Kamer ook met de mond vol tanden als Wilders het reglement niet op zichzelf van toepassing acht.”

Het is nu bijna niet meer voorstelbaar, maar er was een tijd dat Tweede-Kamerleden zich zorgen maakten over de saaiheid van het debat in de Kamer. Toenmalig voorzitter Frans Weisglas (VVD) schreef eind 2003 een brief aan het presidium, de vergadering van fractiesecretarissen, dat „de burgers in het land zich onvoldoende herkennen in het werk en de werkwijze van hun volksvertegenwoordigers”. De debatten waren langdradig, abstract en moeilijk te volgen voor mensen die niet dagelijks de politiek volgen, vond Weisglas.

Het was een jaar na de moord op Pim Fortuyn, politici maakten zich zorgen over de kloof tussen burger en politiek. Weisglas, hartstochtelijk voorstander van meer levendigheid in de Tweede Kamer wilde de regels versoepelen. Zo werd het mondelinge vragenuur op dinsdag veranderd: Kamerleden mochten ook met elkaar over actuele onderwerpen in debat gaan. Maar de belangrijkste wijziging zat in het spoeddebat: voortaan zou niet langer de meerderheid van de Kamer beslissen of er een spoeddebat zou komen. Dertig Kamerleden mochten, als zij dat wilden, een spoeddebat op de agenda zetten. Met de VVD (22 zetels) als bondgenoot slaagde de PVV (9 zetels) er vorige week in drie onderwerpen tegelijk op de agenda te zetten.

Als het aan Kamervoorzitter Verbeet ligt, worden de regels nu weer strenger. Kamerleden moeten het spoedeisende belang van een onderwerp aantonen. PvdA’er Staf Depla, lid van de commissie voor de werkwijze, wil niet dat de Kamer tornt aan haar eigen rechten. „De regel is ook bedacht om de oppositie meer bevoegdheden te geven, anders kan de coalitie alles tegenhouden.”