Is adoptie betuttelend? Ja, en nogal ouderwets

Het kabinet Balkenende IV wil adoptie bevorderen om abortussen te voorkomen.

Adoptie klinkt ideaal, maar is inmiddels achterhaald en bovendien niet zaligmakend.

Het nieuwe kabinet wil adoptie makkelijker maken om het abortuscijfer omlaag te brengen. Op het eerste gezicht lijkt adoptie een goede oplossing voor een acuut probleem. Vrouwen die ongewenst zwanger zijn, hoeven geen lichamelijk, mentaal en soms ook moreel belastende abortus te ondergaan. Ze gunnen hun kind een mooie toekomst bij ouders die helemaal klaar zijn om een kind liefdevol op te voeden. En ouders die ongewenst kinderloos zijn, krijgen op deze manier de kans om een eigen gezin te stichten.

Adoptieouders zijn bovendien vaak uitstekende ouders. Ze zijn doorgaans wat ouder, kiezen bewust voor kinderen en worden zelfs, in tegenstelling tot genetische ouders, nauwkeurig gescreend. De meeste adoptiekinderen leiden op hun beurt een volstrekt normaal en gelukkig leven. De hechting van adoptiekinderen aan hun adoptieouders verloopt vaak zonder problemen.

Maar wat is dan het probleem?

1Adoptie zadelt een kind al bij geboorte op met een fundamenteel verlies. Namelijk dat van zijn of haar eigen ouders. Vaak weet een adoptiekind helemaal niets over de eigen genetische achtergrond. De verloren ouders blijven als schimmen in het emotionele leven aanwezig, maar zijn doorgaans volledig onbekend. Op zijn best ontwikkelt het kind liefde op afstand, met een moeder die nabij is en toch zo ver weg. De vader is vaak nog abstracter.

2Adoptie bemoeilijkt de identiteitsvorming. Uit onderzoek met bijvoorbeeld tweelingen blijkt keer op keer hoe belangrijk de genetische component is in de manier waarop we ons leven vormgeven. Adoptiekinderen zijn uit een fundamenteel ander hout gesneden dan hun ouders en hun eventuele broers of zussen. Ze hebben daarom alleen zichzelf als referentie bij de vorming van hun identiteit. Adoptie kan identiteitsproblemen in de adolescentie en jonge volwassenheid versterken. Vaak laat adoptie levenslang littekens achter.

3Adoptie belast kinderen met een razend moeilijk dilemma. Elk adoptiekind komt vroeg of laat voor de keuze te staan om wel of niet naar de biologische ouders op zoek te gaan. Dit roept allemaal vragen op. Wie en wat zal ik aantreffen? Wil mijn moeder mij leren kennen? En wat doet dat met mij? Kan ik de ouders bij wie ik ben opgegroeid dit aandoen? Heb ik het recht om het leven van mijn biologische moeder overhoop te gooien? Met enig geluk levert zo’n ‘gok’ wat goeds op, maar dat hoeft niet het geval te zijn.

4Adoptie verwondt de moeders die afstand hebben gedaan. Anders dan vaak tegen afstandsmoeders werd gezegd – namelijk dat het verdriet slijt – blijkt het omgekeerde het geval. Naarmate vrouwen ouder worden, wordt het verdriet om het verloren kind steeds groter. Vanuit het geboortekanaal rechtstreeks de gang op – richting kindertehuis. Dat waren de praktijken die tot in de jaren zeventig in de Nederlandse kraamkamers werden gebezigd bij vrouwen die ‘bewust’ afstand deden van hun kind. Er mocht immers geen band ontstaan. Het was een efficiënte manier om vrouwen met een trauma op te zadelen. Willen we daarnaar terug?

5Adoptiemoeders worstelen met een groot geheim. Over hun verdriet kunnen ze bovendien niet openlijk rouwen. Want hoe openlijker hun rouwbeklag, des te onhoudbaarder het is om de afstand met het onbekende kind vol te houden. De vaders – in de dossiers meestal aangeduid als ‘de verwekker’ – blijven vaak buiten beeld.

6Adoptie leidt tenslotte tot mislukte herenigingen. De mooie beelden in programma’s als Spoorloos geven een onvolledig beeld van de realiteit. Want nadat het eerste enthousiasme over hereniging en schrik en vreugde over genetische herkenning zijn bekoeld, staan de hervonden familieleden voor een vrijwel onmogelijke taak: het bouwen aan een betekenisvolle relatie.

Volgens het FIOM, de organisatie die opkomt voor afstandsmoeders en geadopteerden, leidt dat in negen van de tien gevallen tot teleurstelling. De kloof die na zoveel jaren is ontstaan, is niet meer te overbruggen. Na verloop van tijd is er van het aanvankelijk intensieve contact weinig meer over. Kortom, adoptie bevorderen is niet alleen betuttelend, maar ook eenzijdig en achterhaald.

Dr. Brigitte Slot (1964) is econoom, geadopteerd en sinds twee jaar herenigd met haar biologische vader, moeder en twee zussen.

Lees meer over abortus en adoptie op www.fiom.nl