Koersen in plaats van praten

Bijna was de etappekoers Parijs-Nice het slachtoffer van een ploegenboycot.

Maar na het gehannes tussen bestuurders was het eindelijk tijd voor wielrennen.

Eindelijk konden dan de wielrenners de bühne op, nadat organisatoren, bondsbestuurders en teamdirecteuren wekenlang alle aandacht hadden opgeëist. Gepraat was er over de ProTour, gedreigd en zelfs de rechter was ingeschakeld. Gisteren, bij de start van Parijs-Nice werd in ProTour-verband weer eens gereden. Niet gevochten. ‘Et roulez maintenant’, kopte de Franse sportkrant L’Équipe.

„Ik ben al die discussies goed beu”, zei Koos Moerenhout nadat hij de 4,7 kilometer van de proloog in ruim zes minuten had afgelegd. „Het maakt het wielrennen er allemaal niet leuker op. En ik was het seizoen vorig jaar toch al niet zo glansrijk geëindigd.” De Raborenner dacht vorig jaar dat zijn kopman Floyd Landis de Tour de France had gewonnen, totdat bleek dat de Amerikaan positief was getest.

Volgens de ervaren Moerenhout is het eigenlijk te gek dat renners volledig buitenspel staan in de bestuurlijke perikelen die er bijna voor hadden gezorgd dat Parijs-Nice, dit jaar voor de 65ste maal gehouden, door de beste ploegen geboycot was. ASO, de organisator van de ‘koers naar de zon’ – en van de Tour de France – wil zelf bepalen welke ploegen het uitnodigt en zich niet de les laten lezen door de mondiale wielerunie UCI. Uiteindelijk gaf de UCI net voor het seizoen toe, waardoor het ProTourteam Unibet.com gisteren op het appèl ontbrak. Ondanks een kort geding in de week voorafgaand aan Parijs-Nice. „Ik denk dat de renners eens serieus moeten worden genomen, maar ja wie staat er op? Niemand heeft tijd, iedereen is onderweg. Misschien word ik na mijn carrière nog eens ‘politieker’. Zoals het nu gaat is het een kwalijke zaak”, aldus de 33-jarige Moerenhout.

De voorbereidende beschietingen voorafgaand aan Parijs-Nice leken gisteren bij de proloog niet voor extra publiek te hebben gezorgd. De eerste wedstrijd in een reeks van 27 ProTour-wedstrijden werd slechts mondjesmaat door de Parijzenaars bezocht. Wellicht speelde een rol dat het al weer tien jaar geleden is dat een Fransman (Laurent Jalabert) in Nice de snelste bleek. Daar komt bij dat de Franse koers de laatste jaren serieuze concurrentie heeft gekregen van de Italiaanse etappekoers Tirreno-Adriatico die als een logische voorbereiding wordt gezien van de klassieker Milaan-Sanremo.

Pikant genoeg wordt de proloog van Parijs-Nice bijna door de voortuin van de ASO verreden, gevestigd in de Parijse voorstad Issy-les-Moulineaux. Minstens zo pikant was de winnaar: David Millar, die symbool mag staan voor die andere eindeloze discussie binnen het wielrennen, doping. Afgelopen vrijdag had de Belgische renner Nico Mattan nog laten weten dat in de jaren negentig bijna iedereen aan de dope zat. Millar, tegenwoordig rijdend voor Saunier Duval werd voor twee jaar geschorst, nadat hij het gebruik van epo had toegegeven. Net voor het begin van de Tour de France vorig jaar liep zijn straf ten einde.

De tijdrijder Millar had gisteren 6 minuten en één tel nodig voor de bijna 5 kilometer, waarin ook nog een pittige klim was opgenomen. „Ik had vanochtend al voorspeld dat hij ging winnen”, zei zijn Nederlandse ploeggenoot Remmert Wielinga bij de finish. „Normaal gesproken wel, zei hij tegen mij. Die jongen is momenteel zo ontzettend in vorm en hij had zich verschrikkelijk goed voorbereid.”

Die voorbereiding bestonden onder meer uit uitgebreide tests op zijn tijdritfiets en daar was Wielinga nog niet aan toegekomen. „Die fiets heb ik zaterdag pas gekregen. Ik ben toen met een paar ploeggenoten een rondje om de Eiffeltoren gaan rijden, dus erg serieus was het niet.” Toch bleek de voormalige coureur van Rabobank en Quickstep met zijn achtste plaats de beste Nederlander in de proloog te zijn. Ooit had de in Monaco woonachtige Wielinga laten weten de beste ronderenner van Nederland te worden. Van die grootspraak heeft hij geleerd, zo bleek in de straten van Issy-les-Moulineaux, zeker nadat zijn capaciteiten de afgelopen jaren niet uit de verf waren gekomen. Voor menig insider was het zelfs een verrassing dat Wielinga nog bij het sterke Saunier Duval aan de slag kon. „Die voorspelling is later tegen mij gebruikt. Daar heb ik van geleerd. Soms zit het tegen, soms zit het mee. Ik geloof nog steeds in mezelf, maar nu zie ik wel waar het schip strandt.”

Aan een plaats op het podium in Nice wil de 28-jarige Wielinga nog niet denken. „Millar wil wellicht voor de eindzege gaan en hij is niet de eerste de beste. Kans is dus groot dat ik in zijn dienst ga rijden. Misschien rij ik morgen gewoon aan kop van het peloton. Geen probleem.” De vorm is in elk geval goed. „Ik heb recentelijk een record geboekt met mijn testresultaten. Die waren beter dan die van Jan Ullrich.”