Bevlogen en bankroet

Veel jonge startende ondernemers onderschatten de kosten van hun bedrijf. Financiële problemen zijn vaak de oorzaak van een snel faillissement.

‘Ik heb vrijwel alle fouten gemaakt waarvoor ik toch echt was gewaarschuwd”, vertelt Michael Zijlstra (24), die een hopeloos mislukte start als ondernemer maakte. Zijn tegelzetbedrijfje was na amper één jaar al verleden tijd. Hoewel, verleden tijd? „Ik was toen amper achttien, maar zoiets neem ik vermoedelijk mijn hele leven mee. Ik was te enthousiast, liet me niet afremmen door kennissen en instanties die mij toch duidelijk vertelden wat ik wél en wat ik vooral niet moest doen.”

Bij de Kamer van Koophandel was men uiterst behulpzaam, wees men Zijlstra op mogelijke valkuilen en adviseerde hem daar waar mogelijk. Zijlstra stelde echter verkeerde prioriteiten: hij richtte zich vooral op zijn werk. „Het belangrijkste was dat ik niet eens had doorberekend wat ik uiteindelijk als eigen baas zou verdienen. Ik keek alleen naar de opbrengsten, maar bedacht niet dat er aan het ondernemerschap ook kosten verbonden zijn”, verzucht Zijlstra. „Ik ben er wijzer van geworden, niet gelukkiger.”

Zijlstra is allerminst een uitzondering. Nederland heeft heel veel kleine bedrijfjes, voor een groot deel opgezet door jeugdige ondernemers. Samen verzorgen de 480.000 ondernemingen in het midden- en kleinbedrijf (MKB) de helft van de werkgelegenheid in Nederland. Vier van de vijf startende ondernemingen overleven echter de eerste vijf bestaansjaren niet, veelal door financiële problemen. Nederland is mondiaal koploper als het gaat om het aantal faillissementen.

Veel jonge ondernemers klagen over bureaucratie en regelgeving. Zijlstra: „Als ik me wat minder op die administratieve rompslomp had hoeven richten, weet ik zeker dat ik het wel gehaald had. Van die betutteling door de overheid ben ik echt geschrokken.”

Jonge ondernemers blijken de problemen vaak verkeerd in te schatten. Niet iedere creatieveling is immers een Ben Woldring, de succesvolle internetondernemer die als minderjarige al fortuin maakte. „Misschien is dat ook wel tekenend voor jongere starters in de bouwnijverheid. Ik vermoed dat het sneller fout gaat bij iemand die timmerman of tegelzetter wordt, dan bij iemand die in de IT zit. Die zijn misschien toch wat handiger met cijfers”, zegt Zijlstra, die inmiddels zelf weer in loondienst werkzaam is.

In Nederland is het aantal faillissementen gedaald, vorig jaar voor het eerst sinds 2000. Maar dat gaat juist niet op voor zowel eenmanszaken als voor de horecasector. Twee categorieën waarbinnen de leeftijd van ondernemers relatief laag ligt.

„Een groot deel van de startende ondernemers doet het in eerste instantie niet voor het geld, maar om hun ideeën te verwezenlijken”, stelt Walter Jansen van Jong MKB, een ondernemersorganisatie voor het midden- en kleinbedrijf. „Jonge ondernemers die zich aansluiten bij een netwerk zoals Jong MKB, Jong Management of de Junior Kamer, blijken beter bewapend als ondernemer.”

Jong MKB houdt bijvoorbeeld working diners, waarbij men met elkaar discussieert over onderwerpen als acquisitie, debiteurenbeheer, het voeren van een goede administratie, automatisering en de balans tussen werk en privé.

Ook aan de faculteit Techniek, Bestuur en Management aan de Technische Universiteit van Delft schenkt men met succes veel aandacht aan de opleiding van het ondernemerschap. Professor Wissema, hoogleraar en zelf ondernemer: „Van de 80 ondernemingen die hier tijdens de opleiding het licht hebben gezien, zijn er nog circa 25 actief. Een groot aantal daarvan is inmiddels marktleider in de eigen markt en heeft contracten afgesloten met grote bedrijven.”

Voor Michael Zijlstra zit een dergelijk succes er voorlopig niet meer in. „Het heeft mij alleen maar geld gekost. Als ik een advies zou mogen geven, zou ik iedereen willen aanraden eerst enkele jaren aan de gang te gaan bij een kleine onderneming en je ogen goed de kost te geven. Al is dat in onze branche toch wat moeilijker, omdat je vooral op de werkvloer actief bent. Je bemoeit je gewoon minder snel met administratieve zaken.”