Dean dirigeert zijn eigen première

Concert: Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Stefan Asbury en Brett Dean. Gehoord: 9/3 Concertgebouw, Amsterdam. Radio 4: 6/5 14.15u Avro.

Onverwachts dirigeerde Brett Dean bij het Koninklijk Concertgebouworkest de wereldpremière van zijn eigen Vioolconcert. Dat zou Martyn Brabbins doen, maar die zegde op het laatste moment om persoonlijke redenen af. Wie anders dan de componist zelf kon het werk nog dirigeren?

Dean (1961) is als componist autodidact, maar dat betekent helemaal niet dat hij losstaat van de traditie. Integendeel: zijn klankverbeelding is juist sterk geworteld in het bekende ‘symfonische’, ‘orkestrale’. Je hoort dat hij er – als altviolist – heel wat leerzame jaren in de Berliner Philharmoniker op heeft zitten. Dean is vaardig met alle instrumentgroepen, stoer met effecten, slim in zijn thematische verwerkingen. Nergens lijkt die gelikte buitenkant echter ondergeschikt aan een groter en vooral persoonlijker idee.

Zelfs de historische brieven die inspiratie boden voor de delen van zijn Vioolconcert (brieven van Brahms, Van Gogh, Wolf en de Australische outlaw Ned Kelly) waren aanleiding tot niet veel meer dan afgebakende sfeerdelen en wat thematische reminiscenties, die knap maar vrij voorspelbaar worden uitgewerkt.

Violist Frank Peter Zimmermann – die vorig weekend op hetzelfde podium met het Orchestre de Paris nog indruk maakte in Beethovens Vioolconcert – speelde bijzonder elegant en verfijnd, met een toon die in rankheid en helderheid afstak tegen het soms wat mistige orkest. Het vuurwerk van het scherzo-achtige slotdeel (ook daar weinig nieuws onder de zon) doorstond hij met speels gemak.

De rest van het concert werd gedirigeerd door Stefan Asbury – ook op het laatste moment ingeschakeld. Asbury ging voortvarend te werk, met een overrompelende Sinfonia da Requiem van Britten en een hoogst enerverend Three Places in New England van Ives. …but all shall be well (1999), van de toen tweeëntwintigjarige Thomas Adès, klonk als een soort tegenpool van Deans Vioolconcert: minder gepolijst, minder flitsend, maar in elke noot eigenzinnig.