Bouwproject met meerdere functies is probleem

De bouw is de afgelopen tien jaar te veel versnipperd, zegt hoogleraar civiele techniek Leo Wagemans. Daardoor is niemand meer verantwoordelijk voor het geheel.

Rotterdam, 13 maart. - Over stations en ziekenhuizen maakt hoogleraar civiele techniek Leo Wagemans zich niet „een, twee, drie” zorgen. Over een ander type bouwprojecten wel. De grote commerciële projecten waarin functies ‘gestapeld’ zijn, zoals parkeren, winkelen en wonen. Het Bos en Lommerplein in Amsterdam is zo opgebouwd, en het woonwinkelcentrum in het centrum van Almere ook. Maar er zijn veel meer van dit soort winkelcentra in Nederland, bijvoorbeeld in Breda en Amersfoort. „Ze hebben meestal gemeen dat de constructie ingewikkeld is, dat veel partijen betrokken zijn en dat de opdrachtgevers commerciële projectontwikkelaars zijn.”

Wagemans vindt dat het ministerie van VROM (Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieubeheer) onderzoek moet doen naar de veiligheid van deze complexen, net zoals dat is gedaan naar de draagkracht van platte daken toen een aantal daarvan bezweek onder regen en sneeuw. Naast zijn hoogleraarschap civiele techniek aan de TU Delft, zit Wagemans ook in de commissie Leren van Instortingen, met aannemers, projectontwikkelaars en ambtenaren van VROM.

Het onderzoek moet zich richten op de laatste tien jaar, want in de periode is de bouw „versnipperd” geraakt, zegt Wagemans. Door toenemende concurrentie zijn aannemers zich steeds meer gaan specialiseren op deelterreinen en niemand is nog verantwoordelijk voor het geheel.

De afgelopen jaren bleek een aantal bouwprojecten gebreken te vertonen. In het beton van het Amsterdamse Bos- en Lommerplein ontstonden scheuren en platte daken van een Ikea, een zwembad en een parkeerdek begaven het.

Vanmorgen werd uitspraak gedaan in de zaak die tot nu toe de ernstigste gevolgen had: twee mensen overleden in 2003 nadat ‘zwevende’ balkons losraakten van een appartementencomplex in Maastricht. Vanmorgen werd de hoofdconstructeur veroordeeld tot een geldboete van 22.500 euro wegens dood door schuld.

Bij veel bouwprojecten is er tegenwoordig helemaal geen hoofdconstructeur meer, die het totaal overziet. Omdat het werk versnipperd is, gebruiken aannemers vaak een eigen constructeur. Maar die overziet maar een deel van het geheel, zegt Wagemans. En door de concurrentie kiezen bouwers er ook vaak voor juist op het toezicht door de constructeur te bezuinigen.

Het onderzoek dat Wagemans voorstelt naar de woon-, parkeer- en winkelcombinaties kan in eerste aanleg gedaan worden door middel van een steekproef en deels op papier, vindt hij. Want aan de bouwplannen, contracten en berekeningen kun je al risico's aflezen, zegt hij. Bijvoorbeeld de afwezigheid van een „dominante architect” die van begin tot einde betrokken is. „Soms ontwerpt een architect alleen een globale visie op een gebied. Daarna werken dan verschillende architecten deelontwerpen uit.” Ook een beperkte inzet van een ingenieursbureau is een aanwijzing, want zij zijn verantwoordelijk voor de constructie. Uiteindelijk moet bij een deel van de complexen ook „in het beton gehakt worden”, vindt Wagemans. Alleen dan kun je zien of de uitvoering, bijvoorbeeld de wapening in het beton, wel overeenkomt met de tekeningen.

De kans dat zo'n onderzoek wordt uitgevoerd, acht Wagemans zelf klein, alleen al omdat het duur is. Maar ook omdat de overheid, het ministerie van VROM, volgens hem tweeslachtig omgaat met de verantwoordelijkheid voor veiligheid van gebouwen. „Vertrouwen op zelfregulering is niet voldoende. Veiligheid is een overheidstaak, ook het toezicht daarop.”

Hij denkt dat er door zaken als het balkondrama in Maastricht wel iets verandert in de bouwwereld. Bij bouwers maar ook bij de diensten Bouw- en Woningtoezicht van gemeenten. Zij realiseren zich volgens hem dat ze vaker daadwerkelijk moeten controleren op bouwplaatsen.