‘We hebben echt een ondergrens bereikt’

De PvdA heeft deze week zwaar verloren bij provinciale verkiezingen. Han Noten, voorzitter van de fractie in de Eerste Kamer, maakt zich grote zorgen. Kan de PvdA regeren zonder haar eigen aanhang te verjagen? „We moesten kiezen: gaan we achter onze kiezer staan, of tegenover hem.”

Donderdagmiddag, de dag na de verkiezingen voor de Provinciale Staten, de Eerste Kamer is uitgestorven. Han Noten is een van de weinige aanwezige senatoren in de statige hal van het gebouw. Hij heeft „echt de balen van gisteren”, zegt hij. „Het verlies doet gewoon zeer. Ik ga het niet mooier maken dan het is. We hebben echt een ondergrens bereikt.” Het is zuur voor de gekozen kandidaat-Statenleden, vindt Noten, dat zij last hebben gehad van de Haagse politiek.

Han Noten is sinds 2003 voorzitter van de PvdA-fractie in de Eerste-Kamer. Hij moet in mei, als de leden van de Provinciale Staten de nieuwe Eerste Kamer hebben gekozen, aan de slag met een uitgedunde fractie. De PvdA verloor in alle provincies. In totaal keerden bijna 400.000 kiezers de PvdA de rug toe ten opzichte van 2003. De fractie levert vier van de negentien zetels in. Zijn er vandaag geen lichtpuntjes te ontdekken? Toch wel, twee zelfs. De oppositie heeft geen meerderheid in de senaat gekregen. En zijn zoon heeft een 7,7 voor wiskunde.

De kiezer, zegt Noten, heeft de PvdA in de provincie gestraft voor het regeren met het CDA en de ChristenUnie in Den Haag. „Democratisch gezien deugt dat natuurlijk niet. De Staten worden gekozen op een andere verantwoordelijkheid. Het is geen reden om zielig te doen, vier jaar geleden profiteerden we er juist van. Maar er klopt niets van.”

Het politieke debat ging vooral over de dubbele nationaliteit, zegt Noten. Hij heeft zich daaraan geërgerd. „Ik vond het een naar debat. Ik had gewild dat we het konden stoppen of keren. Het hele debat was ook een Haags construct. Ik was er laaiend over. Er werd een Haags probleem bedacht: het dubbele paspoort. Op straat of in de kroeg had ik er nog nooit over gehoord. Er ontstond een Haagse crisis, die Den Haag niet gaat oplossen. Ze gaan de Grondwet hier echt niet veranderen. Het was drie keer niks.”

Er was veel kritiek op partijleider Wouter Bos. Hij staat pal voor de PvdA-staatssecretarissen Albayrak en Aboutaleb, maar wil wel gaan praten met landen die het onderdanen verbieden hun paspoort in te leveren. Dat is een dubbelzinnige boodschap.

„De gedachte van Bos was dat mensen zelf kunnen kiezen welk paspoort ze willen. Dat is een libertaire opvatting. Maar de boodschap was te genuanceerd. In ieder geval voor het tijdstip: het was drie dagen voor de verkiezingen.”

Hij verwees naar een motie uit 2004, waarin de PvdA hetzelfde zegt.

„Ja, en hij had gelijk. Die motie ís er ook, maar dat snapt toch helemaal niemand meer?”

