Biodiversiteit gered door de schaduw

Grote schaduwrijke bomen in het regenwoud zorgen voor behoud van de biodiversiteit.

Dat is beter dan kale plantages, al is kaalslag nog altijd winstgevender.

Een keurmerk voor cacaoplantages met hoge, schaduwrijke bomen kan helpen de biodiversiteit rondom Indonesische regenwouden op peil te houden. Dat concludeert een team wetenschappers dat de snelgroeiende cacaobouw heeft bestudeerd langs Lindu National Park, op het Indonesische eiland Sulawesi.

Volgens de wetenschappers is het verbouwen van cacao in de gedeeltelijke schaduw van niet gekapte woudreuzen uit het voormalige oerwoud een optimale manier om economische vooruitgang te combineren met het behoud van biodiversiteit en de functie van ecosystemen. De studie is online verschenen in het wetenschappelijke tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences (PNAS).

Het 230.000 hectare grote Lore Lindu National Park is een van de 25 kwetsbare ecosystemen met een hoge biodiversiteit die de Amerikaanse bioloog Norman Myers heeft opgenomen in de jongste mondiale inventarisatie van deze zogenoemde hotspots. Het is het laatste toevluchtsoord voor verschillende soorten makaken, ’s werelds kleinste rund de anoa, en de babirusa, een dier met grote slagtanden dat het midden houdt tussen een varken en een nijlpaardje.

„Het is een van de beter functionerende nationale parken in Indonesië”, zegt mede-auteur Merijn Bos, tegenwoordig verbonden aan het Staatliches Naturkundemuseum in Stuttgart. „Bewoners van dorpen aan de westkant worden ingezet als local rangers. Aan de oostkant zijn er wel problemen geweest met migranten die het park zijn binnengetrokken.”

Langs de randen van het park heeft zich een cacao boom voltrokken, zegt Bos. Tussen 1983 en 2002 is het gebied dat daar in cultuur is gebracht voor koffie en vooral cacao gegroeid van 57 naar 133 vierkante kilometer.

Verrassend genoeg toont de studie aan dat het in cultuur nemen van regenwoud leidt tot een toename van de soortendiversiteit van planten (afgezien van de bomen), mieren en kevers. Volgens de auteurs zijn deze soorten representatief voor de totale diversiteit. „60 procent van de regenwoudsoorten verdwijnt, maar daar komen veel andere soorten voor in de plaats”, zegt Bos. „Die toename hadden we niet verwacht, al moet ik erbij zeggen dat we de diversiteit in de hogere kroonlagen van bomen buiten beschouwing hebben gelaten.”

De diversiteit bleef hoog zolang op de cacaoplantages ten minste 50 procent van het bladerdak overbleef. Bos promoveerde vorig jaar aan de universiteit van Göttingen op een inventarisatie van kevers en mieren in het gebied. „Ik heb ruim 100 mierensoorten en meer dan 800 keversoorten gevonden. Van de mierensoorten zijn er zo’n 80 op cacaobonen gevonden, van de keversoorten zijn dat er zo’n 700. Veel soorten zijn nieuw voor de wetenschap, al zal de determinatie nog jaren in beslag nemen. Ik weet in elk geval dat een aantal mijn naam zal dragen.”

Volgens de in PNAS belichte studie gaat de diversiteit pas écht omlaag op cacaoplantages zonder bladerdak. Kaalslag is evenwel nog altijd het meest winstgevend. Cacaobouw in een gebied waar nog 65 tot 80 procent van de hoge bomen over zijn, levert per hectare jaarlijks 285 euro op. Op een areaal dat slechts tussen 35 en 50 procent begroeid is, is dat 564 euro.

Bos merkt op dat de kale plantages vooral in handen zijn van rijke boeren met moderne technieken. „Dat kan een rol spelen bij de hogere opbrengst. Zeker is dat de boeren gloven dat kale plantages het meest opleveren. Armere boeren zijn nu nog geneigd op hun land wat vruchtbomen te laten staan voor hun eigen levensonderhoud zoals avocado of ramboetan. Toch is de trend duidelijk in de richting van verdere intensivering. Dat is funest voor de biodiversiteit.”

Bos pleit ervoor dat Indonesië het Zuid-Amerikaanse voorbeeld volgt. Boeren die telen op schaduwrijke percelen in Brazilië, Columbia en Mexico komen in aanmerking voor een certificaat voor natuurvriendelijke shade grown coffee, ontwikkeld door een organisatie die gelieerd is aan het Smithsonian Institute, de Amerikaanse museumbeheerder. Bos erkent dat zo’n certificaat de lokale bevolking een extra prikkel zou kunnen geven om tropisch woud in cultuur te brengen. „Maar dat is niet tegen te houden”, zegt hij. „De zaken houden zoals het was, is in Indonesië politiek en praktisch onmogelijk.”

Bekijk de site van Merijn Bos: www.beetle-diversity.com