Ahold-boek nog niet dicht voor Deloitte

Deloitte schoot ernstig tekort in de Ahold-zaak, oordeelt de Raad van Tucht. De accountant gaat in beroep, maar er wacht nog een tuchtklacht, ditmaal van het Openbaar Ministerie.

En zo blijft Nederlands grootste boekhoudschandaal vier jaar na dato nog bloedsporen trekken. Nadat supermarktconcern Ahold een miljoenenschikking met Justitie had getroffen, bijna 1 miljard euro schadevergoeding aan beleggers betaalde en de voormalige top strafrechtelijk werd veroordeeld, was gisteren accountant Deloitte aan de beurt. Na een klacht van de Stichting Onderzoek Bedrijfsinformatie (Sobi) van Pieter Lakeman oordeelde de Raad van Tucht voor Registeraccountants – het orgaan voor zelfregulerende rechtspraak in de accountancy – dat Deloitte ernstig tekort is geschoten met het toezicht op Aholds dochter US Foodservice. De betrokken accountant kreeg een berisping, een zwaar en niet vaak toegepast sanctiemiddel.

Drie andere klachten werden ongegrond verklaard, over het niet vermelden in de jaarrekening van bepaalde verplichtingen en over het ten onrechte volledig meetellen (‘consolideren’) van een aantal buitenlandse joint ventures. Voor alle klachten geldt evenwel dat de koek nog niet op is. Zowel Deloitte als Sobi gaat in beroep. Bovendien loopt er nog een andere tuchtklacht van het Openbaar Ministerie (OM) bij de tuchtraad over met name de consolidatiekwestie. Die klacht heeft een andere invalshoek dan dat onderdeel in de Sobi-procedure. Voor Deloitte is het Ahold-dossier dus voorlopig nog niet gesloten.

Bij Aholds dochter US Foodservice, die sinds 2000 deel uitmaakte van het Zaanse concern, maar momenteel weer in de verkoop staat, kwam in 2003 een fraude van bijna 1 miljard dollar boven water. Dat had te maken met inkoopkortingen aan leveranciers. De tuchtraad stelt nu dat Deloitte onvoldoende kennis bezat over het systeem van inkoopbonussen en dat Deloitte onvoldoende zelfstandig onderzoek verrichtte. En dat terwijl uit eerder onderzoek was gebleken dat er nogal wat bedenkingen waren bij de effectiviteit van de interne controlesystemen. US Foodservice was een risicofactor en daar had de verantwoordelijk Deloitte-accountant scherper op moeten letten. Sterker, volgens de tuchtraad was er „onvoldoende deugdelijke grond” om een goedkeurende verklaring af te geven voor de jaarrekeningen van 2000 en 2001.

Wat zijn nu de gevolgen van de uitspraak? Volgens Lakeman is er „een solide grond” voor aandeelhouders om Deloitte aansprakelijk te stellen. Hij liet eerder al eens weten dat Deloitte eigenlijk failliet zou moeten gaan op het Ahold-schandaal. Maar een schadevergoedingsprocedure zal zeker een zaak van lange adem worden, vooral doordat er eerst nog inhoudelijke beroepsprocedures zullen volgen. Daarnaast is het afwachten wat er met de tuchtklacht van het OM gebeurt. Die gaat ook over de consolidatieproblematiek, maar heeft betrekking op een andere periode dan de verwijten van Sobi. Justitie richt zich met name op het tijdvak na 25 oktober 2002 toen binnen Ahold (en Deloitte) breder bekend werd dat het concern met side letters had gewerkt. In deze bijbrieven herriep Ahold de eerder vastgelegde doorslaggevende zeggenschap over enkele joint ventures. In de klacht van Sobi oordeelt de tuchtraad dat Deloitte desondanks terecht de totale omzet van deze dochters meetelde omdat de side letters verborgen werden gehouden voor de accountant. Maar het OM gaat het juist om de periode toen Deloitte daar wél achter kwam. In deze vier maanden na oktober 2002 werkte de accountant mee aan het herschrijven van de side letters. De accountant koos ervoor beleggers en samenleving niet te waarschuwen. Terwijl accountants de boeken controleren in naam van die samenleving. Volgens het OM wachtte Deloitte te lang met ingrijpen. Pikant is dat het dossier destijds niet meer behandeld werd door de nu veroordeelde accountant, maar door de huidige bestuursvoorzitter Roger Dassen. Het OM wil geen commentaar geven over het vervolg van de tuchtklacht. Een woordvoerder zegt eerst het vonnis van gisteren te willen bestuderen.