Nederlands bedrijfsleven ontmantelt zichzelf

Chemieconcern Akzo Nobel verdient 11 miljard euro met de onverwachte verkoop van Organon. Dat is een trendbreuk. Krimpen wordt nu beloond met een koerssprong.

Het is niet langer een taboe: een onderneming laten krimpen en beloond worden met een spectaculaire koerssprong.

Bestuursvoorzitter Hans Wijers van Akzo Nobel presenteerde gisteren het bewijs voor het ongelijk van menig belegger, beursanalist en imperiumbouwer. De waarde op de beurs van heel Akzo Nobel blijkt na de verkoop à 11 miljard euro van de complete farmadivisie aan de Amerikaanse concurrent Schering-Plough opeens 17 procent hoger te liggen. Akzo Nobels farmadivisie produceert onder meer anticonceptiepillen en diergeneesmiddelen. Analisten hadden die 11 miljard niet verwacht. Beleggers en speculanten verdrongen elkaar om Akzo Nobel te kopen.

Het einde van het conglomeraat Akzo Nobel is een veelzeggend signaal in een recente reeks grote en kleine structuurveranderingen in het Nederlandse bedrijfsleven. Philips verkocht de meerderheid van zijn halfgeleiderdivisie, TNT verkocht zijn logistieke divisie, Unilever zijn diepvriesproducten, Reed Elsevier en Wolters Kluwer willen hun educatieve activiteiten verkopen, Ahold verkoopt zijn Amerikaanse groothandelsdivisie, Stork moet meer divisies verkopen, zo eisen twee activistische beleggers in het concern, en ABN Amro moet volgens twee andere partijen ook inbinden.

Ook beleggingen gaan de deur uit. Philips doet zijn aandelenpakket in de Taiwanese chipmaker TSMC ter waarde van vele miljarden van de hand. De Telegraaf verkocht vorige week zijn aandelen in de kleinere concurrent Wegener, uitgever van regionale kranten. De financiële wereld heeft zijn onderlinge beleggingen grotendeels ontmanteld. Mede daardoor mist ABN Amro nu een beschermend ‘cordon Hollandaise’.

De juichende reactie van beleggers op Akzo Nobels verkoop onderstreept de groeiende afkeer van ondernemingen die bestaan uit activiteiten zonder, of met maar beperkte, samenhang. Een conglomeraat als Akzo Nobel, met verf, farma en chemie, is voor de geïnformeerde buitenwereld van analisten en beleggers ondoorgrondelijk geworden, mag je opmaken uit de koerssprong. Zou het voor de betrokken managers en de commissarissen die toezicht moeten houden echt veel anders zijn?

De verschillende producten en diensten lopen te veel uiteen, in groeiverwachting, innovatiekansen, marketing, profiel van de afnemers, inzet van kapitaal. Het heeft jaren geduurd, maar de managers van talloze grote ondernemingen laten hun daden spreken: krimp is de kern. De manager moet een treetje afdalen. Hij is ook maar een mens met beperkingen, geen alleskunner.

Small is beautiful, de titel van een spraakmakend boek uit de jaren zeventig, is misschien toch niet alleen een ‘geitenwollensokkenidee’.

De keus voor krimp wordt in de hand gewerkt door twee structurele veranderingen op de financiële markten. De eerste is de komst van speculanten als hedgefondsen en andere grote beleggers, die meer rendement eisen op hun aandelen. Zij zien het laaghangende fruit, en willen het plukken. Elke krimp gaat gepaard met een traktatie: beleggers delen in de opbrengst. Ook bij Akzo Nobel.

De tweede verandering is de gretigheid van private-equitybeheerders die hele bedrijven willen opkopen, om die later met zoveel mogelijk winst door te verkopen. Zij zijn de nieuwe conglomeraatbouwers. Zolang hun beleggingswinsten hoog zijn, tenminste.

Achter deze actieve beleggers, de private-equitybeheerders én de hedgefondsen gaan dezelfde financiers schuil. De pensioenbeleggers die de dure vergrijzing moeten financieren.

Organon: pagina 13, 15