Christian Scott zocht niet rand van de afgrond

Concert: Christian Scott. Gehoord: 12/3 Melkweg, Amsterdam.

Zoals in Nederland het jonge trompettalent Rik Mol prima aan de weg timmert, springt in de Verenigde Staten Christian Scott in het oog. De 22-jarige trompettist uit New Orleans voltooide nog maar net zijn (versnelde) studie aan het befaamde New Yorkse Berklee College of Music, of er lag al een cd in de winkels. Op zijn debuut Rewind That presenteert Scott zich, als voortrekker van een nieuwe generatie jazzcats, met hippe fusionjazz waarin zowel invloeden uit de r&b en hip hop als bebop-elementen terug te horen is.

Dat hij de platendeal met het belangrijke jazzlabel Concord waarschijnlijk aan zijn mentor, oom en altsaxofonist Donald Harrison te danken heeft, schept hoge verwachtingen. De hoge inzet werd onlangs verzilverd – het album kreeg een Grammy-nominatie. Door deze opmerkelijk snelle gang van zaken is de jonge musicus nu ook overal in Europa te beluisteren.

Gisteravond gaf de in pak gestoken Scott in de Amsterdamse Melkweg een concert met eveneens jonge begeleiders op toetsen, gitaar, bas en drums. Voortvarend begon hij met een aantal nieuwe composities. Want, legde hij uit, er is alweer een nieuwe cd in aantocht. Nu is zijn debuut hier pas net een maand te krijgen, maar snel viel op dat de trompettist doorgaat op dezelfde weg: onderhoudende elektronische jazz met luchtig samenspel.

Toch viel er weinig muzikale frictie te bespeuren. De stukken klonken veelal smoothjazz-achtig, met keurig gedoseerde solo’s over de melodie. De basis bestond uit vrij eenvormige, uit de pop en funk geleende drums met daarbij groovende basloopjes. Hierover improviseerden trompet, gitaar en Fender Rhodes, elkaar beleefd en afgesproken afwisselend.

Scott had een zoete, beetje hese toon op zijn net zo uniek gebogen trompet als Dizzy Gillespie. Maar de grote belofte zocht niet vaak de rand van de afgrond op. Gitarist Matt Stevens bood met wat rockgitaar tegengas. Dat leek Scott wel op te winden, maar het kwam niet uit zijn tenen. Waar was die aanstekelijke bravoure en bewijsdrang die je vaak ziet bij aanstormende spelers? Op de speelse en dance-achtige bewerking van de Miles Davis hit So What na bleef het bij vriendelijke, winstloze jazz met open eindes.