Eigenlijk geen man van rechts

Eigenlijk geen man van rechts

Jacques Chirac, die indertijd onder bravogeroep is aangetreden, zal bij zijn aftreden populairder zijn dan hij in lange tijd geweest is. Bij het ingaan van zijn eerste ambtsperiode heeft hij de Fransen opgeroepen „stil te staan bij het voorbeeld van François Mitterand’’. En gisteravond, bij het afsluiten van zijn tweede ambtsperiode, heeft hij dan in vervoering gesproken over het „magnifieke Frankrijk, dat de wereld blijft verbazen’’.

Tussen die twee uitersten van zijn bewind loopt de brokkelige lijn van een heerschappij vol spectaculaire nederlagen, onverhoopte revanches en teleurgestelde verwachtingen – een heerschappij die tussen hem en zijn aanhangers een diepe vervreemding moet hebben teweeggebracht.

Eigenlijk was hij geen man van rechts. Maar dat heeft hij niet willen zeggen, omdat hij nu eenmaal gevangenzat in de rol die zijn leven en zijn eerzucht hem hadden toebedeeld.

Chirac, een in wezen positief ingesteld en weinig tot bespiegelen geneigd man, betreurt dat hij „niet wat meer heeft gemorreld aan de conservatieve opvattingen’’, maar vraagt zich niet af of er eigenlijk een lijn zit in de hervormingen die hij heeft ondernomen. Een paar zijn er geslaagd – daaruit put hij ,,trots’’ –, andere zijn mislukt, en een heleboel zijn halverwege blijven steken, dat is alles. Aangezien hij diep in zijn hart doordrongen is van de onveranderlijkheid der dingen en de uiterste broosheid van de samenleving, herhaalt hij op het moment van vertrek – als hint aan Nicolas Sarkozy – nog eens zijn gehechtheid „aan het Franse model’’.

Binnenslands, zo heeft hij nogmaals gesteld, zou hij vooral hebben gestreden tegen het racisme en het extremisme. Maar evenmin als zijn strijd tegen het Front National zal zijn streven om te ‘herinneren’ – het Vichy-bewind, de slavernij, de kolonisatie – hem in staat hebben gesteld Le Pen in de tweede ronde, de stijgende etnische spanningen, en de rellen in de voorsteden te ontlopen...

Om de Fransen tot elkaar te brengen, had hij meer in zichzelf moeten geloven. Maar pas wanneer hij een beeld schetst van de toekomst van de planeet, van de dialoog der beschavingen, laat hij zijn gevoelens de vrije loop, alsof alleen dat gevoel voor de verscheidenheid van de wereld en de culturen deze verscheurde persoonlijkheid in staat kon stellen zijn verschillende gedaanten te verenigen en zijn eenheid te herstellen.

Zo bezien wordt alles duidelijk. De leerling-stuurman die op zijn achttiende op avontuur ging naar Amerika verwierp net zo goed de zekerheden van zijn milieu als het staatshoofd dat een halve eeuw later voor het front van de Verenigde Naties stelling nam tegen het Amerikaanse wereldrijk. De tweede luitenant die vanaf zijn rotspiek waakte over het Franse Algerije, droomde net zo van broederschap als nu de voorvechter van de gekoloniseerde volkeren. En dat de man van het ‘Franse Labourdenken’ uit de jaren zeventig, de neo-Reaganist van de jaren tachtig, thans het liberalisme gelijkstelt aan het communisme, en die stromingen doodernstig hekelt als twee „ontsporingen van het menselijk denken’’, komt ongetwijfeld doordat deze ‘reiziger zonder bagage’ altijd de ideologie – alle ideologieën – is blijven zien als het tegendeel van het Frankrijk dat hij nu verlaat en waarvoor hij, nu eens met meer en dan weer met minder succes, ,,zijn leven lang gestreden heeft’’.

(Alexis Brézet in Le Figaro)

Open blik maar ook windvaan

Chiracs regeerperiodes zijn gekenmerkt door twee politieke rampen: de ontbinding van het parlement in 1997 [waarna de oppositie de verkiezingen won] en het ‘nee’ bij het referendum over het Europese constitutionele verdrag, waardoor hij er niet in slaagde richting te geven aan het Europese avontuur.

Gisteravond heeft hij geprobeerd de verloren tijd in te halen door plechtig te verklaren: „Het is van het grootste belang door te gaan met het bouwen van Europa. Onze toekomst staat op het spel.” Maar dat had hij veel eerder moeten zeggen!

Het is – en dat is paradoxaal – moeilijk in de geschiedenis van de Republiek een president te vinden die meer open naar de wereld toe is geweest dan Chirac. Zijn eigenzinnige weigering de oorlog in Irak te steunen – waarvoor hem nu alom lof wordt toegezwaaid na de eerdere stortvloed van kritiek – is terug te voeren tot zijn wens een botsing van beschavingen tegen elke prijs te voorkomen. Het (vorig jaar zomer geopende) museum voor primitieve kunst draagt echt zijn stempel, net als het gerenoveerde Louvre dat van François Mitterrand droeg.

Dat overziende begrijpt men beter wat de president gisteravond heeft willen bereiken: het opnieuw samenvoegen van de stukken van een persoonlijkheid die zo gespleten is, dat waarnemers er uiteindelijk nog slechts het beeld van een windvaan op hebben kunnen plakken. [...]

(Françoise Fressoz in Les Echos)

Een Don Juan in de politiek

Men zegt vaak dat Chirac op zijn best is als hij op verkiezingscampagne is. Met enige boosaardigheid wordt er dan aan toegevoegd dat hij op zijn slechtst is als hij eenmaal is gekozen. Hij heeft twee keer [...] op magistrale wijze de presidentsverkiezingen naar zich toe getrokken. Maar ook twee keer is hij als president vastgelopen. De balans van zijn twee regeerperiodes is even dof als zijn overwinningen schitterend zijn. In 1995 nam hij een Frankrijk over dat in een crisis verkeerde, dat twijfelde aan zichzelf en zijn bestemming, dat ondermijnd werd door stakingen en dat slecht was voorbereid op de uitdagingen van de nieuwe eeuw. In 2007 laat hij een Frankrijk achter dat opnieuw in een crisis verkeert, dat nog steeds aan zichzelf en aan zijn lotsbestemming twijfelt [...] en dat slecht is voorbereid op de uitdagingen van de huidige eeuw. [...]

Met veel energie en warmte, met een geduchte intelligentie en een groot gevoel voor cultuur – deze laatste twee eigenschappen zijn lange tijd onderschat – is Jacques Chirac met al zijn onverschrokkenheid een Don Juan in de politiek geweest. Hij heeft zijn leven besteed aan het bereiken van de hoogste posten in het land. Maar had hij zijn prooi eenmaal te pakken, dan heeft hij het erbij gelaten. Hij heeft Frankrijk verleid, maar heeft het niet gelukkig gemaakt. Hij was een druk man, die niet van het moment wist te genieten, hij was een reus in tijden van verkiezingen, maar een dwerg als het op actie aankwam.

(Laurent Joffrin in Libération)