Een machtspoliticus pur sang

Meer dan een kwart eeuw stond Jacques Chirac in Frankrijk in het centrum van de macht.

Toch was zijn leiderschap geen onverdeeld succes.

Hij wil Frankrijk, de vrede en de vooruitgang voortaan „anders dienen”. President Chirac (73) heeft gisteren in een tv-rede, zoals verwacht, zijn vertrek aangekondigd. Pas later spreekt hij zich uit voor een kandidaat-opvolger, naar verwachting zijn partijgenoot Sarkozy. Gisteravond had hij een eigen boodschap voor de Fransen: nooit toegeven aan extremisme, en kiezen voor Europese integratie en een “andere verhouding met de natuur”.

Die woorden luiden het einde in van een van de langste politieke carrières in de afgelopen decennia – veertig jaar geleden werd hij voor het eerst in een politieke functie gekozen. De gedeputeerde uit de landelijke Corrèze was er al bij tijdens de mei-opstand in 1968, toen hij er als staatssecretaris van Sociale Zaken vrede sloot met de vakbonden. Hij werd in 1974 voor het eerst premier.

Chiracs lange politieke leven is des te opmerkelijker, omdat zijn leiderschap géén onverdeeld succes was. In 2002 sloot hij zijn eerste termijn als president af met een historisch dieptepunt in de eerste ronde van de verkiezingen: negentien procent. Zijn grootste uitdager bleek de extreem-rechtse Jean-Marie Le Pen. Het leverde Chirac in de tweede ronde 82 procent van de stemmen op, maar ook een bijsmaak. Hij werd de president waar de Fransen het mee moesten doen; de ongekende meerderheid gaf hem geen nieuw elan.

Hij laat Frankrijk straks achter in een stemming van depressie – ook al is daar volgens economische criteria geen sprake van. Toen hij in 1995 president werd, wilde Chirac beoordeeld worden op drie criteria: het bevorderen van gelijke kansen, de groei van de werkgelegenheid en het welbevinden van de Fransen. Maar ook twaalf jaar later is nog steeds bijna 10 procent werkloos. Chirac hield niet tegen dat de Franse economie veranderde. Nationale bedrijven emancipeerden zich van de staatsinvloed, buitenlandse investeerders drukken nu een stempel op de economie.

Maar hij is er – op een gedeeltelijke pensioenhervorming na – niet in geslaagd de noodzakelijke hervormingen door te voeren om de verzorgingsstaat betaalbaar te houden. De staatschuld is torenhoog, en Frankrijk is geobsedeerd door sociale crises: blokkades in het schoolsysteem en de arbeidsmarkt, de groeiende sociale ongelijkheid, de broeiende onvrede in de arme voorsteden, en de weerstand tegen het te ‘liberale’ Europa.

In zijn tweede termijn na 2002 zijn deze problemen Chirac geleidelijk boven het hoofd gegroeid. In mei 2005 spraken de Fransen zich – net als de Nederlanders kort daarna – per referendum uit tegen de Europese Grondwet. Eind 2005 braken in de voorsteden de ernstigste ongeregeldheden uit sinds 1968. Begin 2006 gingen de Fransen massaal te straat op om – met succes – te protesteren tegen een flexibeler arbeidscontract.

Sinds deze drie gebeurtenissen – en een kleine hersenbloeding in de herfst van 2005 – was Chirac vleugellam. De regie over zijn vertrek raakte hij kwijt: Nicolas Sarkozy heeft zijn partij én de meeste medestanders tegen zijn wil van hem overgenomen.

Was Chirac een zwakke president? Volgens ex-premier Jean-Pierre Raffarin (2002-2005) is vast komen te staan dat de tijd van „supermachtige presidenten” voorbij is. Maar zijn talrijke critici nemen Chirac veel kwalijk. Zijn opportunisme bijvoorbeeld – het lang populaire satirische programma Les Guignols de l’Info noemde hem ‘superleugenaar’. Chirac geldt bij uitstek als een politicus die ideeën ondergeschikt heeft gemaakt aan het veroveren van de macht. Tussen 1977 en 1995 gebruikte hij zijn positie als burgemeester van Parijs om het stadsbestuur om te bouwen tot een verkiezingsmachine. Medewerkers, onder wie ex-premier Alain Juppé, zijn veroordeeld omdat ze partijmedewerkers betaalden voor fictieve banen of betrokken waren bij illegale afspraken met bouwbedrijven. De affaires beheersten Chiracs eerste termijn, tot 2002. Maar het is niet uitgesloten dat hij zich alsnog voor de rechter moet verantwoorden, als hij de immuniteit van het presidentschap kwijt is.

Chirac onderscheidde zich met tactische manoeuvres, die soms grandioos mislukten. Zoals in 1997, toen hij het verzet tegen de hervormingen van de regering-Juppé wilde breken door parlementsverkiezingen uit te schrijven. Links won. Chirac was gedwongen tot vijf jaar cohabitation met de socialistische premier Jospin.

Na het referendum over de Europese grondwet werd hem verweten dat hij geen overtuigde campagne voor een ‘ja’ had gevoerd. Vorige week erkende Chirac in Brussel dat hij „misschien niet alles had gedaan wat nodig was” om het referendum te winnen. De invoering van de euro, de samenwerking op defensiegebied en de aandacht voor het milieu, ziet hij als zijn Europese erfenis. Opvallend genoeg sloeg hij de grootste verandering over: de uitbreiding van de Europese Unie met twaalf nieuwe lidstaten, die ook Frankrijk minder centraal heeft gemaakt. Hoe het ook zij, Chirac speelde niet zo’n rol als voortrekker van de Europese integratie als zijn voorganger François Mitterrand.

In de Arabische wereld, Zuid-Amerika, het Verre Oosten en Afrika heeft Chirac een goede naam opgebouwd. De Franse afwijzing van de Irak-oorlog in 2003, en de weerstand die Chirac bood tegen de VS, hebben het Franse aanzien in de wereld, en dat van Chirac in eigen land, goed gedaan. Hij erkende ook als eerste Franse president dat het Vichy-regime, dat in de Tweede Wereldoorlog samenwerkte met nazi-Duitsland en actief meewerkte aan de jodenvervolging, deel uitmaakt van de Franse geschiedenis. Hij voerde een herdenkingsdag in voor de slavernij, die Frankrijk als eerste land heeft erkend als misdaad tegen de menselijkheid. Hij wilde een humanistische, gematigde president zijn. Geen oorlogmaker.