EU worstelt met ‘zeepbel’ Kroatië

Kroatië wil graag lid van de EU worden, maar van hervormingen is nauwelijks nog sprake. „Niemand wil de duistere status quo verstoren.” Intussen leven zowel de Kroaten zelf als de staat op de pof: dat is men al decennia gewend.

Kom je vanuit het zuiden Kroatië binnen, dan word je opgewacht door een billboard met een wuivende generaal Ante Gotovina – in Kroatië vereerd als een held, maar inmiddels als verdachte van oorlogsmisdaden overgebracht naar een cel in Den Haag. Rij je via het noordelijke Istrië het land binnen, dan verwelkomen Italiaans sprekende obers je met truffelgerechten en de beroemde refoskwijn waarvan avonturier Giacomo Casanova in zijn memoires al hoog opgaf.

De meester-verleider zal zich gelijke hebben gevoeld onder de Kroaten die weten hoe belangrijk presentatie is. „Een Kroaat lijdt nog liever honger dan in een tien jaar oude auto te rijden”, zegt Siniša Ajkholt, een 26-jarige arts uit hoofdstad Zagreb. „We leven allemaal op dure leningen. Maar het wagenpark bestaat uit de nieuwste Audi’s en Mercedessen.”

In het beeld dat de meeste Europeanen van Kroatië hebben overheersen de truffels en de rotsstranden langs de grillige Adriatische kust. Sinds het einde van de oorlog (1991-1995) strijken toeristen er weer massaal neer. Andere delen van het land, zoals het oostelijke Slavonië en de straatarme regio Krajina, waar bijna 200.000 Kroatische Serviërs door Gotovina en zijn soldaten werden verdreven, worden gemeden. In de velden liggen nog landmijnen. De opbouw van een lokale economie komt er maar langzaam op gang. De werkloosheid in Slavonië is ruim 30 procent; in streken als Istrië is nauwelijks werkloosheid.

Een klein land met vele gezichten, dat worstelt met zijn identiteit: voerden we destijds een bevrijdingsoorlog, of dragen we ook schuld? Horen we bij Europa, of zijn we beter af zonder pottenkijkers uit Brussel?

Herfst 2005 kreeg Kroatië het startsein om te onderhandelen over toetreding tot de EU. „In 2009 zijn we er klaar voor,” zegt premier Ivo Sanader. Die streefdatum hanteert Sanader om bestuurders in zijn land bij de les te houden, zegt David Hudson, die in Zagreb de Europese Commissie vertegenwoordigt. „Maar Brussel noemt geen datum. Het is aan Kroatië zelf om het tempo van toetreding te bepalen.” „Er wordt geen datum met kandidaten afgesproken zolang niet aan alle eisen en criteria is voldaan”, zegt de Nederlandse ambassadeur, Nienke Trooster. „Er is nog een grote achterstand in het oplossen van rechtszaken, corruptie is een probleem, en er moet nog gewerkt worden aan de opbouw van een open economie. Te veel bedrijven zijn afhankelijk van staatssteun, hetgeen niet strookt met EU-regelgeving over eerlijke concurrentie.”

Sinds de uitlevering van Gotovina is samenwerking met het Joegoslavië-tribunaal, een belangrijke eis van de EU, niet langer een struikelblok. Ook in het grensdispuut met buurland Slovenië – over met name de visserijrechten in de Piran-baai – kijkt de EU vanaf de zijlijn toe. Op papier is terugkeer van Serviërs naar de Krajina weliswaar een eis, maar een actieve rol daarin laat de EU over aan de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE).

De onderhandelingen spitsen zich nu toe op de strijd tegen corruptie en op juridische en economische hervormingen. „De politieke wil daartoe is niet groot”, zegt Hudson. „Het land was twaalf jaar geleden nog in oorlog, er is veel vernield en er moet een volledig nieuwe economische structuur worden opgebouwd.” De verlieslijdende scheepsbouw moet worden gesaneerd. Hudson: „Dat is een gevoelige psychologische kwestie; de scheepsbouw is voor de Kroaat een prestigieuze kwestie. De politicus die zich waagt aan het afbreken daarvan maakt zich niet populair. Eind dit jaar zijn er parlementsverkiezingen en het risico bestaat dat noodzakelijke hervormingen worden uitgesteld.”

Het is tijd dat geldschieters als de EU en de Wereldbank hun beleid ten aanzien van Kroatië bijstellen, vindt Nataša Srdoc van het Adriatische Instituut voor Openbaar Bestuur. Ze maant de internationale organisaties tot voorzichtigheid bij het pompen van geld in een „ondoorzichtige” economie onder een regering die „nauwelijks hervormt”. Ook buitenlandse waarnemers uiten kritiek. Kroatië is „een land waar niemand de duistere status quo wil verstoren,” schrijft The Economist. „Een grotendeels gesloten economie,” oordeelt de ‘Index of Economic Freedom’ van de Wall Street Journal.

Die duistere status quo wordt gedomineerd door mensen de zich tijdens de oorlog hebben verrijkt, zegt Siniša Ajkholt. Op een overvol terras in Zagreb geniet hij van zijn lunchpauze. „Terwijl Kroatische jongens sneuvelden werd een kleine groep rijk van de wapenhandel. Die onderwereld werd na de oorlog de bovenwereld.”

‘De Tweehonderd man van Tudjman’ is nog altijd de aanduiding voor de politiek-economische elite, genoemd naar wijlen Franjo Tudjman, ultranationalist en eerste president van het onafhankelijke Kroatië. Zijn partij HDZ (Kroatische Democratische Gemeenschap) verdween na zijn dood in 1999 in de oppositie. Maar na vier teleurstellende jaren onder een socialistische regering keerde de HDZ onder aanvoering van Ivo Sanader terug aan de macht. Hij beloofde de partij te zuiveren van de oude Tudjman-getrouwen. Maar daarin is hij maar deels geslaagd, vindt Ajkholt. „Ze zitten grotendeels nog op sleutelposities.”

Als arts verdient Ajkholt 900 euro per maand. „Ik heb weinig te klagen, ik heb net een nieuw appartement gekocht. Ik leef zoals alle Kroaten: op de pof.” De Kroatische economie, zegt David Hudson, „is een zeepbeleconomie”. De Kroatische schuldenlast is inmiddels opgelopen naar 85 procent van het bruto nationaal product. De gezondheidszorg is bijna gratis. Minder dan de helft van de Kroaten draagt sociale premies af. Hudson: „Die situatie is niet langer houdbaar. Kroatië moet een balans vinden tussen de inkomsten en uitgaven.” Dat is niet makkelijk. „We zijn onder het socialisme een halve eeuw in de watten gelegd, en maar weinigen zijn bereid om dat op te geven”, zegt Ajkholt.

Uit een opiniepeiling blijkt dat een krappe meerderheid in Kroatië inmiddels tegen EU-toetreding is. Ajkholt: „Dat verbaast me niets. De hervormingen die de EU nodig acht, vormen een bedreiging. En daarbij wordt de EU nog altijd geassocieerd met het Joegoslavië-tribunaal. Maar weinig Kroaten willen onder ogen zien dat wij in de oorlog óók misdaden hebben begaan.”