Handen van de macht

‘Hands over the City’ gaat over de ‘industriële Renaissance’ in Napels.

De film van Francesco Rosi is een wonderlijke mix van fictie en documentaire.

Als de camera over de stad komt aanvliegen zien we eerst een bouwkrater in plaats van de krater van de Vesuvius. En dat is precies hoe Francesco Rosi (1922) zijn geboortestad Napels in Hands over the City (Le mani sulla città, 1963) wil laten zien, als een stad die wordt ondermijnd door mensenhanden. En natuurlijk zijn dat niet de handen van de arbeiders die op de bouwplaatsen werken, maar de handen van de macht: de projectontwikkelaars en de politici, verstrengeld in die wurggreep die maffia heet.

Hoofdpersoon is bouwmeester Edoardo Nottola (Rod Steiger) die zich ten doel gesteld lijkt te hebben om in rap tempo heel Napels te herbouwen. Het is begin jaren zestig en in Zuid-Italië heeft een ‘industriële Renaissance’ plaats.

Maar Nottola bouwt geen huizen voor de arbeiders. Hij heeft ze hun eigen huizen laat afbreken om plaats te maken voor angstaanjagend geometrische woontorens, waarvan de raampjes je als holle ogen aanstaren. Nottola bouwt huizen zo hoog als bomen, die wankelen op fundamenten die diep in de kalkstenen bodem van de stad moeten wortelen om overeind te blijven staan. Megalomane symbolen.

Hands over the City is een wonderlijke mix van ‘fictionele documentaire’ (het genre waartoe bijvoorbeeld Rosi’s film Salvatore Giuliano werd gerekend), melodrama, thriller, Griekse tragedie en Italiaanse opera. Geen twijfel mag bestaan over Rosi’s intenties om een kritisch portret te schil-deren van de politieke machinaties die het leven in Napels in de jaren zestig voorgoed begonnen te corrumperen.

Maar het realisme van zijn tijd, met veel amateuracteurs en mensen, inclusief leden van de gemeenteraad die zichzelf spelen, is toch een ander realisme dan dat van vandaag. Het is geworteld in filmtaal en stijl. Het wordt gedreven door de betekenis van beelden.

Als de camera de buitenwereld verlaat om neer te duiken op een levensechte (en bijna levensgrote) maquette, dan weten we meteen: hier gaat van alles gebeuren wat het daglicht niet kan verdragen. En duisterder wordt het nog. Want als de ramp is gebeurd (geen vulkaanexplosie, maar een implosie, er stort een woonhuis in) die de gebeurtenissen in beweging zet, dan moet de camera nog verder afdalen. In de steegjes, waar de zon nooit het wegdek raakt. En in de achterkamertjes van de Napolitaanse politiek.

Er is hier al vaker lof gezongen op de geweldige dvd-uitgaven van het Amerikaanse label The Criterion Collection, dat er keer op keer een erezaak van maakt om films alleen vergezeld door de best mogelijke extra’s uit te geven. Vooral bijzonder is de documentaire Neapolitan Diary die Rosi in 1992 voor de Italiaanse televisie maakte die integraal op de tweede dvd (te midden van nog meer fijne commentaren, toelichtingen en interviews) is opgenomen.

Hierin keert Rosi terug naar Napels, laat een aantal van zijn oude protagonisten aan het woord (onder meer oppositieleider Carlo Fermariello die in de film min of meer zichzelf speelt), en moet natuurlijk concluderen dat er niet zoveel veranderd is.

Maar dat is nou eenmaal het lot van de geschiedenis. Hij neemt de jonge leden van zijn crew mee voor een tochtje naar die andere krater, die slapende vulkaan. En laat een geoloog uitleggen dat het geen geruststellend teken is als vulkanen slapen. Want hoe langer ze niet van zich laten horen hoe sneller het ‘historische bewustzijn’ (ja, zijn woorden) over zijn gevaar verdwijnt. Het venijn zat er ook bij de 84-jarige Francesco Rosi nog goed in.

dvd

Hands over the City (Le mani sulla città) The Criterion Collection, nr. 355

Film *****

Extra’s *****