Zij springen van dakrand naar dakrand

Ze rollen over straat, hangen aan muren en springen over daken. ‘Parkour’ heet de discipline waarbij ‘traceurs’ de stad bedwingen als een stormbaan, ontdekt Frank Provoost. „Er zit altijd angst in je hoofd.”

„Hallo!”

Beleefd groet Philip van Ees (21) de toevallige voorbijganger die tweeënhalve meter onder hem langs loopt. De oude man kijkt op uit de brandgang, verbaasd dat daar iemand op een schuur is geklommen en grapt: „Spring maar. Dan vang ik je op.”

Dat is niet nodig. Zonder een aanloop te nemen zet Van Ees af. Met armen en benen vooruitgestoken vliegt hij door de lucht. Drieënhalve meter verder landt hij. Niet op, maar tegen de andere schuur. Daar hangt hij dan, met zijn vingertoppen aan de rand en zijn tenen tegen de bakstenen. Even optrekken. Missie geslaagd.

Nou ja, bijna dan. Van Ees: „Er zit altijd angst in je hoofd. Daarom moet je zo’n sprong meteen nóg een keer doen.” Weer zweeft hij over de brandgang en ploft hij tegen de muur. „Deze was helemaal lekker”, zegt hij, hangend aan de dakrand. Niet dat het er toe doet hoor, maar dit was dus ‘een 12-voeter’. Dat had hij eerder al, voetje voor voetje opgemeten. „En mijn schoen is precies 31 centimeter lang.”

Zo gaat dat, voor wie de stad als stormbaan ziet. Dat doen beoefenaars van ‘parkour’, een uit Frankrijk overgewaaide straatdiscipline waarbij zogeheten ‘traceurs’ obstakels in de stad proberen te bedwingen. Daarbij zoeken ze naar andere lijnen dan de geijkte, legt Brian van de Voorn (18) uit. En dat houdt in dat relingen, banken, hekjes, maar ook lantaarnpalen, telefooncellen en daken worden besprongen. Zonder hulpmiddelen; enkel met gympen.

In Hoorn, bij het station Kersenboogerd, trainen de twee zichzelf en „de jonge garde”. Vier meisjes springen er van bankjes op stoepranden. Verderop springt Van de Voorn vanaf een raamkozijn over een gemetselde trap en slingert zich via een boom op een hekje. Van Ees stort zich van grote hoogte naar beneden, landt op twee voeten en gooit om de val te breken zijn lichaam schuin voorover. Eenmaal doorgerold over het asfalt duwt hij zich overeind en rent weer verder.

franstalig jargon

Twee jongens zijn vandaag met de trein uit Dordrecht gekomen en proberen nu tegen een vier meter hoge muur op te lopen. Van Ees, zwarte trui en joggingbroek, doet even voor hoe dat moet. Na een korte sprint veert hij omhoog, zet met zijn voet af tegen de muur en grijpt dan met de vingertoppen van één hand net boven de rand. Handje erbij, optrekken en hij is boven. Maar dat kan beter, vindt hij zelf: „Die aanloop was nog te lang. Ik ken een jongen, die haalt hem al vanaf drie meter.”

Passe Muraille heet deze techniek. Het Franstalige jargon is afkomstig van grondlegger David Belle (zie kader), tevens stichter van de Parkour Worldwide Association (PAWA) waarvan Van Ees de Nederlandse vertegenwoordiger is. Hij heeft zijn idool al een paar keer ontmoet. „We hebben samen getraind.”

urban ninja’s op internet

Dankzij internet bestaat er veel onderling contact. Filmpjes met heroïsche titels als Urban Ninja’s of Against Gravity worden van Toronto tot Moskou uitgewisseld. Behalve door heel Nederland reist Van Ees – op het net beter bekend als Chaos – ook naar het buitenland. Vorige maand zette hij zijn laatste verzameling sprongen online onder de naam Escaping Confinement. Alleen al op YouTube werd het filmpje 1.400 keer bekeken.

Het aantal Nederlandse traceurs schat hij hooguit op enkele honderden, waarbij onderscheid moet worden gemaakt tussen de puristen en degenen „die maar wat aankloten”.

