Greep Kamer op financiën klein

Controle op de bestedingen van de overheid is prima, maar invloed heeft de Kamer nauwelijks, bleek gisteren op een hoorzitting voor financiële specialisten.

Wie heeft de hand op de knip? De Koning, de minister van Financiën of het parlement?

Het recht op de goedkeuring en amendering van de begroting behoort tot de oudste taken van het parlement. Maar het budgetrecht van de Tweede Kamer is in de politieke praktijk niet altijd een vanzelfsprekende zaak, bleek gisteren tijdens een hoorzitting die op initiatief van Kamerlid Crone (PvdA) in de Kamer gehouden werd.

Zo weigerde voormalig minister van Financiën Zalm (VVD) eens om in te stemmen met de wens van een Kamermeerderheid om minder geld uit te geven. De Kamer zei ‘nee’ en Zalm deed het toch. In andere gevallen weigerde Zalm om extra uitgaven te doen omdat hij naar zijn zeggen geen bestedingsverplichting had, ook als de Tweede Kamer daar per amendement om vroeg.

Juridisch had Zalm geen poot om op te staan, betoogde een vijftal deskundigen op het gebied van bestuurskunde en staatsrecht in de hoorzitting met de financiële woordvoerders in de Kamer. Kamerleden kunnen een minister altijd verplichten om meer geld uit te geven; als de minister daar geen zin in heeft, beschikt de Kamer als uiterste machtsmiddel over de bevoegdheid om een bewindspersoon naar huis te sturen.

Echte greep op de overheidsfinanciën heeft de Kamer trouwens nauwelijks. Begrotingsposten zijn zo algemeen opgesteld dat er weinig aan te veranderen valt. En het regeerakkoord heeft de publieke financiën voor een kabinetsperiode goeddeels dichtgetimmerd.

Dit laat onverlet dat de controle op de Nederlandse overheidsbestedingen uitzonderlijk goed is: 99 procent van de bestedingen voldoet aan de rechtmatigheidseisen die de overheid eraan stelt, aldus bestuurskundige A. Bestebreur (Erasmus Universiteit). Maar de kosten van alle financiële controles zijn hoog. Bestebreur pleitte voor minder gedetailleerde regelgeving en minder frequente controles op de uitgaven. De extra kosten die deze met zich meebrengen, wegen volgens hem niet op tegen de opbrengsten.

Politiek en pers maken zich jaarlijks vrolijk over de begroting naar aanleiding van de Miljoenennota die op Prinsjesdag wordt gepresenteerd. Maar daaraan valt nauwelijks iets te veranderen.

Interessanter, aldus bestuurskundige G. Minderman (Vrije Universiteit), is om te kijken naar de meerjarenramingen, de prognoses voor een periode van vier jaar. Hierin zit meer speelruimte voor politici om overheidsuitgaven bij te sturen. Ook zou de Kamer moeten eisen dat voor uitgaven een minimum van kracht is, om zogenoemde onderuitputting (minder uitgeven dan begroot) te voorkomen.

Kamerlid Blok (VVD) vroeg tijdens de hoorzitting aandacht voor de zijns inziens onrechtmatige betalingen van Nederland aan de Europese Unie. Nederland maakt jaarlijks zijn afdracht aan Brussel over, terwijl de Europese Rekenkamer ieder jaar opnieuw vaststelt dat de rechtmatigheid van de Europese uitgaven niet is vast te stellen. „In Nederland zouden we allang gezegd hebben: ‘U krijgt uw geld niet meer’”, aldus Blok. Volgens hem is de Kamer hierdoor „medeplichtig aan een misdaad”.