‘De God van de heersers predikt onrecht’

De Egyptische religieuze autoriteiten willen de schrijfster Nawal al-Saadawi vervolgen wegens geloofsafval. Daarom gaat ze naar Amerika. „Ik laat mijn hoofd niet afhakken.”

Twee jaar geleden, bij de vorige ontmoeting, was de radicale schrijfster, feministe en arts Nawal al-Saadawi Egyptisch presidentskandidaat. Onder zware druk van de Verenigde Staten en Europa had president Hosni Mubarak de verkiezingen – formeel – opengesteld voor uitdagers en Saadawi had zich aangemeld. Niet dat ze ook maar enige kans had. Maar om de taboes te doorbreken, zei ze toen in haar appartement in Kairo. Om te laten zien dat er een Egyptische vrouw was die Mubarak uitdaagde.

Nu is Saadawi (75, klein, fel, wild wit haar) in Brussel, op doorreis naar de Verenigde Staten, buiten bereik van de religieuze autoriteiten in Kairo die haar op de dodelijke aanklacht van geloofsafval willen berechten. „Ik voelde dat ik mijn nieuwe roman niet kon afmaken onder een dergelijke dreiging. Dat ik word vermoord. Dat mijn ogen worden uitgestoken en mijn lippen en mijn armen worden afgehakt.”

Haar niet te stuiten drang om politieke, religieuze, seksuele taboes te doorbreken heeft Saadawi al vele malen in conflict gebracht met de Egyptische autoriteiten en met religieuze militanten. In 1981 werd ze door de toenmalige president Sadat gevangen gezet en in de jaren negentig stond ze op een dodenlijst van moslimextremisten. Toen ging ze eveneens naar Amerika, waar ze van 1993 tot 1996 doceerde aan Duke University (North Carolina).

In 2001 beschuldigde een moslimfundamentalistische Egyptische advocaat haar ook al van geloofsafval. Hij spande een proces tegen haar aan om haar van haar echtgenoot te scheiden omdat een afvallige niet met een moslim kan zijn getrouwd. Zoiets lukte in 1995 met de geleerde Nasr Abu Zeid, die sindsdien, met zijn vrouw, in Nederland woont. De zaak tegen Saadawi werd echter afgewezen.

Haar toneelstuk ‘God neemt ontslag op de topconferentie’, dat ze in 1996 aan Duke University schreef, is de oorzaak van haar nieuwe problemen. Het stuk werd eind vorig jaar in het Arabisch vertaald en in januari, voor de Boekenbeurs van Kairo, door een Egyptische uitgever gepubliceerd. Het werd direct door de politie geconfisqueerd en vernietigd. „Hoe kun je dergelijke ketterij tegen God uitgeven? vroeg de politie hem”, zegt Saadawi. Lachend: „Hij antwoordde dat hij het niet had gelezen!”

Saadawi vertrok begin februari uit Egypte. Twee weken geleden werd bekend dat de door de staat benoemde waakhonden van Al-Azhar, de hoogste islamitische instantie in de sunnitische wereld, inderdaad hebben besloten haar te vervolgen. In de Egyptische staatspers is een felle campagne tegen haar aan de gang.

„Mijn God, de God in mijn stuk, is symbool van gerechtigheid”, zegt Saadawi. „Mijn ongeletterde grootmoeder en mijn vader die aan de Al-Azhar is afgestudeerd, die een islamitische geleerde was, hebben me geleerd dat God gerechtigheid, vrijheid, liefde, vrede is en niet een boek uit een drukpers.”

De God die in haar toneelstuk zijn ontslag neemt is de God van de tekst van de heilige boeken van de drie grote monotheïstische godsdiensten, de koran, de bijbel en de tora – de boeken uit de drukpers. „De profeten en andere historische personages ondervragen hem tijdens de topconferentie en wijzen hem op de vele tegenstrijdigheden in de heilige boeken: de ondergeschikte positie van vrouwen, oorlog, invasie van andermans land, racisme, dat mensen anderen doden omdat ze in een andere God geloven. Een heleboel onrecht.”

„Al-Azhar verdedigt de God van de tekst, want dat is de God van de heersers, van de regering. De God die onrecht predikt, oorlog”, zegt Saadawi. Maar haar gesel treft niet alleen de islamitische autoriteiten: „George Bush draagt de bijbel en vecht tegen Irak. Het Israëlische volk is Palestina binnengevallen onder het motto van het zogenaamde beloofde land. Allemaal gebruiken ze God om oorlog te rechtvaardigen, onrecht. En dat stel ik aan de kaak in het stuk. En dat wil Al-Azhar, als regeringsinstelling, natuurlijk niet.”

De komende zes maanden gaat Saadawi in de Verenigde Staten haar nieuwe roman schrijven. Die gaat opnieuw over God: „Alles gaat over God. In mijn werk scheid ik de wereldpolitiek niet van seksuele politiek, van religie – alle religies.” Ze lacht weer: „Ik zeg wel eens dat ik een verband leg tussen George Bush en genitale verminking van vrouwen.” Saadawi is een gedreven bestrijder van vrouwenbesnijdenis.

Alles is met elkaar verbonden, zegt ze, „in feite is godsdienst een politieke ideologie. Religie wordt door alle regeringen gebruikt, zowel in het Westen als in het Oosten. George Bush wordt gesteund door christelijke fundamentalisten, Israël is gebaseerd op joods fundamentalisme, Saoedi-Arabië is gefundeerd op islamitische fundamentalisme. We zien een golf van religieus fundamentalisme over de hele wereld.”

Gaat Saadawi terug naar Egypte, waar haar man (schrijver/arts), dochter (arts) en zoon (filmmaker) zijn achtergebleven? „Alleen als er in plaats van een religieus proces een internationaal tribunaal komt van literaire critici. Ik laat me natuurlijk niet berechten door religieuze mensen. Nooit. Want ze zullen mijn hoofd afhakken. Ik zal nooit mijn leven in handen geven van Al-Azhar.”

Dus het is mogelijk dat ze niet naar Egypte teruggaat? „Natuurlijk. Ik ben niet dom. Ik ga niet terug om door Al-Azhar te worden vermoord.”

Al die bedreigingen, wordt Saadawi daar zo langzamerhand niet moe van? „Ik ben eraan gewend te worden bedreigd”, zegt ze. „Wanneer je aan iets bent gewend, ben je niet moe. Soms heb ik er wel genoeg van. Maar schrijven geeft me veel plezier. En met dat plezier ga ik door, weet je, door en door en door. Het plezier van creativiteit geeft me veel hoop. En hoop is macht. En daarom ben ik sterk. Want ik ben heel optimistisch.”