De ziel is elders blijven hangen

In Jetlag leiden beschadigde mensen die samenkomen in een biertent aan een metaforische jetlag.

Het is onduidelijk wat Ko van den Bosch wil vertellen.

Ko van den Bosch kwam op het idee voor zijn nieuwe toneelstuk Jetlag toen zijn vrouw Ola Mafaalani voor werk naar de Verenigde Staten was geweest. Thuisgekomen moest zij nog veel mailen en bellen met collega’s uit Boston waardoor ze nog weken in de Amerikaanse tijd leefde. Haar lichaam was al aangekomen, maar haar ziel was achtergebleven.

Hierin zag Van den Bosch een mooie metafoor voor de condition humaine. Dus schreef hij een stuk over een biertent waar wat dorstige, beschadigde mensen samenkomen, die leiden aan zo’n metaforische jetlag. Het stuk is alleen in het Amsterdamse Frascati te zien. Tijdens de première vrijdag werd na afloop Van den Bosch’ nieuwe toneelbundel gepresenteerd: Komt op. Rookt wat. Gaat af.

Heel vroeger heette de groep Electric Alex, toen werd het Alex d’Electrique, en na subsidieel gehalveerd te zijn, is het een eenmansbedrijf dat D’Electrique heet. Eind 2008 emigreert regisseur en schrijver Ko van den Bosch naar Groningen, waar zijn vrouw het Noord Nederlands Toneel gaat leiden. Wellicht loopt het uit op een fusie en gaat de groep NNT d’Electrique heten. Van den Bosch maakt een soort punktheater, met een voorliefde voor kabaal, vuil, zelfkant, morsige types, zwarte romantiek van de straat. Maar in de loop der jaren is hij een serieuzer man geworden. Zijn teksten worden steeds ingewikkelder, de uiterlijke heisa blijft steeds meer binnen de perken. In Jetlag blijft het decor zelfs onaangetast en droog, afgezien van wat bloedspetters op de achterwand.

De zaal van Frascati is omgetoverd in een Biergarten, een zomerse Duitse biertent. De toeschouwers zitten aan lange houten tafels – helaas komen de bierpullen pas door na afloop – waartussen ook de bijrolspelers zitten verstopt; acht studenten van de Mime Opleiding. De stamgasten ontmoeten elkaar iedere dag, maar doordat drank het geheugen schoonspoelt, beleven ze iedere dag dezelfde conversatie als nieuw.

Centraal staan Frank Lammers en Harriët Stroet, die een niet meer zo jong en fris stel spelen. Ooit beleefden zij de romantische liefde. Nu drinkt hij voornamelijk. Zij heeft zich net stevig laten verbouwen in een tv-show voor Veronica, waar en passant een latente X-factor bij haar werd ontdekt. Dan is er nog een meisje (Anna Schoen) dat door haar vriend wordt mishandeld. Hij belt haar terwijl hij het met een ander doet. Een in Rambo-kleding gestoken heer (Horace Cohen) vertelt dat hij professioneel bemiddelaar is in oorlogen etcetera. Een andere heer (Ward Weemhoff) wil zich ophangen. Hij komt op met de strop reeds om zijn nek: ,,Hier stond toch een boom?’’

De voorstelling is lekker en enerverend, met veel zang en paringsdans. Als in een Paradetent zit je als toeschouwer midden in de actie. Vaardig stuurt Van den Bosch zijn veertien spelers rond de zaal, overal is iets te beleven. En het is hoopgevend om te zien dat de fysieke stijl van veteraan Van den Bosch ook op jonge spelers is over te dragen.

De verhalen van de stamgasten zijn op zich wel boeiend en geestig, maar het is niet duidelijk wat Van den Bosch nu eigenlijk wil vertellen. De tekst ontbeert een sterk bindend thema. Goed, de mens is ontworteld en aangespoeld, de ziel is ooit elders blijven hangen.

De ziel wordt ook steeds minder belangrijk: het gaat om de mooi verbouwde buitenkant en de bruisende presentatie. En de een is hoopvol dat er uit de wortels van de gekapte bomen nog wat nieuws groeit, de ander denkt dat alles zal sterven. Buiten is het oorlog en woestenij, binnen klampen de overlevenden zich aan elkaar vast in een laatste opleving van liefde en menselijkheid; zoiets haal ik eruit, maar helemaal volgen kan ik het niet.

Jetlag van D’Electrique

T/m 17 maart in Frascati, Amsterdam. Inl.: www.delectrique.nl