Arctic Monkeys, tussen de oude en nieuwe cd, oogsten woeste bijval

De Arctic Monkeys traden zaterdag op tijdens een van de exclusieve concerten in de vergrootte Max, gelegen tussen de Melkweg en de Amsterdamse Stadsschouwburg.

Hoe nuttig is een handelsmerk? Of is net die manier van zingen of dat ene gitaargeluid juist beperkend? Wat eerst door het publiek werd omarmd, moet bij een volgende kennismaking iets zijn bijgesteld, omwille van de ‘ontwikkeling’. Denk aan de karakteristieke kortaf gespeelde gitaar van The Strokes op hun debuut-cd Is This It (2001), of de Oooh en Aaah-koortjes van de Kaiser Chiefs op hun debuut. Zij hebben een beperkte houdbaarheid.

Het handelsmerk van Arctic Monkeys is de zang van Alex Turner. Turner is als een bar-bezoeker die onverstoorbaar tegen je aan blijft kletsen, dwars door harde muziek. Hij maalt niet om punten en komma’s, zijn verhalen borrelen onstuitbaar verder.

Hoe de tweede cd van Arctic Monkeys, de opvolger van hun inmiddels historisch gebleken debuut Whatever People Say I Am, That’s What I’m Not, uitpakt, weten we pas zeker in april. Maar afgelopen zaterdag gaf de band in de Max in Amsterdam een voorproefje.

Dat maakte alvast één ding duidelijk: Turners ontsporende zang is gebleven. Ook gebleven is de losse structuur van de nummers, met altijd ruimte voor bijzinnen en gedachtensprongen.

Het verschil met de vorige cd zal hem vooral zitten in de sound: de noisy gitaarintro van de nieuwe single Brainstorm, en de ska-accenten van Fluorescent Adolescent.

Het exclusieve concert van Arctic Monkeys was een van de optredens die zijn georganiseerd vanwege van de vernieuwing van de Max.

Vijftienhonderd mensen, in plaats van duizend, konden de band nu zien. En de groep speelde een feestset, met een snelle opeenvolging van oud en nieuw werk. Als derde liedje was daar al Bet You Look Good On The Dancefloor, met even later When The Sun Goes Down. Bij deze gelegenheid was crowdsurfen en stagediven niet verboden: er werd opvallend ver gedoken.

Toch is een concert vlak voor de release van een nieuwe cd een licht verwarrende gebeurtenis. Het publiek kent het repertoire maar voor de helft en dat leidde zaterdag tot een wisselend beeld: woeste bijval bij de liedjes van het debuut, en relatieve rust bij de nieuwe nummers.

Maar de stoïcijnse Alex Turner weet heel goed hoe hij het onderste uit de kan moet halen. Tijdens het aloude View From The Afternoon hoefde hij maar een pink te bewegen, en de zaal barstte uit in een net nog even wilder gespring en gejuich.