Regisseur Olivier Provily ontslagen

Regisseur Olivier Provily is ontslagen bij Het Zuidelijk Toneel. Aansluitend maakt het gezelschap een koerswijziging bekend. Nieuwe stukken gaan niet meer meteen op tournee langs de schouwburgen.

Volgens Gerard Tonen, zakelijk leider van Het Zuidelijk Toneel, is de reden van het ontslag: „een vastgelopen samenwerking, die al zeer moeizaam ging. Het ligt zuiver op het persoonlijk vlak.”

Tonen benadrukt dat de kritiek op Provily’s schouwburgstukken en de geringe belangstelling ervoor bij het publiek, niet heeft meegespeeld: „We wisten van tevoren dat Provily moeilijk lag. Ik word niet vrolijk van de bezoekcijfers, maar het zou flauw zijn om hem daar alsnog op af te rekenen.”

Opmerkelijk aan Provily’s functie is dat hij een vaste aanstelling heeft bij het gezelschap. Doorgaans worden regisseurs, die niet ook artistiek leider zijn, per voorstelling ingehuurd. Hij zit ook in de artistieke raad.

Provily (Tunesië, 1970) geldt al vanaf zijn afstudeervoorstelling Oorlogje (2001) als een belofte, hoewel zijn werk ook op weerstand stuit. Hij heeft een unieke stijl van vertragen en dramaloos sfeer bouwen. Naast zijn eigen, sterk op beelden, beweging en stilte gebouwde werken, regisseerde hij ook andermans teksten: Jon Fosse, Sarah Kane, Artaud. Voor Toneelgroep Amsterdam regisseerde hij een omstreden Tsjechov. Provily wil in dit stadium nog niet reageren op zijn ontslag.

Het Zuidelijk Toneel, dat zich sinds het aantreden van artistiek leider Matthijs Rümke in 2005 concentreert op nieuwe Nederlands repertoire, zit in de problemen doordat de bezoekcijfers sterk tegenvallen. Zakelijk directeur Gerard Tonen kondigt een koerswijziging aan: „We willen wel nieuw Nederlands drama blijven brengen, maar een nieuw stuk meteen groot door Nederland laten toeren blijkt geen goed idee. Dus willen we nieuw werk eerst uittesten op een schrijversfestival. De stukken die goed uitpakken, kunnen alsnog op reis. Verder willen we samenwerken met de grote zuidelijke schouwburgen om samen één grote voorstelling per jaar te maken, die exclusief in die schouwburgen staat.”

Met dit laatste gaat Het Zuidelijk Toneel mee met de al levende plannen in theaterland die de grote terugloop moeten keren van het aandeel toneel in de landelijke schouwburgen. Deze plannen werden onlangs vastgelegd in een gezamenlijk actieplan van de grote gezelschappen en de schouwburgen en bevestigd door het advies van de Raad voor Cultuur.

Theatergezelschappen willen nauwer samenwerken met de schouwburgen in de grote steden, om langere reeksen te spelen. Ze willen ook deels afzien van tournees langs provinciale schouwburgen, waar weinig publiek te vinden is.

De tweeledige taak van Het Zuidelijk Toneel – groot toneel in de schouwburgen brengen én in werkplaatsen nieuw talent begeleiden – past in het nieuwe, beoogde model. Het eerst uittesten van stukken is een methode die momenteel veel wordt toegepast.