De uitslag van deze week heeft volgens Noten een „structureel probleem” van de PvdA aan het licht gebracht. De PvdA is gaan regeren, omdat de partij het land bestuurbaar wil houden. Alleen: de kiezer waardeert die opstelling niet. „Toen we vorig jaar begonnen te onderhandelen met het CDA en de ChristenUnie, wist ik dat we daar enorme electorale risico’s mee zouden lopen. De meerderheid van onze eigen kiezers, wisten we, vond het onwenselijk dat dit kabinet er zou komen. In januari, toen de gesprekken echt begonnen, was dat nog steeds zo. In die zin heeft de partij een fundamentele beslissing genomen. We moesten kiezen: gaan we achter onze kiezer staan, of tegenover hem. We hebben voor dat laatste gekozen. En daarmee zijn we een proces ingegaan waarvan iedereen al wist dat dat heel fout kon aflopen. Ik heb zelfs een tijd gevreesd dat we maar dertien zetels zouden halen. De uitslag van de Tweede Kamerverkiezingen van 22 november vorig jaar liet zien dat onze bereidheid om compromissen te sluiten niet goed ligt bij de kiezer. We hadden besloten dat we de formatie in konden gaan onder twee voorwaarden. Het moest snel gaan, en we moesten duidelijk zijn over de punten in het regeerakkoord waar we niet achter staan. Maar daar hebben we last van gekregen. Denk aan het homohuwelijk en Irak.”

Heeft de PvdA zichzelf daardoor niet kwetsbaar gemaakt? Het instemmen met het veto op Irak was een moeilijk punt voor de achterban, en de passage over het homohuwelijk in het regeerakkoord heeft kwaad bloed bij de achterban gezet.

„Dat is zo. Irak en de immateriële kwesties hebben het beeld bepaald. Maar een onderzoek naar de oorlog in Irak was een breekpunt van Balkenende. En je kan niet met de ChristenUnie gaan regeren en hen geen enkele passage over immateriële kwesties gunnen. Beleidstechnisch betekent die passage over het homohuwelijk niets. Er komt geen wetsvoorstel, we gaan niets anders doen dan nu. Maar het was wel beeldbepalend.”

Het CDA moest ook compromissen sluiten. Zij hebben veel minder verloren.

„Het grote verschil tussen CDA en PvdA is dat wij altijd alles aan de achterban moeten uitleggen. Anders dan het CDA worstelen wij met morele dilemma’s – al zolang de sociaal-democratie bestaat. Het CDA wil geen onderzoek naar Irak en komt daarmee weg. Moreel gezien is het een buitengewoon interessante vraag, maar politiek gezien is die vraag buiten de orde. Er is geen parlementaire meerderheid voor zo’n onderzoek.”

Het verlies houdt dus verband met de aard van de PvdA?

„Nou ja, in de linkse beweging zit altijd een verabsolutering van de eigen idealen. Het is de meerderheidsstrategie van de jaren zeventig, waarin werd geprobeerd ook in kabinetten een progressief overwicht te behouden. Dat leeft nog heel breed in de partij. Mijn achtergrond is een totaal andere.”

Sterker nog: u bent het vleesgeworden poldermodel, u heeft altijd met het compromis geleefd.

„Ja, ik heb nog nooit in mijn leven een ideaal bereikt, ik zag het hooguit in de verte liggen.”

Voelt u zich dan wel thuis in de PvdA? De achterban lijkt structureel ontevreden met de compromisbereidheid van de politieke leiding.

„Ik ben daar voortdurend geïrriteerd over. Maar ik voel ook een diepere boosheid. Je kunt niet een politieke constellatie creëren waarin regeren de facto onmogelijk wordt. Dat doet me denken aan de Republiek van Weimar in Duitsland. Bondskanselier Ebert is het regeren onmogelijk gemaakt door links, niet door rechts. Het midden was de enige plek waar partijen nog bestuurlijke verantwoordelijkheid namen. Maar het midden werd smaller en smaller, terwijl links én rechts aan een meerderheidsstrategie vasthielden. Zo is dat land onbestuurbaar geworden en is de republiek in 1933 gevallen. Ik vind het interessante politieke geschiedenis, maar het is niet de kant die we in Nederland op moeten gaan. Dat past niet bij mij, en ook niet bij de founding fathers van de PvdA. De voorganger van de partij, de SDAP, is ontstaan als een linkse beweging die binnen de grenzen van het systeem haar doelstellingen wilde bereiken.”

Is dit probleem structureel en niet-oplosbaar?

