Mensenrecht belangrijker

Minister Verhagen zegt dat de Nederlandse regering meer aandacht aan mensenrechten zal besteden.

Ook in Nederland zelf, aan huiselijk geweld bijvoorbeeld.

Hij zag er ministeriabel uit. Zijn Engels was beter dan dat van zijn voorgangers. En om zijn boodschap kon gisteren, bij de opening van de vierde zitting van de nieuwe VN-mensenrechtenraad in Genève, niemand heen: mensenrechten, zei minister van Buitenlandse Zaken Maxime Verhagen, pas een paar weken in functie, „worden vanaf nu een belangrijker onderdeel van het Nederlands buitenlands beleid”.

Ook bij het uitdelen van ontwikkelingshulp moet Nederland volgens hem duidelijker dan voorheen kijken naar de ‘staat van dienst’ van het ontvangende land.

In een bevlogen toespraak voor diplomaten, ministers en ngo’s prees Verhagen gisteren meerdere mensenrechtenactivisten – onder wie Martin Luther King, Aung San Suu Kyi en Shirin Abadi – om hun morele moed. „Die moed,” zei hij, „moeten regeringen ook hebben. Dat betekent dat we niet timide moeten zijn om mensenrechtenschendingen in alle delen van de wereld aan de kaak te stellen, ook in onze eigen landen.”

Voorbeeld: een VN-rapporteur bekritiseerde Nederland laatst omdat het huiselijk geweld niet adequaat aanpakt. Mensenrechten zijn universeel, zei de minister. Dus gelden ze ook voor ons: „Mijn regering neemt die constatering serieus en gaat daar wat aan doen.”

Maar mondiaal leggen de prioriteiten van een land als Nederland weinig gewicht in de schaal. De VN hebben logischerwijs meer impact. Mede daarom koos Verhagen Genève, zetel van de VN-Mensenrechtenraad – hét gezaghebbende orgaan voor mensenrechten -, om zijn nieuwe prioriteiten aan te kondigen.

Maar die raad, zoals Verhagen gisteren zelf opmerkte, functioneert niet goed. Hij wordt steeds meer verlamd door politieke twisten tussen the west and the rest: bijna alles wat westerse landen voorstellen – zoals een veroordeling van het geweld in Darfur – wordt afgestemd door Afrikaanse en Aziatische landen, die in de meerderheid zijn. Omgekeerd stemmen westerse landen steeds vaker tegen voorstellen van niet-westerse landen, die vervolgens toch worden aangenomen.

Hoe ver komt u in deze frustrerende situatie met mensenrechten als ‘nieuw speerpunt van het Nederlands beleid’?

„Ik sluit mijn ogen niet voor de problemen van de raad. Die polarisatie maakt alles moeizaam. Maar we moeten niet defaitistisch zijn. We moeten juist investeren om de raad alsnog geloofwaardig en gezaghebbend te maken. We gaan ons dus weer kandideren bij de verkiezingen in mei.”

De raad heeft totnogtoe maar één land veroordeeld, en herhaaldelijk, wegens mensenrechtenschendingen: Israël. U bekritiseerde dat in uw toespraak.

„Als je op één land focust, ben je niet serieus bezig. Je kunt Israël veroordelen, maar dan moet je ook Soedan veroordelen wegens schendingen in Darfur – de grootste mensenrechtencrises van het moment. Dat is nog niet gebeurd.”

Nederland en de meeste westerse landen weigerden Israël te veroordelen na zijn inval in Libanon vorige zomer. Krijgen Arabische landen en moslims zo niet de indruk dat Libanon ons niet kan schelen? Maken we ons niet, net als zij, aan ‘double standards’ schuldig?

„De tekst van die Libanon-veroordeling was onevenwichtig. Het was puur Israël-bashing. Het opblazen van de bus met Israëlische schoolkinderen, is dat geen mensenrechtenschending?”

Zeker. Maar een veroordeling daarvan zou in deze raad geen meerderheid opleveren.

„Daarom moeten we harder proberen om, als het om dit soort voorstellen gaat, Latijns-Amerikaanse landen aan onze kant te krijgen. We moeten veel meer contact met ze hebben. Coalities bouwen. Als de raad geloofwaardigheid en gezag wil hebben, moeten álle landen op dezelfde manier op hun mensenrechtenrecord worden afgerekend. Er zijn genoeg gematigde landen die hier oog voor hebben. Ook in Afrika zijn die er, zoals Zambia.”

Genoeg om het vernietigende VN-rapport over Darfur van gisteren in de raad aangenomen te krijgen? Veel Afrikaanse en Aziatische landen willen het rapport niet goedkeuren.

„Dit rapport moet consequenties hebben. Het geweld in Darfur moet ophouden. Als de raad er niet in slaagt om zich uit te spreken tegen het geweld in Darfur, waar dient ze dan voor? Daarom ben ik vandaag in Genève: om duidelijk te maken dat deze Nederlandse regering op dit terrein nieuwe accenten legt.”

Rectificatie / Gerectificeerd

Minister Verhagen wordt in het interview Mensenrecht belangrijker (13 maart, pagina 11) als volgt geciteerd: „Het opblazen van de bus met Israëlische schoolkinderen, is dat geen mensenrechtenschending?” Verhagen doelde echter niet op een specifiek voorval. Het citaat had moeten luiden: „Het opblazen van een bus met Israëlische schoolkinderen, is dat geen mensenrechtenschending?”