Die laatste groep wordt alleen maar groter door videoclips als die van Eric Prydz vs. Floyd en hun ‘Proper Education’, of Madonna’s singles ‘Hung up’ en ‘Jump’. En voor wie Madonna er te oud voor vindt: zelfs de nieuwe 007 doet in Casino Royale aan parkour.

Het leidt tot een voor buitenstaanders bijna onbegrijpelijk debat over parkour versus ‘free running’, de afgesplitste variant waarbij sierlijkheid een grotere rol speelt dan effectiviteit. De aanhangers van de eerste vorm verklaren hun beginselen heilig: het gaat om het afleggen van een vooraf bedachte, denkbeeldige lijn.

„Stel: je moet van hier naar daar”, wijst Van Ees in de richting van een fietstunnel onder het spoor. „Hoe doe je dat dan zo snel en vloeiend mogelijk?” Hij verafschuwt de salto’s en pirouettes die free runners aan hun sprongen toevoegen. „Het nadeel van die trickers is dat ze alles maar half doen. Wij kunnen ook allebei een salto maken. Maar dat heeft volstrekt geen nut.” Van de Voorn: „Ik word doodziek van die gasten. Echt waar.”

geen salto’s graag

„Ga lekker gymnastieken”, adviseren ze nieuwe pupillen die graag salto’s willen leren. Wie komt voor parkour, moet zichzelf vooral discipline bijbrengen en uren trainen. Wie dat weigert, „heeft niets op daken te zoeken”. Het is nu eenmaal „gooi- en smijtwerk met je lijf”. „Je spieren moeten de klappen opvangen”, zegt Van de Voorn. „Niet je botten, want dan is na twee jaar het met je gedaan.” Wijzend op hun tengere postuur: „Wij hebben kracht, maar geen massa.” Daarvoor trainen ze volgens een vast schema boven-, midden- en onderlichaam. Elk spiertje komt daarbij aan bod: opdrukken gebeurt bijvoorbeeld met twee vingers per hand of enkel met de duimen.

traplopen is ook gevaarlijk

Blessures blijven met dank aan die constante conditie beperkt tot enkele schaafwonden op schenen, als een landing tegen een dakrand een keer verkeerd uitpakt. Van Ees: „Maar daarom train je ook om na zo’n sprong met één hand te kunnen landen.”

De achterliggende gedachte is altijd: gevaar verdwijnt door routine. Wie weet dat hij vijftig keer foutloos over drie meter kan springen, kan dat ook op vier meter hoogte. Van de Voorn: „Het moet gewenning worden. Het is net als met traplopen. Eigenlijk zou dat ook heel gevaarlijk kunnen zijn, maar het gaat ook altijd goed.”

Dan is er nog maar één klein detail: vergeet nooit het eelt van je vingers en handpalmen te vijlen. Van de Voorn: „Als je te veel hebt, scheurt het af als je aan een muurtje hangt. Dat is geen prettig gevoel.” Van Ees: „Ik doe het met een vulkaansteen, maar het kan ook gewoon met schuurpapier.”

Levert het rennen over kozijnen en daken nooit problemen op met buurtbewoners? „In begin reed de politie hier dagelijks langs”, zegt hij, „maar nu zien we ze nauwelijks meer. Als je kalm uitlegt waar je mee bezig bent, kweek je begrip.” Vandaar dat hij ook de eigenaren begroet, als hij toevallig op het dak van hun schuur staat. „En ik loop ook altijd langs de rand om lekkage te vermijden.” Om niemand tot last te zijn, klimt hij vandaag ook niet op het nog hogere dak uit Escaping Confinement. „Dat is van een kinderdagverblijf, dus daar spring ik alleen in het weekend.”

En dan verbleekt Van de Voorn plotseling. Want tegenover het plein ziet hij iemand op het dak van een flat lopen. Verschrikt telt hij de leerlingen, kijkt nog eens omhoog en schiet dan in de lach: „Gelukkig maar: het is een dakdekker.”

Zie voor meer informatie:www.parkour.nlwww.parkour-source.nlwww.parkour.net