Chávez moet rechtse coup voorkomen

President Chávez van Venezuela wordt verweten zich te gedragen als een dictator. Deels is dat juist, maar het is de oppositie die hem daartoe dwingt, schrijft Bob Bouhuijs.

De afgelopen maanden lijkt het Venezuela van president Hugo Chávez een ware sociale en politieke transformatie door te maken. Chávez heeft per decreet tal van hervormingen doorgevoerd en de Venezolaanse olie grotendeels onder staatscontrole gebracht. Zijn autoritaire regeerstijl wordt veelal gehekeld. Zo zou zijn bewind een gevaar vormen voor democratie en rechtsorde.

Chávez’ critici hebben naar mijn mening echter onvoldoende oog voor de complexe context waarin deze president zijn politiek probeert vorm te geven. Zijn sociale beleid, dat gericht is op het scheppen van meer rechtvaardige, egalitaire verhoudingen, kan immers rekenen op hevige oppositie van grote delen van de bevoorrechte Venezolaanse bevolking. Vooral een vergelijking met het bewind van Salvador Allende, de Chileense president die in 1973 bij een staatsgreep om het leven kwam, plaatst Chávez’ politiek in een ander licht.

Tussen Chávez en Allende bestaan veel overeenkomsten. Beiden staan in de socialistische traditie, kwamen door verkiezingen aan de macht en werden geconfronteerd met fel verzet van de Amerikaanse regering. Ook de oppositie tegen beide presidenten kent parallellen. Evenals Chávez had Allende te kampen met protesten van de bevoorrechte klassen die alles in het werk stelden om hun belangen te waarborgen. Aangezien Allende de vrijheid van de media niet inperkte, konden de rechtse media een haatcampagne tegen zijn regering initiëren. Hierdoor werd zijn bewind in diskrediet gebracht en de coup van 11 september 1973 vereenvoudigd.

De oppositie tegen Chávez bestaat in grote lijnen uit dezelfde sociale klassen als die tegen Allende. Ook de gebruikte strategieën komen overeen. Zo vond in 2002 een serieuze couppoging tegen Chávez plaats, waarbij de oppositie door straatprotesten en een mediacampagne de weg voor het ingrijpen van het leger vrijmaakte. De staatsgreep kwam er, maar Chávez’ aanhang liet het er niet bij zitten: een immense demonstratie van Chávez-supporters bracht hem weer aan de macht.

Gezien het dramatische einde van Allendes bewind en de serieuze binnen- en buitenlandse oppositie tegen zijn regering, is het niet verwonderlijk – en zelfs begrijpelijk – dat Chávez heeft gekozen voor een autoritair antwoord. De rechtse oppositie heeft immers getoond dat zij bereid is Chávez’ regering omver te werpen.

Niettemin is Chávez’ strategie niet vrij van gevaren. Ook in dit verband is een vergelijking met een eerdere historische episode op haar plaats: de Russische Revolutie. Het waren de Russische bolsjewieken die in de jaren twintig van de vorige eeuw eveneens hun toevlucht zochten tot autoritaire maatregelen. Evenals Allende en Chávez bezaten zij een program dat geënt was op materiële herverdeling en ook zij hadden te kampen met felle binnen- en buitenlandse opponenten. De door de bolsjewieken ingezette autoritaire koers brak echter niet slechts de slagkracht van de vijand, maar ondermijnde ook de democratische structuren die juist de vitale kracht vormden van de eerste jaren van de revolutie.

Het dilemma waarin Chávez’ regering zich bevindt is dan ook complex. Het is te eenvoudig hem af te schilderen als een dictator die geen enkel oog heeft voor democratie of de rechten van het individu. Hoewel zijn regering wel degelijk autoritaire trekken bezit, is het juist de rechtse oppositie geweest die zich tot nu toe het meest anti-democratisch heeft opgesteld. Het Chileense echec van 1973 en zijn dramatische nasleep tonen ons een historische les die hierbij niet vergeten mag worden.

Tegelijkertijd leert het Rusland van de jaren twintig ons een andere les. Het beteugelen van de vijandelijke oppositie kan immers een proces op gang brengen waarin ieder kritisch geluid verstomd en de politieke willekeur van de heersende partij hoogtij viert.

Het is prematuur om het Venezuela onder Chávez te kenschetsen als een volgroeid dictatoriaal regiem. Tevens heeft Chávez’ sociale politiek een onmiskenbare bijdrage geleverd aan het verbeteren van de levensstandaard van de arme Venezolaanse bevolking.

Wel is het gevaar aanwezig dat Chávez’ partijapparaat zich losweekt van zijn achterban en de autoritaire kenmerken van zijn bewind uiteindelijk de boventoon gaan voeren.

De politicoloog dr. B. Bouhuijs is auteur van ‘De gefragmenteerde staat’.