Enorme roof van Thracische oudheden

Thracische kunstschatten reizen door Europa als reclame voor Bulgarije. De herkomst van de objecten is onduidelijk. Roof en heling van oudheden zijn legio in Bulgarije.

De schattingen over de illegale handel in oudheden in Bulgarije lopen uiteen 600 miljoen tot 3,5 miljard euro per jaar. „Hoe dan ook een verontrustend volume”, zegt cultureel adviseur Riemer Knoop. Hij is sinds anderhalf jaar betrokken bij een project in opdracht van de Nederlandse ministeries van OCW en Buitenlandse Zaken waarin de Bulgarije steun krijgt bij de bescherming van roerend erfgoed.

Sinds de ineenstorting in 1989 van het communisme zijn archeologische vindplaatsen vogelvrij. Naar schatting 200.000 schatgravers en kunstdieven stelen uit slecht bewaakte musea en graven illegaal naar kostbaarheden uit de Griekse, Romeinse en Byzantijnse perioden. De schatgravers richten zich vooral op de kunstschatten van de Thraciërs, die gedurende het eerste millennium voor Christus hun aanzienlijke doden begroeven in grote graftombes met kunstig bewerkte bronzen, zilveren en gouden voorwerpen. Van de 15.000 bekende tombes is tweederde leeggeroofd.

De illegaal opgegraven voorwerpen verdwijnen gemakkelijk uit Bulgarije, waarna ze op veilingen elders in Europa veel geld opbrengen. Een groot deel is terechtgekomen in de privéverzamelingen van Bulgaren die na de val van de Muur hun fortuin hebben gemaakt. De bekendste collecties zijn die van Dimitar Ivanov, voormalig Olympisch worstelkampioen Boyan Radev (vooral iconen en schilderkunst) en Vassil Bozhkov, die zijn fortuin heeft gemaakt met projectontwikkeling en casino’s.

In Bulgarije bestaat de indruk dat de herkomst van de verzamelingen niet volledig legaal is, zegt Knoop. „Bozhkov geeft openlijk toe dat hij kunst koopt via dealers die van schatgravers kopen. Maar daarmee redt hij volgens hem juist Bulgaars erfgoed.” Ivanov, van wie nu de voorwerpen in Maastricht te zien zijn, ontkent overigens illegale voorwerpen te hebben. De Bulgaarse justitie heeft aangeven onderzoek te zullen doen naar de herkomst van de verzamelingen.

Ivanov en Bozhkov hebben beiden hun collectie ondergebracht in stichtingen met namen als de Aretè (Deugd) Fol Foundation en de Thrace Foundation en zouden hun bezittingen in een privémuseum willen tentoonstellen. Tot nu toe hebben ze daar geen vergunning voor gekregen, omdat politieke overeenstemming ontbreekt. President Parvanov heeft al voorgesteld om de privé-verzamelaars vanwege hun „bijdrage aan de redding van Bulgaars erfgoed” een soort amnestie te verlenen.

Voorlopig zijn delen van de collecties van Bozhkov en Ivanov wel te zien in speciaal ingerichte zalen in het Nationaal Historisch Museum en het Instituut voor Archeologie van de Academie van Wetenschappen in Sofia. Vooraanstaande Bulgaarse archeologen hebben uit pragmatisme meegewerkt aan de publicatie van de verzamelingen in glanzende catalogi. „Sommige voorwerpen zijn van een kwaliteit die ik nog nooit heb gezien, maar nergens staat de herkomst vermeld”, zegt Knoop, van huis uit klassiek archeoloog. Het onderzoek van justitie naar de verzamelingen leverde niets op, weet hij. „Onder Bulgaars recht moet je illegale herkomst uit roofopgraving of diefstal overtuigend aantonen, anders kun je niks.”

Intussen reizen Thracische voorwerpen, onder meer afkomstig uit de collecties van Ivanov en Bozhkov, door Europa om te laten zien dat Bulgarije nu deel uitmaakt van de EU. Het levert prestige en geld op. En dat kunnen ze gebruiken, want volgens Knoop: „Een grote reizende tentoonstelling levert Bulgarije al snel 100.000 tot 200.000 euro op. Dat is veel, als je weet dat de overheidsbijdrage aan alle Bulgaarse musea nog geen 2 miljoen euro is.”