Moedwillige risico’s

Man uit Haarlem vermoordt schoonmoeder en gooit zich daarna met twee zoons (4 en 6) voor de trein. Einde bericht. Dat had het moeten zijn. Rechts onderaan pagina 3. Maar zo was het niet.

„...Schoonmoeder weigerde jongens aan hem mee te geven…toen sloegen bij [de man], die in scheiding lag met de ouders, de stoppen door…ze werd geslagen of gestoken…parkeerde de auto bij hotel De Zoete Inval…aanstormende stoptrein… hevig tegenstribbelende kinderen…Ik zag de jongens door de lucht vliegen.’’ (voorpagina De Telegraaf, vanochtend)

„Even voor de goede orde: je vraagt je toch altijd af: hoe komen mensen tot zoiets?” (Philip Freriks, NOS-Journaal) „Mensen komen niet zomaar tot zoiets… Zeer ernstig probleem…” (professor Clemens Hosman)

„Het ene drama roept het andere op, zou je dat zo kunnen zeggen?” (Freriks)

„Ja…Wanneer dat aandacht krijgt voor televisie…imitatiegedrag…” (professor)

„Ik zei vorige week na het gebeuren in Hengelo nog tegen mijn vrouw: Het is wachten op de volgende zaak.” (Hoogleraar suïcidepreventie Ad Kerkhof in de Volkskrant.)

In het ene medium worden de gruwelijke details van het familiedrama in Haarlem zo sappig mogelijk opgedist, met foto’s van treinen, agenten en ingepakte lichamen en een kaartje. In het andere medium worden de gruwelijke details gecamoufleerd met een quasiwetenschappelijk gesprekje met een professor. Vast element in de berichtgeving over familiedrama’s is altijd het afgeleide onderwerp over berichtgeving over familiedrama’s. Daar zou je voorzichtig mee om moeten gaan omdat je mensen op een idee brengt om ook zoiets vreselijks te ondernemen. Voor de media is dit niet een oorwassing, nee, voor de media is dit gewoon een extra onderwerp, om het blazoen op te poetsen na de ordinaire details van het drama. Na het zoet wat hartigs.

Dit is wat journalistiek is en ik moet er van braken. Peuren en snijden en wrikken en kneden en er dan heel gewichtig en meevoelend over doen. En maar ernstig kijken en zeggen: het is erg, maar als wij het niet doen dan doet iemand anders het. Een journalist loopt ’s nachts langs de dijk naar lijken te speuren, dregt er een uit de sloot, neemt ’m mee naar z’n werk, poetst hem glanzend op en zet ’m op een sokkel in z’n etalage zodat iedereen kan zien wat een mooi, rottend lijk het is. Lijkschouwers zijn het. Wat heb ik aan een fucking kaartje? Om het nog eens na te lopen, als ik in de buurt ben? Wat heb ik überhaupt aan dat hele onderwerp? Als gieren circuleren de media rond het familiedrama in Haarlem en ze prikken erin en ze trekken eraan en ze persen er alles uit wat erin zit, en meer.

Ik ben naïef, ik weet het, maar ik wil hier ook heel graag naïef over zijn. Naïviteit is de basis van de waarheid. Kan iemand misschien deze media aanklagen? Medeplichtigheid tot zelfmoord, met voorbedachte rade, want, hier volgt het betoog van de aanklager, het is wetenschappelijk onderzocht en bewezen dat uitgebreide berichtgeving over dit onderwerp imitatiegedrag oproept. De media zijn hiervan terdege op de hoogte, aangezien zij zelf iedere gelegenheid aangrijpen om te berichten dat imitatiegedrag op de loer ligt. Verder is er tien jaar geleden, na een reeks familiedrama’s, in gemeenschappelijk overleg een gedragscode opgesteld. Het argument dat andere media anders het nieuws over de familiedrama’s zouden brengen, is slap en moreel verwerpelijk. Er worden door de media moedwillig risico’s genomen. Ik zeg: nee, het stopt hier.

Beau van Erven Dorens