Kleine barstjes in bravoure Bouterse

De rechtszaak over de Decembermoorden lijkt steeds dichterbij te komen. Hoe bedreigend is dat voor hoofdverdachte Desi Bouterse?

ROTTERDAM, 12 MAART. - „Een grote grap.” Zo pleegt Desi Bouterse, tegenwoordig oppositieleider in de Nationale Assemblee, de vervolging van de ‘Decembermoorden’ te typeren. En meestal laat de voormalige Surinaamse legerleider er een dreigende kwinkslag op volgen. „Je moet oud-militairen niet tergen”, roept hij dan.

Ook gisteravond, in het partijcentrum Ocer van zijn politieke partij NDP, volgde Bouterse deze tactiek. Met de hem kenmerkende bravoure verzekerde hij zijn gehoor dat hij nooit zal verschijnen in de rechtszaal op de zwaar beveiligde marinebasis bij Paramaribo, die inmiddels gereed is gemaakt voor wat een historisch proces zou moeten worden. „Laten ze oppassen dat ik hen niet opsluit”, aldus Bouterse, refererend aan zijn politieke tegenstanders die de Decembermoorden zouden willen gebruiken om de NDP te stuiten.

Toch zijn er kleine barstjes waar te nemen in Bouterses opstelling. De openlijk uitgesproken excuses aan de nabestaanden van de Decembermoorden zijn saillant, zeker in combinatie met zijn herhaalde oproep voor amnestie. Wordt de grond onder zijn voeten Bouterse nu toch te heet?

Vaststaat dat na jaren van onderzoek en juridische procedures een proces nog nooit zo dichtbij is geweest. Zowel minister Santokhi (Justitie) als procureur-generaal Punwasi heeft gezegd dat de rechtszaak onontkoombaar is. Dat is voor Bouterse altijd een risico geweest. De oud-legerleider weet dat zijn offensieve tactiek aan kracht inboet als de feiten boven water komen. Op het podium mag de oud-legerleider het komende proces graag ridiculiseren, daarachter is hij minder zeker. Er is een grote kans dat de zaak verkeerd voor hem afloopt.

Bouterse heeft steeds gezegd dat hij wel verantwoordelijk was, maar tijdens de moorden zelf niet aanwezig was in Fort Zeelandia, waar de zaken buiten zijn medeweten uit de hand zouden zijn gelopen. Deze verklaring lijkt zwak. De feiten wijzen uit dat Bouterse nauw betrokken was bij de slachtpartij. Daarbij is het juridisch niet eens zo relevant of hij de trekker overhaalde: voor een veroordeling vormen zijn verantwoordelijkheid en betrokkenheid genoeg grond. Daarvoor zijn tal van aanwijzingen. Los van zijn toenmalige positie als leger- en regeringsleider, zitten er in het strafdossier verschillende belastende verklaringen. Het is dan ook begrijpelijk dat Bouterse opnieuw over amnestie begint. Kansloos is dat overigens niet. Bouterse, de grootste spin in het web van de Surinaamse politiek, kan nog steeds veel voor elkaar krijgen. Met zijn grote NDP heeft hij macht te verdelen, hij weet veel van mensen en kan wheelen en dealen als de beste. Illustratief was onlangs het pleidooi voor amnestie door parlementsvoorzitter Somohardjo, leider van een Javaanse partij die nu regeert en die regelmatig wordt beticht van sympathie voor de NDP. Zeker is dus niets. Behalve dat de Decembermoorden de komende tijd voor veel onrust zullen zorgen.