„Inderdaad. Het is genetisch bepaald. Anderzijds ben ik juist daarom lid van deze partij. Dat gevecht boeit me. De SP zit daar heel anders in. Die gaan dat gevecht uit de weg.”

Hoe gaat Wouter Bos hiermee om? Bij hem wordt de fundamentele twijfel van de PvdA soms zichtbaar.

„Ja, dat was bij Wim Kok wel anders. Die liet zich minder leiden, hij was juist heel rechtlijnig. Misschien laten wij ons tegenwoordig meer door de buitenwereld leiden. Maar Kok heeft ook veel verkiezingen verloren. Het ging met Wim Kok ook pas goed nadat hij minister van Financiën werd. Met Wouter Bos zal dat ook wel zo gaan.”

Wat kan hij dan leren?

„Het is een kwestie van krediet. Bos had tot vorig jaar zo’n enorm krediet, dat sloeg helemaal nergens meer op. Dat was echt buiten de orde, al was het leuk voor hem. En voor de partij. In de Eerste Kamer wonnen we negentien zetels, dat was eerder alleen onder Den Uyl gelukt. Ook de gemeenteraadsverkiezingen van vorig jaar waren fantastisch. Maar beelden veranderen snel in de politiek. Krediet verdampt. Hij had de rolwisseling van fractievoorzitter naar vice-premier nodig om krediet terug te winnen.”

De SP komt op. In Limburg, de provincie waar Noten is geboren, en Noord-Brabant haalde de partij van Jan Marijnissen de PvdA zelfs in als grootste linkse partij. Noten: „Het succes voor de SP is deels verklaarbaar doordat zij nooit een verkiezingsbelofte hebben hoeven te breken. Ze hebben nog nooit regeringsverantwoordelijkheid gedragen. Maar, belangrijker nog, de samenleving is veranderd. De kiezer gaat meer naar de politieke uitersten. Tegelijkertijd heerst er een conservatieve wind. De SP speelt in op een behoefte aan veiligheid, ik vind die partij behoudend. Kijk maar naar hun standpunten over Europa, waarden en normen, sociaal-economische kwesties. Ik snap het ook wel. Het is een reactie op de liberale samenleving, die aan het einde van de vorige eeuw het individu centraal stelde.”

Baart de opkomst van de SP u zorgen? De sociaal-democratie is er toch ook voor de lager opgeleide klasse die zich zorgen maakt?

„Wij komen niet uit die traditie. De beweging is wel gericht op de culturele emancipatie van die klasse, we willen het schild voor de zwakkeren zijn. Maar het fundament van de beweging is de middenklasse. We hebben altijd iets elitairs gehad, iets bestuurlijks. Onze partij was voor de vaklieden en de onderwijzers, de middenklasse.”

Uw fractiegenoot Bert Middel zei laatst: de SP heeft Troelstra van ons afgepakt.

„Troelstra was echt niet de onderkant van de samenleving, hoor. Ik denk dat het anders ligt. De SP komt op in het zuiden des lands. De SP is de nieuwe KVP. Die partij was ook erg geïntegreerd in de samenleving, met de fanfare, de carnavalsvereniging, noem maar op. De PvdA is daar nooit goed in geweest. Wij gingen met zijn allen naar Vierhouten, op kamp. De PvdA is nooit de partij van de oude wijken geweest, zeker de laatste dertig jaar niet meer. De PvdA is steeds meer geïnstitutionaliseerd.”

Nu zit de PvdA in een conservatiever, anti-paars kabinet met twee van oorsprong christelijke partijen. Dat zou betekenen dat de bezorgde kiezers weer terug hadden moeten komen.

„Misschien gebeurt dat ook nog wel. Maar 7 maart was duidelijk te vroeg.”

