Katz zoekt naar kern van waarheid in kunstmatig decor

Tentoonstelling: Alex Katz in Europese collecties. Scheringa Museum voor Realisme, Spanbroek. Tot 13 mei. www.scheringamuseum.nl.

Dit schilderij heeft iets van een vroeg Renaissance-portret: strak en profil, met een klare lijn en een met monumentaliteit die het resultaat is van orde en evenwicht. De voorstelling is sterk vereenvoudigd en meer dan levensgroot (213,4 x 152,4 cm).

Tegen een egale lilakleurige achtergrond zien we een vrouw van wie het hoofd grotendeels bedekt is door een ruime pet. Het gezicht is een monochroom geelbruin vlak, waarin de spaarzame details des te meer opvallen: een krulletje als neusvleugel, een streepje donkerblauwe eyeliner boven het oog, een geelroze veeg die een hoog jukbeen aangeeft, en een sensuele, precies getekende rozerode mond.

Vooral in de pet toont zich de hand van de meester. Een paar streepjes suggereren een ruitpatroon, en in enkele verfstreken ontstaat een volume van dikke wol en licht en schaduw. Vivien in Cap (2005) is een hoogtepunt op de tentoonstelling van Alex Katz in het Scheringa Museum voor Realisme.

Katz (1927, Brooklyn, New York) is een van de grootste levende Amerikaanse schilders. Toen de abstracte schilderkunst hoogtij vierde, in New York in de jaren vijftig van de vorige eeuw, begon Katz met het schilderen van een arcadische versie van de American Dream: mooie jonge mensen, picknicks, party’s en zonnebaden aan het strand.

Super-Amerikaanse schilderijen zijn het, van Amerikanen en landschappen op grote formaten. In Amerika is hij al decennialang een gevierd schilder, maar in Europa vindt zijn werk pas weerklank sinds het begin van de jaren negentig.

Hoe komt zo’n groot schilder in een klein museum in Spanbroek terecht? De werken zijn afkomstig uit privécollecties in Europa. De tentoonstelling is ontstaan in samenwerking tussen het Scheringa Museum, particulier museum voor realistische kunst, en een particulier museum in Duitsland, de Langen Foundation in Neuss.

Het Scheringa Museum legt sterk de nadruk op het realistische karakter van het werk van Katz. Het is de vraag of dit terecht is. Natuurlijk, deze schilderijen laten herkenbare voorstellingen zien. Maar het bewustzijn dat er uit spreekt is dat van een abstract schilder. Katz zelf zegt in een recent interview dat zijn schilderijen weliswaar realistisch zijn in termen van licht en beweging, maar dat ze eerder postabstract zijn. Ze zijn gebaseerd op de grammatica, zoals hij het noemt, van licht en kleur van de abstracte schilderkunst. Er is nauwelijks illusionistische ruimte in zijn voorstellingen, geen voorgrond, tussengrond en achtergrond.

Ooit voorzag Katz in zijn onderhoud als theaterontwerper. Dat is te zien: zijn werk doet denken aan beschilderde dummyboards of aan uitgeknipte, bordkartonnen figuren. Ook maakte hij een soort installaties in de openbare ruimte in de vorm van billboards: enorme schilderingen met direct aansprekende afbeeldingen. Katz schildert een gekunstelde idylle, zoals de tandpastaglimlach in een reclame. Maar zonder een spoor van cynisme.

Er spreekt juist een groot verlangen uit zijn schilderijen, Katz zoekt naar een kern van waarheid in het kunstmatige decor. Ook heeft zijn werk een meditatieve verstilling die, zeker in de schilderijen van bomen, herinnert aan Japanse tekenkunst.

De schilderijen waar hij die spanning tussen verstilling en gekunsteldheid hoog op weet te voeren zijn het beste, zoals het portret van Vivien. Lang niet altijd lukt het. Een groot aantal van de schilderijen in het Scheringa Museum mist die concentratie. De figuren zijn knullig (zoals The Jacobs Children, Michele, Wedding 2), er gebeurt niets magisch, het blijven onhandige afbeeldingen. Sommige landschappen blijven slappe plaatjes.

In zijn geheel is de tentoonstelling ver onder de maat van het niveau van Katz. Voor Katz geldt: hoe groter het formaat hoe beter. Op de tentoonstelling zijn geen grote formaten. Je krijgt de vervelende indruk dat tweederangs schilderijen afgevoerd worden naar Europese galeries en verzamelaars.

Katz werkt, anders dan de meeste schilders, naar de directe waarneming. Op een film in het museum is de transformatie van bewegend gebladerte, van stromend water, naar het schilderij te zien. Ook zien we Katz werkend aan een reusachtig doek van water in de schemering. Katz schildert van donker naar licht, met een paar trefzekere streken ontstaan rimpelingen en reflecties. Deze schilderkunst is niet fotografisch of realistisch, maar filmisch. De werkelijkheid verschuift, zegt Katz, alles verschuift.

Zijn beste schilderijen tonen ons op een onovertroffen manier de prachtige, vluchtige illusies van het bestaan.