Kramer sluit seizoen af in grootse stijl

Sven Kramer verbeterde zijn eigen wereldrecord op de 10.000 meter met meer dan acht seconden. De concurrentie staat straks bij de zomertraining voor een moeilijke inhaalrace.

Maarten Scholten

In extase gleed Sven Kramer over de streep na de tien kilometer bij de WK afstanden, deed zijn goudkleurige bril af en zag op het scorebord een onwaarschijnlijk wereldrecord: 12.41,69. Meer dan acht seconden sneller dan zijn oude toptijd. „Dat is wel een hele hap hoor”, lachte hij na afloop voor de camera van de NOS, met de gouden medaille om zijn nek. „Ik denk dat dit record wel een tijdje zal staan.”

Kramer (20) won dit jaar alles. Nationale titels, wereldbeker op de lange afstanden, EK en WK allround, goud op de vijf en tien kilometer bij de WK afstanden. Hij brak drie keer een wereldrecord en talrijke baanrecords. „Dit is magnifiek. Alles wat ik dit seizoen wilde bereiken, heb ik bereikt.”

Nooit eerder versloeg hij de concurrentie zo verpletterend als dit weekend op de langste afstand in Salt Lake City. Carl Verheijen eindigde als tweede, op bijna 19 seconden. Brigt Rykkje werd knap derde en completeerde het geheel Nederlandse podium, met 25 seconden achterstand.

Verheijen, vrijwel het hele seizoen tweede op de lange afstanden, was er vooraf heilig van overtuigd dat hij zijn jonge ploeggenoot ging verslaan. Hij mocht wat verkouden zijn, de loting was voor hem ideaal. In de laatste rit, na Kramer. Dus zou hij precies weten welke tijd nodig was voor goud.

Toen zag Verheijen, tweevoudig wereldkampioen op de tien kilometer, dat Kramer een futuristisch wereldrecord reed. Een toptijd à la Gianni Romme ooit in Thialf (13.03), Johann Olav Koss in Hamar (13.30), Eric Heiden in Lake Placid (14.28) of Ard Schenk in Inzell (14.55). Zelfs de beste van de rest wist zich direct kansloos. „Als Sven 12.50 rijdt, dan kan het nog. Nu was het goud niet meer binnen bereik.”

En wat te denken van de buitenlandse concurrentie? Directe tegenstander Øystein Grødum gold in 2005 nog als de beste stayer van de wereld. De 30-jarige Noor kende een moeilijk seizoen, maar reed in Salt Lake City een behoorlijke vijf kilometer. Kramer haalde hem tijdens zijn recordrace in alsof Grødum er niet stond .

De Noren zijn sowieso behoorlijke gedemoraliseerd door de jonge Nederlander, voor wie ze veel respect hebben. Eskil Ervik (32) had afgelopen zomer grote dromen, maar werd al aan het begin van het seizoen met zijn neus op de feiten gedrukt. De Noorse kopman bleef strijden, maar stortte een paar keer dramatisch in.

Coach Peter Mueller weigert zich neer te leggen bij de suprematie van Kramer. „Håvard Bøkko is een jaar jonger dan Sven. Hij heeft dit jaar opnieuw grote progressie gemaakt en er valt qua kracht nog veel te winnen.” Bøkko, technisch een van de beste schaatsers ter wereld, verpulverde dit seizoen al zijn persoonlijke records en werd vierde bij het WK allround. Mueller wil zijn groep deze zomer verversen met talentvolle jongeren en een buitenlandse topper.

Duitsland en Rusland begonnen met ambitie aan het postolympisch seizoen. De Duitsers zetten een nieuwe structuur op, waarin het mannen-schaatsen serieuzer werd genomen. Coach werd Bart Schouten, die eerder met de olympisch kampioenen Derek Parra en Chad Hedrick werkte. De Nederlander shockeerde zijn groep door in trainingen te kiezen voor snelheid in plaats van omvang. Het leidde tot een aardige seizoensstart van Tobias Schneider, die later door blessureleed wegzakte. In de zomer moet Schouten grote stappen maken om aan te haken bij de wereldtop.

De Russen hebben inmiddels een aantal overdekte banen en beschikken met Ivan Skobrev (24) over een sterke allrounder. Coach Vadim Sayutin kon hem er pas in de laatste vijf kilometer van het seizoen van overtuigen dat hij snel moest durven starten, wat leidde tot een vijfde plaats.

In Noord-Amerika zijn de Canadezen al gefocust op Vancouver 2010. Allrounden speelt geen rol. Toppers als Denny Morrison (1.000 en 1.500 meter) en stayer Arne Dankers richten zich volledig op de eigen specialiteit. Kramer hoeft zich geen zorgen te maken.

In Amerika is een jaar na de Spelen geen enkele schaatsstructuur meer over. Zelfs de toppers Chad Hedrick en Shani Davis, nog altijd eerste en tweede op de wereldranglijst aller tijden, zijn op zichzelf aangewezen. Vooral Davis liet dit seizoen zien dat Kramer als allrounder nog niet van hem af is. Al is het verschil in persoonlijke records op de tien kilometer inmiddels 25 seconden.

Enrico Fabris (25) is de enige buitenlandse concurrent van Kramer die met een positief gevoel aan de zomertraining zal beginnen. Op de 1.500 meter won de Italiaan op EK én WK een rechtstreeks duel. Bij de WK afstanden durfde de olympisch kampioen op de mijl, tegen zijn gewoonte in, snel te starten op de vijf kilometer. Hij joeg er Kramer de stuipen mee op het lijf en kwam minder dan twee tellen tekort voor goud.