‘Geen twijfel aan allochtone agenten’

Het debat over dubbele nationaliteiten kan negatief uitpakken voor agenten en militairen van allochtone afkomst, volgens een politiewoordvoerder.

Rotterdam, 12 maart. - Het politieke debat over dubbele nationaliteiten is een ‘ongewenst signaal’ richting allochtone agenten of soldaten, vindt woordvoerder B. Poelert van de Raad van Hoofdcommissarissen. „Agenten van Turkse of Marokkaanse afkomst kunnen het gevoel krijgen dat die boodschap tegen hen gericht is. Dat burgers zich gaan afvragen of ze wel loyaal genoeg zijn naar de Nederlandse samenleving”, aldus Poelert. „Daarom willen wij als politieleiding een éénduidig signaal afgeven: het debat over de dubbele nationaliteit is wat ons betreft een ongewenst debat.”

Bij Defensie, waar vijf tot zeven procent van de militairen van allochtone afkomst is, wordt ook niet getwijfeld aan hun loyaliteit. Sterker nog, zegt woordvoerder B. Revis, allochtonen met moslimachtergrond zijn bij de de inzet van Nederlandse militairen in het buitenland, méér dan welkom in bijvoorbeeld Afghanistan. Zo’n honderd militairen met een moslimachtergrond zijn bijvoorbeeld gestationeerd in Uruzgan, zo wordt geschat. „Wij twijfelen niet aan de loyaliteit van personeel met een dubbel paspoort.”

De polemiek die Kamerlid Geert Wilders voert, die de loyaliteit van twee staatssecretarissen met een dubbel paspoort in twijfel trekt, schaadt militairen en agenten met een moslimachtergrond, stelt Poelert. „Ik heb na het debat in de Kamer met een aantal agenten gesproken. En dan bespeur ik wel een ongemakkelijk gevoel. Allochtone agenten krijgen het idee dat het debat tegen hen gericht is. Nu gaat het om twee staatssecretarissen die onder vuur liggen, straks zijn het agenten, militairen of gevangenispersoneel. Een ongewenste ontwikkeling.”

„Militairen die in de islam geloven strijden nu in Afghanistan tegen geloofsgenoten, zegt J. Kleian van de militaire vakbond ACOM. „Als Wilders vandaag twijfelt aan de loyaliteit van de bewuste staatssecretarissen, zal hij wellicht morgen twijfelen aan de integriteit van moslimmilitairen.” Een deel van Kleian’s achterban is volgens hem „geraakt” door de gezaaide twijfels omtrent loyaliteit.

De Nederlandse politie telt zo’n duizend allochtone agenten, veelal van Turkse en Marokkaanse afkomst. Het merendeel daarvan heeft een dubbele nationaliteit, zo bevestigt ook woordvoerder Van Duin van de Nederlandse Politiebond. Maar dat heeft in de praktijk nog nooit tot problemen geleid, het is op de werkvloer geen thema en moet het ook niet worden.”

Volgens Poelert is er ook geen reden om te twijfelen aan de loyaliteit van allochtone agenten. „Er speelt nu een discussie over Turkse tolken bij de politie, die informatie zouden doorlekken naar de Turkse maffia. Maar uit onderzoek bij de politiekorpsen in Rotterdam en Amsterdam blijkt dat er geen verschil is tussen allochtone of autochtone agenten als het gaat om disciplinair ontslag wegens malversaties. Allochtone agenten lopen vaker tegen de lamp wegens lekken, maar autochtone agenten compenseren dat ruimschoots met andere delicten waar ze mee tegen de lamp lopen.”

Ook voor de risico’s van radicalisering, een thema dat bij militairen wél speelt, vormen allochtone agenten volgens Poelert geen extra risicogroep. „Daar heb ik met de AIVD over gesproken. Allochtone agenten die solliciteren, tonen over het algemeen een hoge mate van commitment jegens de overheid. Ze maken een heel bewuste keuze om bij de politie te werken en worden daar natuurlijk ook op geselecteerd.”

Jaarverslagen van de MIVD en de AIVD wijzen uit dat bij Defensie het personeel wél een risicogroep vormt. Een voorbeeld zijn de vele tolken die in dienst zijn bij de krijgsmacht en die worden ingezet tijdens missies in bijvoorbeeld Bosnië of Afghanistan. „Daarbij komt het voor dat de veelal in Nederland geworven tolken terugkeren naar het gebied dat zij ontvlucht zijn. Deze situatie kan veiligheidsrisico’s voor deze tolken maar ook voor de krijgsmacht met zich meebrengen”, schreef voormalig minister Kamp in 2003.

Sommige militairen die verbonden zijn aan ACOM ervaren het loyaliteitsdebat als „pijnlijk”, zegt Kleian. De twee grootste militaire vakbonden zeggen, in tegenstelling tot de ACOM, dit signaal niet te herkennen. Poelert wil namens de politie vooral waarschuwen: „We vragen agenten hier in Nederland, of militairen daar in Afghanistan om voor ons de kastanjes uit het vuur te halen. Dan moet je niet lichtvaardig hun loyaliteit in het geding brengen.”

Rectificatie / Gerectificeerd

In het bericht Politietop laakte debat nationaliteit (12 maart, pagina 1) wordt hoofdcommissaris Poelert van de Raad van Hoofdcommissarissen genoemd. Hij is geen hoofdcommissaris, maar directeur van het Landelijk Expertisecentrum Diversiteit van de politie.

Rectificatie / Gerectificeerd

In het bericht Kamervragen over militairen van Turkse afkomst (12 maart 2007, pagina 3) staat dat voormalig staatssecretaris van Defensie, H. van Hoof van het CDA is. Hij is lid van de VVD.