Een woord uit de elfde eeuw

Langere dagen, jonge eendjes: nrc.next plaatst het fenomeen ‘lente’ in het aardse bestaan (en daarbuiten).

Vandaag: taal.

Bestaat er zoiets als de taal van de lente? Ja, dat zou je wel kunnen zeggen.

De lente wordt beschouwd als een tijd van hoop. Alles begint te groeien en te bloeien, en vroeger, toen er nog een duidelijk verschil was tussen winter en lente, begonnen mensen zich in de lente anders te gedragen. Ze borgen hun wanten en winterjassen op – nog langer geleden gingen die meteen de mottenballen in – ze legden hun sjaals en mutsen af, kortom, ze pakten zichzelf geleidelijk aan uit en wilden zich laten zien.

Gevaarlijke tijd, die lente. Je kunt ook hoteldebotel verliefd raken in de winter, op de Noordpool desnoods, maar de ervaring leert dat wij de lente associëren met dartelende lammetjes, ontluikende krokussen en verliefdheid. Het is de tijd van vlinders in je buik, en vlinders gedijen niet bij sneeuw en ijs – wat dat betreft mag het een voordeel heten dat Nederland in rap tempo een mediterraan klimaat begint te krijgen.

De lente is – als wij naar de taalkundige kant kijken – de tijd van een nieuw geluid. Voor diegenen die dit niet meteen als een literaire verwijzing herkennen: de eerste zinnen van Herman Gorters Mei luiden ‘Een nieuwe lente en een nieuw geluid:/ Ik wil dat dit lied klinkt als gefluit’.

Er is geen lentecitaat dat zó vaak wordt aangehaald, en waar zo druk op wordt gevarieerd, als deze dichtregels van Gorter. „Een nieuwe lente, een nieuw gelaat’’ (Annie M.G. Schmidt); „Een nieuwe lente, nog steeds dezelfde kolere-herrie’’ (anoniem) – je vindt ze bij bosjes.

Lente is al een oud woord. Het is in het midden van de elfde eeuw voor het eerst op schrift gesteld. Het gaat terug op het Engelse lent, dat ‘vastentijd’ betekent. Het is samengesteld uit lengen en verwant met het Latijnse dies, dat ‘dag’ betekent. Het betekende oorspronkelijk dus ‘het lengen der dagen’ en dat is precies wat er gebeurt in de lente, dan worden de dagen langer. Geen rumoerige Elfstedentochten en donkere, korte dagen meer, maar meer licht, meer warmte, en optimisme, want ook dat associëren wij van oudsher met de lente.

Van dit alles zien we sporen terug in onze spreekwoordenschat.