De timing van trekvogels

Vanavond in Wageningen spreekt prof. Arie van Noordwijk van het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW) over vogeltrek.

Elk voorjaar keren miljoenen trekvogels terug uit het zuiden. Kampioen langeafstandsvliegen is de Noordse stern. Die overwintert aan de zuidpool en broedt aan de noordpool, 17.500 kilometer enkele reis. De boerenzwaluw, zelf niet zwaarder dan een zakdoek, legt zo’n 12.000 kilometer af. Een rietzanger van 10 gram verdubbelt kort voor de trek zijn gewicht en kan dan met die vetreserves precies 100 uur non-stop vliegen. Van alle zangvogels die wegtrekken keert in het voorjaar maar een kwart terug, zegt evolutiespecialist Arie van Noordwijk.

Wanneer moet je als trekvogel vertrekken?

„Het intrigerende is dat een trekvogel altijd op veranderende omstandigheden vooruit moet lopen. Zolang de omstandigheden nog goed zijn, propt hij zich vol om daarna een topprestatie te leveren. We weten nog niet echt goed door welke prikkels dat wordt aangestuurd.

„Vooral bij zangvogels wordt de trekdrang sterk van binnenuit gestuurd. Ook onder strak gecontroleerde laboratoriumomstandigheden, altijd even warm, met evenveel daglicht, worden ze tweemaal per jaar heel onrustig, ze gaan andere dingen eten en worden ’s nachts actief. Die interne sturing spoort niet precies met het kalenderjaar – een goede synchronisatie vraagt blijkbaar ook externe prikkels. Daglengte is in de gematigde streken een betrouwbare indicator. In Oost-Afrika oriënteren vogels zich misschien meer op de regentijd.”

Hoe flexibel zijn trekvogels?

„Zangvogels reizen individueel. Ouders vertrekken meestal eerder dan hun jongen. Meestal zijn die jongen ook flexibeler, oudere zangvogels hebben hun vertrouwde trekpatronen. Zangvogels profiteren van hun levenservaring, dat wordt nogal onderschat. Belangrijk zijn ook goede oriëntatiemechanismen, zoals op het aardmagnetisch veld en de polarisatie van het sterrenlicht. Sinds kort weten we dat jonge zangvogels voordat ze definitief wegtrekken, een paar nachten rondvliegen om zich te leren oriënteren op de sterrenhemel.

„Bij waterwild is het trekgedrag deels cultureel bepaald. Ganzen trekken in gezinsverband, de jongen leren de routes van hun ouders. Je kunt ganzen of kraanvogels nieuwe trekroutes leren. Maar op ooievaarsstations zie je de jongen van gekortwiekte ouders toch ook weer op eigen houtje naar Afrika trekken – essentieel is dat leren nou ook weer niet.”

Wat betekent klimaatverandering voor de juiste timing van de trek?

„Als het voorjaar vroeger valt, kan eerder aankomen voordelig zijn. Sommige vogels vervroegen hun hele cyclus – ze arriveren eerder en verdwijnen eerder. Blijkbaar geeft hun interne klok na een vast aantal weken om te broeden en hun veren te ruien het vertreksein. Andere soorten komen vroeger aan én blijven langer hangen. Een goede timing van de vogeltrek is enorm belangrijk. Maar we weten niet goed in hoeverre vogels hun timing kunnen aanpassen, want over de erfelijke achtergronden van die sturingsmechanismen is weinig bekend.”

Vanavond om 20.00 uur in Wageningen: Bevrijdingskerk, Ritzema Bosweg 18. Organisatie: Volksuniversiteit Wageningen en Studium Generale. Kosten: donateurs: 12,50 euro, overigen: 14 euro, studenten gratis.