Onneembaar

Ik kan me de dag nog goed herinneren. Op 26 januari 1969 vestigde Kees Verkerk in Inzell een nieuw wereldrecord schaatsen op de tien kilometer in de tijd van 15.03,6. Een dikke twaalf seconden reed hij af van het oude record. Het duizelde voor mijn ogen.

De commentator ter plaatse trad in de euforie buiten zichzelf. Dit was het record dat nooit, nooit, nooit meer zou worden gebroken. Ik zou bijna willen spreken van een heilige herinnering. Een record dat onaantastbaar is, schept rust. Nooit meer zou ik in die ondraaglijke spanning voor de televisie hoeven zitten, terwijl er een record op springen staat.

Twee jaar later was Verkerk zijn record al weer kwijt aan Ard Schenk. Na Schenk kwamen er anderen die onneembare limieten stelden.

En nu hebben we Sven Kramer die zaterdag in Salt Lake City 12.41,69 op de klokken bracht. We laten ons het hoofd niet meer zo snel op hol brengen, maar opnieuw gaan er stemmen op dat de grens van het menselijk mogelijke misschien wel is bereikt. Kramer zelf zegt: „Ik denk dat dit record waar ook ter wereld heel moeilijk te evenaren is.” Ik hoop dat hij gelijk krijgt. De komende tien jaar wil ik qua records rust aan mijn hoofd.

Zou het waar zijn dat de schaatsende mens aan zijn uiterste grenzen begint te raken? Kramer is ook wereldrecordhouder op de 5.000 meter. Zijn coach Gerard Kemkers verklapte onlangs hoe hij de trainingsaanpak voor deze afstand ingrijpend wijzigde. Hoezo is dit een stayersafstand? De 5.000 meter is één lange sprint! Die omslag moeten de schaatsers op de training leren maken. „Je moet zorgen dat de lichamen zich aanpassen aan de training, in plaats van dat je de training moet aanpassen aan de lichamen.” Kemkers erkent dat de aanpak op het randje is. „Je zult eerder mensen kapot maken als je zo gaat werken.”

De vrouwelijke evenknie van Sven Kramer heet Martina Sablikova. In Salt Lake City stelde ze het wereldrecord op de 5.000 meter weer eens scherper. Sablikova is een meisje in een jongenslichaam. Ria Visser wees ons fijntjes op het voordeel van smalle heupjes – je komt er makkelijker mee boven de schaats. Haar hormoonhuishouding schijnt ook al jongensachtig te zijn. Wie weet schaatst ze in de verkeerde categorie.

Hoe dan ook, je kunt in haar een vernieuwster zien. Sablikova is de schaatsster met het extra pasje in de bocht. Beter gezegd, ze maakt het extra pasje als de bocht voorbij is, op het rechte eind. Volgens deskundigen maakt ze maximaal gebruik van de middelpuntvliedende kracht; het „uitversnellen” heeft zijn volmaaktheid bereikt.

Ik zag andere rijdsters experimenteren met het extra hupje. Sablikova’s trainer Novak kon zijn lach bijna niet onderdrukken. Meisjes, meisjes, dit vergt jaren toegewijde training. Alsof dat nog niet genoeg was maakte hij geheimzinnig gewag van een nieuwe innovatie die Sablikova zal toepassen op een „zeer belangrijk” toernooi in de toekomst”.

Bah, dat levert vast weer een nieuw onneembaar record op.