Verstoppertje spelen met nieuwe najaarsmode

Het nieuwe bedekken zet door, zagen Jetty Ferwerda (tekst) en Peter Stigter (foto’s) afgelopen weken op de catwalks in Milaan en Parijs, waar de najaarsmode voor vrouwen werd getoond

Verstoppen. Dat is wat een vrouw in de nieuwe najaarsmode kan. Haar lichaam verbergen, zich veilig wanen onder een dikke laag (lak)leer, wol of geplastificeerd nylon. De ontwerpers die de afgelopen weken in Milaan en Parijs hun collecties voor najaar 2007-2008 lieten zien, kozen nagenoeg allemaal voor dat pantser aan de buitenkant, een krachtiger silhouet dankzij bredere schouders, dikke stoffen of bollige, van het lichaam afstaande kledingstukken. En natuurlijk zwart, donkergrijs en bruinen. De zachte, weke laag – die er heus wel is – wordt zorgvuldig verborgen gehouden in dunne wol, satijn en zijde.

In zekere zin zetten de ontwerpers de trend van afgelopen najaar – het nieuwe bedekken – voort. Wat toen nog gebeurde in dunne, vriendelijk aansluitende laagjes, hooggesloten boorden en grote, haar bedekkende mutsen, heeft nu een wat strenger en afstandelijker karakter. Krachtiger ook, noem het gerust powerdressing. Soms heeft het militaire trekjes, zoals bij Costume National, met uniformachtige jasjes in legergroen en zwart, epauletten en soldatenmutsjes. Of bij Balenciaga, waar militair gemixt werd met sportswear, etnische prints, sjaals en nuffige ruiten. Soms is het ronduit middeleeuws met verwijzingen naar ridders en pages. De collectie van Burberry Prorsum bijvoorbeeld, met dikke leren jassen, studs, lange handschoenen, lieslaarzen en maliënkolders. Prada leverde ook een stoere collectie af, in de basis heel gewoon met truitjes, rokjes en mouwloze, bolle jurken maar dan uitgevoerd in dikke, viltige wol met een latexlaagje. Zelfs de altijd lieflijke Alberta Ferretti wist haar collectie het karakter van staal te geven door de vele metaalgrijze tinten, dikke wollen stoffen en ijzeren beslag op zakken en kragen. En Ann Demeulemeester hoef je niets over sterke vrouwen te vertellen. Zij kleedt ze al jaren in een gelaagde mix van heren- en dameskleding.

powerdressing

Die vernieuwde powerdressing komt natuurlijk niet uit de lucht vallen. Lees de kranten en je ziet dat vrouwen blijkbaar nog steeds iets nodig hebben om een sterke indruk te maken. Geweld en oproer regeren nog steeds de straat en de emancipatie is nog steeds niet helemaal voltooid. En waarin kun je je veiliger wanen dan in een indrukwekkende cape, een stevige, ruimvallende jas, een mantelpak met geaccentueerde schouders en taille en – last but not least – hakken; al moet gezegd worden dat de Doc Martens-achtige laars aan een opkomst bezig is. Het fijne van de najaarscollecties is dat een heleboel ontwerpers nu eindelijk eens realistische kleding brengen, die aansluit op het hectische leven van een werkende vrouw en haar niet verkleedt als een hysterische tiener. Met lekkere, zachte truien vol dansende veertjes op een lange gebreide rok (Nina Ricci), een wijd jurkje die dat buikje camoufleert maar de benen slanker doet lijken (Chloe), een jasje of vest die je overal bij aan kunt en een jas als een behaaglijke cocon waarmee je zonder kleerscheuren een rit in de metro overleeft. De daarbij behorende en alom aanwezige accessoires zijn ook handig, van petten en mutsen tot ellenboog lange handschoenen, stevige grote tassen en hoge schoenen met een dikke zool.

De zachte, weke laag blijft goed afgeschermd en komt maar af en toe tevoorschijn. Dan blijkt dat er een soepel vallende satijnen jurk onder schuilt of een dun truitje op een korte rok en benen in maillots, en kleur! De prachtigste tinten blauw, oranje, rood, groen en paars met hier en daar glinsterende toefjes. Maar ook vrolijke Schotse ruiten (Kenzo, Jean Paul Gaultier), frivole panterprints, (Valentino, D&G) frêle strikblouses en waaierende plissees.

zwart en grijs en bruin

Maar het is toch dat vele zwart, grijs en bruin dat tot nadenken aanzet. Want die kleuren verraden een groeiende behoefte aan afstand en passiviteit. Tenminste, als we de onderzoeken moeten geloven naar modekleuren en maatschappelijke ontwikkelingen. En gezien de vele met iPod getooide en in zichzelf gekeerde voorbijgangers die je van Amsterdam tot Parijs en Milaan tegenkomt, zit daar misschien wel een kern van waarheid in. Buiten sluiten we ons af met onze zelf gecreëerde muur van geluid en stof. En eenmaal binnen, pellen we de eerste laag af en zijn we pas onszelf. Zoeken we contact met aaibare, huiddunne stoffen en kleur. De modewereld is nog steeds net zo in de war als wij.