De coalitie mag dan een meerderheid hebben in de senaat, dat betekent volgens Noten niet dat zijn PvdA-fractie klakkeloos ‘de overzijde’, de Tweede Kamer, gaat volgen. Hij roept de afgelopen kabinetsperiode in herinnering. Toen stemde de senaatsfractie twee keer op gevoelige onderwerpen anders dan de Tweede-Kamerfractie. „We steunden een kabinetsvoorstel van de Wet werk en bijstand, waar de overzijde tegen was. En we zorgden voor een kabinetscrisis door tegen invoering van de direct gekozen burgemeester te stemmen. Dat leverde ons een enorm conflict op, ook in de eigen partij. Maar als we iets echt niet zien zitten, moeten we wel tegen kunnen stemmen. Als wij hier altijd hetzelfde stemmen als de Tweede Kamer, kun je ons beter afschaffen. Ik wil dat wij onze eigen afweging maken en daar niet verkrampt over gaan doen.”

Is uw fractie er om de rust in het kabinet te bewaren of om de coalitie juist scherp te houden?

„Ik realiseer me goed dat er gevoelige onderwerpen aankomen, al heb ik nog geen concrete wetsvoorstellen gezien. Het zou een vergissing zijn als de regering denkt dat ze klaar met ons is. We gaan ongetwijfeld wetten wegstemmen, dat hebben we hiervoor ook gedaan. Als de leeuw hier twee keer per jaar brult, dan weet iedereen dat we nog bestaan. Maar veel vaker moet ook weer niet.”

Met Klaas de Vries haalt u bovendien een dwars politicus de fractie binnen.

„Ja, en ik ben misschien wel net zo dwars. We hebben hetzelfde gevoel voor humor. Klaas is trouwens geen man voor symboolpolitiek, hij weet wat haalbaar is. En we hebben altijd dwarse denkers in de fractie gehad. Met Erik Jurgens en Ed van Thijn ging het ook goed. Ik vind het heel goed dat Klaas toch in de fractie is gekomen. Ik maakte me zorgen over de politieke continuïteit van de fractie.”

Een concreet geval: hoe gaat het verder met het onderzoek naar de Nederlandse deelname aan de oorlog in Irak? De coalitie heeft afgesproken dat dat er niet zal komen, ofschoon de PvdA dat wel wil. Voelt u zich gebonden aan de coalitieafspraken?

„Ik ga er met het kabinet over praten. We zijn het debat verkrampt uit de weg gegaan. Mijn ChristenUnie-collega Egbert Schuurman en ik hebben afgesproken dat we met het kabinet in de week na Pasen in debat willen over de regeringsverklaring. En dan wil ik ook weten wat nou het probleem met Irak is. Ik vind het niet goed dat Irak taboe wordt verklaard. Als ik er iets over wil weten, dan vraag ik ernaar. En dan wil ik ook een antwoord.”

U wilt een antwoord, maar de coalitie heeft het onderwerp taboe verklaard. Zij wil geen gesprek.

„En dat vind ik dus niet goed. Ik wil horen waarom er niet over gepraat wordt, waarom het een breekpunt voor het CDA was. Dan wordt dat tenminste voor het nageslacht in de Handelingen opgenomen.”

U weet al welk antwoord u dan krijgt.

„Dan ga ik doorvragen. Het is belangrijk dat de premier weet hoe wij erover denken.”

Uw aanstaand fractiegenoot Klaas de Vries heeft al aangekondigd dat hij een onderzoek naar Irak zal steunen. Mag hij dat?

„Ja, staatsrechtelijk is daar niets mis mee.”

Misschien heeft de PvdA een dwarse senaatsfractie nog wel hard nodig om de ontevreden achterban gerust te stellen.

„Erik Jurgens, die nu nog in de fractie zit, wil ook een discussie over een onderzoek naar Irak. De Limburger in mij zei: hè verdorie, daar krijgen we weer gedonder van. Maar ik dacht ook: het is juist goed. Hij verwoordt op dat moment het gevoel van een groot deel van ons kader. Als niemand dat verwoordt, dan zijn we onze identiteit kwijt. We zijn altijd een partij geweest voor verschillende stromingen. Als je het tegengeluid niet meer in de club toelaat, dan bestaat de PvdA niet meer.”